Recensie

Recensie

Toko als spiegel van de buurt

Nieuwmarktbuurt Het familieverhaal van Toko Dun Yong biedt een inkijkje in de roerige ontstaansgeschiedenis van het stilzwijgende Chinatown in Amsterdam.

Toko Dun Yong aan de Stormsteeg, vlakbij Nieuwmarkt en Geldersekade, in de jaren tachtig. Het is nu het grootste Chinese warenhuis van West-Europa.
Toko Dun Yong aan de Stormsteeg, vlakbij Nieuwmarkt en Geldersekade, in de jaren tachtig. Het is nu het grootste Chinese warenhuis van West-Europa. Foto uit besproken boek

Van verse kurkuma, rode bonencake of gedroogde lotuszaden tot gedraaide chopsticks en porseleinen ramenkommen: wie van de Aziatische keuken houdt, weet dat Toko Dun Yong uitkomst biedt. Hoe anders was dit een eeuw geleden. In februari 1916 doet een wandelende journalist van het Algemeen Handelsblad, de voorloper van deze krant, een „merkwaardige ontdekking” in de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam.

De journalist stuitte op een Chinees eet- en gokhuis, waar hij haaienvinnensoep, honderdjarige vismaag, thee en zoetigheden kreeg voorgeschoteld. Hij schreef, het grote publiek wijzend op het bestaan van een Chinese gemeenschap in Amsterdam: „Welk een winst zouden onze dagelijkse menu’s maken, indien daar enige van zulke Chinese lekkerbeten op de ereplaats werden gezet.”

De anekdote is beschreven in Lang Leven, het familieverhaal achter een Chinese toko van Karina Meeuwse. Een culturele reis in de tijd met de familie Dun Yong – drie generaties Chinese Nederlanders achter de oudste toko van de stad – als gids.

Schipchinezen

Wat ooit begon met de aankoop van een knopenwinkel van zo’n twintig vierkante meter door Dun Yong in 1959 is tegenwoordig het grootste Chinese warenhuis van West-Europa. De Oosterse winkel met rode pilaren en groene gevel overspant de gehele Stormsteeg („al spreken Chinezen liever van de toko in de Shun Fung Lee: de Straat van de Meegaande Wind, want storm betekent ongeluk”), van de Zeedijk tot aan de Geldersekade, en telt vijf verdiepingen.

Het verhaal van de Chinese immigranten in Amsterdam is verweven met de scheepvaart in de vooroorlogse jaren. Toen Nederlandse zeelieden staakten voor betere arbeidsomstandigheden op de stoomschepen, boden „schipchinezen”, veelal afkomstig uit Kanton, soelaas.

Zo kwam ook Dun Yong naar Amsterdam. Wanneer hij aanmeerde en wat hij precies deed aan boord, heeft hij nooit verteld („Och kind, al ben je honderd jaar met een Chinees getrouwd, daar kom je nooit achter”, aldus Tante Stien, zijn echtgenote). Wel is bekend dat hij in 1912 zijn geboortegrond, een klein boerendorp in Qiao Tou, verliet – met een groot voordeel: hij kon lezen en schrijven.

De economische crisis van de jaren dertig legde de zeehandel plat. Schepen voeren niet meer uit en Chinese zeelieden doopten zich om tot pindakoekjesverkopers op de Zeedijk en omstreken. De overheid deporteerde duizenden Chinezen. Dun Yong ontsprong de dans. Het „Chinezenkwartier” – inmiddels vol eethuisjes waar mahjong werd gespeeld en opium werd gerookt – won een decennium later aan kracht.

Taugé in de badkuip

Zo zouden loempia’s tijdens de oorlog zijn ontstaan: „Om aan de vraag naar kroketten te voldoen, vulde men een deeglapje met taugé en een paar stukjes vlees, dat vervolgens werd gefrituurd.” In geschiedkundige passages als deze tekenen de veelal onzichtbare contouren van de Chinese invloed op de Nederlandse samenleving zich scherp af.

Foto uit besproken boek

Tijdens de oorlog bloeide ook de relatie op tussen Dun Yong en de Rotterdamse Stien. Zij twintig, hij bijna vijftig. De pagina’s verliezen aan kracht wanneer familieverhoudingen tot in de kleinste details worden blootgelegd, maar zijn veelzeggend in het alledaagse. „Dun Yong kweekte thuis, tot verontwaardiging van Stien, het in Nederland nog volstrekt onbekende taugé in de badkuip” – waarna het werd verkocht in de toko.

De toko heeft het zwaar wanneer de „witte dood” (de Chinese bijnaam voor heroïne) door de Nieuwmarktbuurt raast in de jaren zeventig. Zoon Hengko Dun neemt in 1972 de toko over met zijn Chinese echtgenote Wai Ming. Een periode van familiehereniging (personeelsuitbreiding) en zwijggeld volgt. Een Chinees eethuisje, met varkensbaarmoeder op het menu, wordt geopend en kruiden, cassettebandjes met Chinese muziek en porseleinen beelden vinden hun doorgang naar de toko.

Kleinzoon Kin Ping Dun verzucht dat moeder Wai Ming die „porseleinen winkeldochters” niet weg wil doen waardoor het magazijn in Amsterdam Sloterdijk vol staat met goederen. Anno 2020 loopt er meer dan vijftig man personeel rond in groothandel Dun Yong.

Meeuwse haar gedetailleerde kennis – ze verdiepte zich al eerder in de historie van de Chinese gemeenschap in Amsterdam, voor haar boeken en documentaire Het Huis van Han en Oostenwind – is voelbaar in haar anekdotische vertelwijze. Onderzoek en verhaal komen soms samen, als ongeschifte letterbrij, als ze zichzelf onnodig in het verhaal schrijft.

De spanning loopt juist op als culturele karakteristieken, zoals de angst voor gezichtsverlies, interculturele spanningsvelden worden. Op die pagina’s voelt de storm als meegaande wind.

Karina Meeuwse: Lang Leven, het familieverhaal achter een Chinese toko. Uitgeverij Ambo Anthos, 248 blz. Prijs € 22,99.

●●●●●