Opinie

De Tweede Koude Oorlog

Robbert Dijkgraaf

Globalisering werkt, althans in de wetenschap. Kennis kent geen grenzen, zeker niet in de digitale wereld. De groeiende wereldwijde gemeenschap van onderzoekers raakt steeds sterker onderling verknoopt. Dat is een goede zaak, want ook de grote problemen, van klimaat tot pandemieën, zijn mondiaal van aard.

Daarom is het zo beangstigend dat er een nieuwe koude oorlog dreigt, ook in de wetenschap. De relatie tussen de Verenigde Staten en China bekoelt van dag tot dag. Al voor de komst van het nieuwe coronavirus deed de regering-Trump er alles aan om China te isoleren op het wereldtoneel. Ook al is er een pauze ingelast in de handelsoorlog, het conflict woedt hevig aan het kennisfront.

Het uiteindelijke doel van deze tweestrijd? Wereldheerschappij, niet van landen en grondstoffen, maar van cruciale technologieën in communicatie, genetica, AI en quantumcomputers. De nieuwe ideologie is een app. Zie de strijd om het snelle 5G-netwerk en de druk die Amerika op zijn bondgenoten uitoefent om de Chinese gigant Huawei uit te sluiten.

Uitwisseling als veiligheidsrisico

Niet alleen de uitwisseling van technologie wordt als een veiligheidsrisico gezien, ook die van techneuten zelf. Twee weken geleden arresteerde de FBI enkele Amerikaanse toponderzoekers, onder wie de voorzitter van Harvards scheikundeafdeling, onder de verdenking van de overdracht van sleuteltechnologie aan China. Zij kregen ruime financiële steun uit het Duizend Talenten-programma waarmee China topwetenschappers aantrekt.

De regering-Trump treedt ook steeds agressiever op tegen Chinese studenten. Met bijna vierhonderdduizend zijn zij verreweg de grootste groep buitenlandse studenten in de Verenigde Staten en daarmee ook een belangrijke inkomstenbron voor universiteiten. Sinds kort moeten zij ieder jaar hun visum verlengen, zodat de studie permanent aan het zijden draadje van de immigratiedienst hangt. Het Witte Huis speelde zelfs met een totaalverbod op Chinese studenten en onderzoekers. Dit lijkt een volstrekt onrealistisch voorstel, want vele technische faculteiten draaien bijna uitsluitend op Chinees talent. Toen een collega onlangs van hogerhand werd gevraagd zijn groep ingenieurs te diversifiëren, was hij blij te melden dat hij nu ook een student had uit Taiwan.

Het is beangstigend deze divergente lijnen door te trekken. Weinig zal China beletten een wetenschappelijke en technologische grootmacht te worden. Daarvoor zijn de investeringen in onderwijs en infrastructuur te indrukwekkend. Maar wil de wereld wel een digitaal ijzeren gordijn? Een tweedeling van de wereld, nu niet langs een ideologische breuklijn, maar langs incompatibele besturingssystemen. Twee gescheiden technosferen, ieder met hun eigen internet, apps en software.

China hackt zonder scrupules

Laten we eerlijk zijn: China werkt hier hard aan mee. Zonder scrupules hackt het kennis. Achter de Great Firewall ligt een digitaal ecosysteem met eigen (gecensureerde) sociale media en bijbehorende techreuzen. Alleen langs slinkse weg kun je Twitter of Facebook gebruiken. Omgekeerd is het als westerling bijna onmogelijk een WeChat-account te openen. Het interne klimaat in China bekoelt ook snel. Onder Xi Jinping heeft de communistische partij haar greep versterkt met diezelfde technologie waar zo hard om gestreden wordt. Er zijn honderden miljoenen camera’s, vele met gezichtsherkenning. Een paar jaar geleden deed een BBC-journalist een test: binnen zeven minuten wisten de camera’s hem te vinden in een stad van vijf miljoen. Mao’s Rode Boekje is vervangen door Xi’s ‘Rode Appje’ dat van meer dan honderd miljoen partijleden keurig bijhoudt hoe vaak ze het gedachtengoed van de grote leider tot zich nemen.

In de eerste Koude Oorlog splitste de wetenschappelijke wereld zich ook in twee domeinen. Tijdens de heksenjacht onder McCarthy zag Amerika eveneens overal communistische spionnen. Terugkijkend weten we hoe waardevol de uitwisseling tussen wetenschappers aan beide kanten van het IJzeren Gordijn was, ook al was het mondjesmaat en soms in het diepste geheim.

De kool en de geit

Wat is de rol van Nederland en Europa in deze koude techno-oorlog? Ik hoor politici en ondernemers vaak spreken over een ‘derde weg’. Een benadering waar men selectief in beide kampen winkelt en zo de kool en de geit spaart. Een redelijk Europees alternatief naast de brute machtspolitiek van de Amerikaanse Big Tech en de Chinese Big Brother. Maar wat moeten we ons daarbij concreet voorstellen? Europa als een soort neutraal Finland, met een westerse cultuur maar open naar het oosten? Een gedemilitariseerde zone zonder eigen digitale wapens?

Het lijkt me eerlijk gezegd luchtfietserij. Europa moet er bovenal alles aan doen deze koude oorlog te stoppen. Hoe kunnen we anders wereldproblemen aanpakken? Maar als de technologische ontkoppeling ooit een feit wordt, zal men voor een pijnlijke keuze komen te staan. En het antwoord kan niet anders dan Amerika zijn. De culturele afstand tot China is eenvoudig te groot. Dat zien we dezer dagen, nu het coronavirus leidt tot gemakkelijke stereotypen en angst voor het „gele gevaar”, zelfs in tolerant Nederland. Uiteindelijk wordt het de naaste buur en niet de verre vriend. Met het realistische scenario dat die buurman nog eens vier jaar Mr. Trump zal zijn, geeft dat vast velen koude rillingen.

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.