Covid-19 bedreigt de internationale productie

Deglobalisering Nu China hapert ontdekt de rest van de wereld zijn kwetsbaarheid. Maar de reactie, deglobalisering, is al veel langer aan de gang.

Illustratie Pepijn Barnard

Noem het ‘lokalisering’, of noem het reshoring: er is iets structureel aan de hand in de wereldeconomie. En als het coronavirus dat Covid-19 veroorzaakt er dan niet de aanstichter van is, dan is het zeker een belangrijke katalysator. Nu het virus nog steeds om zich heen grijpt richten de reacties erop steeds meer schade aan. Zakenreizen staan op een laag pitje, het Chinese toerisme is tot stilstand gekomen.

Belangrijker: de verfijnde motoriek van internationale productieketens komt steeds meer in gevaar. Fabrieken in China zijn langer dicht dan gevreesd. Werknemers komen nog steeds maar mondjesmaat terug van de vakantie bij hun familie, waar ze begin deze maand het Chinese nieuwjaar vierden. Omdat ze bang zijn, of niet kunnen reizen. En in sommige streken, zoals de provincie Hubei, waar het virus ontstond, komt de productie nog helemaal niet op gang.

China is de afgelopen twintig jaar steeds verder geïntegreerd in de internationale economie, die zelf óók steeds complexer werd. Productieketens zijn er altijd al geweest. Toeleveranciers maakten onderdelen, sleutelden alvast delen van een product in elkaar en in de grote fabriek werden ze dan tot het eindproduct gemaakt en vervolgens verkocht. Dat is, in een steeds verder gaande arbeidsdeling, ingewikkelder geworden. En internationaler, naarmate de wereldhandel vrijer en onbekommerder werd.

Slechts 10 procent van de wereldeconomie bestaat nu uit de export van eindproducten, zo vertelde Augustin Cartens, de baas van de Bank voor Internationale Betrekkingen vorig jaar. Bijna twee keer zoveel, 18 procent, bestaat uit de export van halffabrikaten.

llustratie Pepijn Barnard

Onaf de wereld rond

De wereldhandel bestaat dus voor het grootste deel uit onaffe producten die van fabriek naar fabriek worden gezapt. 80 procent van de wereldhandel vindt plaats door multinationals. Een belangrijk deel betreft handel die bínnen deze ondernemingen wordt verricht. Dat deel is zo groot dat het een statistisch spoor van verwarring achter zich laat.

Unctad, de organisatie van de Verenigde Naties die zich bezighoudt met internationale handel en investeringen, schatte dat van de totale mondiale export 28 procent dubbel werd geteld. Dat komt omdat goederen in verschillende stadia van hun voltooiing telkens heen en weer over de wereld worden gestuurd. Dat vindt allemaal grotendeels plaats binnen multinationals en het is niet altijd goed bij te houden wat er in hun interne handel met zichzelf al is geteld of niet.

China is van deze verstrengeling integraal deel gaan uitmaken. Dat is pas duidelijk te merken als de Chinese activiteiten beginnen te haperen, zoals nu. Niet alleen de autosector, bekend om zijn complexe internationale structuur, heeft daar last van. Ook de farmaceutische industrie blijkt veel grondstoffen uit China te betrekken. En dan is er, vanzelfsprekend, de technologiesector waar China vergaand in is geïntegreerd. Van knopjes en schuifjes tot steeds complexere chips, van toeleverantie tot volledige assemblage.

Hoe de hapering het Westen gaat raken, is nog steeds grotendeels onbekend. Er waren nog voorraden, schepen waren nog onderweg. Het is, schreef het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic treffend, als een aardbeving in zee. Dat hij plaatsvond is bekend. Maar wanneer de tsunami komt, óf hij komt, en hoe hevig hij zal zijn, blijkt pas als je op het strand staat en de muur ziet aankomen.

llustratie Pepijn Barnard

Het virus als katalysator

Van die kwetsbaarheid worden bedrijven en consumenten en overheden zich nu extra bewust. Maar Covid-19 lijkt vooral een katalysator van een proces dat al langer aan de gang is: déglobalisering.

Economen van Bank of America (BoA) vroegen hun aandelenanalisten om de internationale plannen in kaart te brengen van de 3.000 grote internationale bedrijven in de VS, Europa en Azië die zij volgen. De uitkomst: in 80 procent van alle grote sectoren hebben ondernemingen plannen om de locaties van hun productieketens te veranderen, of ze zijn daar al mee bezig. Eruit springt een ‘China plus’-strategie, waarbij een bedrijf de bestaande ketens via China vooralsnog intact houdt, maar ook parallelle ketens optuigt.

Dat heeft verschillende redenen. Allereerst is de goedkope arbeid in China, oorspronkelijk de voornaamste reden om dáár de productie te laten plaatsvinden, allang niet zo goedkoop meer. Daardoor kan de verplaatsing naar landen met nog goedkopere arbeid aantrekkelijk lijken. Maar omdat competentie daar niet zo vanzelfsprekend is als in China, wordt arbeid ook vaker vervangen door een robot. Dan kan een bedrijf vlak bij de thuismarkt produceren, en wordt het hele productiesysteem minder ingewikkeld.

Terug naar huis

Bank of America wijst erop dat de prijs van industriële robots de afgelopen kwart eeuw al met 50 procent is gedaald, en alleen maar verder zal dalen. Het aantal robots verdubbelde in de afgelopen tien jaar en zal in de komende vijf jaar opnieuw verdubbelen. Ook in China zelf.

Nog een reden: bedrijven worden sterker gehouden aan standaarden voor het klimaat en arbeidsvoorwaarden, of willen daar zelf aan voldoen. Produceren dicht bij huis past daar beter bij. En dan is er nog de geopolitieke onzekerheid. Onder de Amerikaanse president Donald Trump heeft die, in de vorm van handelsconflicten, een hoogtepunt bereikt.

Lees ook over de economie van Donald Trump: is president Trumps hoogconjunctuur een Wirtschaftswunder of een luchtspiegeling?

Maar de stagnatie van de globalisering was ook al vóór Trump aan de gang. Dat betreft niet alleen de internationale handel, als percentage van de wereldproductie. Van groot belang zijn ook de zogenoemde directe buitenlandse investeringen, ofwel foreign direct investment (FDI). Dat zijn geen beleggingen, maar investeringen in fabrieken en andere tastbare productiemiddelen. FDI is de basis van de globalisering: zij creëert de productiecapaciteit die al die halffabrikaten de aardbol overstuurt. Uit gegevens van de Wereldbank blijkt dat de stroom van FDI in de jaren nul gemiddeld zo’n 3 procent van het mondiale bbp bedroeg. Dat is inmiddels gehalveerd.

Offshoring – productie naar het buitenland verplaatsen – maakt plaats voor reshoring. Globalisering verandert in lokalisering. Covid-19 onderstreept dat nu, maar de oorzaak ligt veel dieper.

Lees ook het opiniestuk: Coronacrisis kondigt het einde van de globalisering aan