Consument verspilt veel meer voedsel dan gedacht

Wageningen Als landen uit de armoede komen, gaan ze meer voedsel verspillen, ontdekten onderzoekers uit Wageningen.

Vanaf een besteedbaar inkomen van 6,70 dollar (6,17 euro) per dag zullen mensen eerder te veel dan te weinig voedsel hebben en dan begint het verspillen.
Vanaf een besteedbaar inkomen van 6,70 dollar (6,17 euro) per dag zullen mensen eerder te veel dan te weinig voedsel hebben en dan begint het verspillen. Foto Marco De Swart/ANP

Consumenten wereldwijd verspillen mogelijk dubbel zo veel voedsel als tot nu toe werd aangenomen. Dat zeggen onderzoekers van Wageningen Economic Research.

Een derde van al het voedsel gaat verloren, was eerder de aanname van VN-voedsel- en landbouworganisatie FAO. Van alle verspilde calorieën komt een derde voor rekening van consumenten, de onderzoekers concluderen nu dat dat ruim twee keer zoveel is.

De FAO kijkt voor haar berekeningen naar het aanbod en im- en exportbalansen en kwam zo in 2011 tot de schatting van 8 procentpunt. De Wageningse onderzoekers hebben voor het eerst ook het gedrag van consumenten en hun inkomen bekeken. Uit het lichaamsgewicht van mensen in 63 landen, het besteedbaar inkomen en het beschikbare voedsel is een model afgeleid, dat laat zien vanaf welk punt een land geen aanbodtekorten meer heeft, maar juist overvloed, waardoor voedsel verspild kan worden.

Lees ook: Bijna een kwart van al het brood gaat verloren – dat kan wel wat minder

Ontwikkelingslanden

Dat punt wordt in hun model eerder bereikt dan tot nu toe aangenomen. Vanaf een besteedbaar inkomen van 6,70 dollar (6,17 euro) per dag zullen mensen eerder te veel dan te weinig voedsel hebben en dan begint het verspillen. „Dat betekent dat het in ontwikkelingslanden waar de welvaart snel stijgt, loont om aandacht te besteden aan voedselverspilling, en niet alleen aan verliezen in de productieketen”, zegt onderzoeker Thom Achterbosch.

Bij middeninkomenslanden, zoals de Filippijnen en Indonesië, neemt de verspilling snel toe. Naarmate landen rijker worden, vlakt de lijn af. Dat zou in werkelijkheid anders kunnen zijn, omdat dit model er geen rekening mee houdt als overheden maatregelen nemen om verspilling terug te dringen.

De rekenmethode is nogal grofmazig, erkent Achterbosch. Cijfers over voedselproductie zijn relatief oud en niet al te betrouwbaar, de uitkomsten kunnen in werkelijkheid afwijken. Maar in landen waar de overheid geen vuilniszakken omkeert en onderzoek bij consumenten thuis doet om verspilling nauwkeurig te meten, kan het een nuttig instrument zijn. Door te kijken naar de ‘welvaartselasticiteit van verspilling’, zoals de Wageningers het noemen, kunnen overheden eerder interveniëren.

Voedselverspilling, wereldwijd naar schatting 1,3 miljard ton per jaar, is niet alleen een economisch verlies, maar ook een duurzaamheidsprobleem, omdat bij de productie ook energie, water, uitstoot, landgebruik, et cetera komen kijken. Deze cijfers betekenen niet automatisch dat er in totaal ook meer voedsel verspild wordt dan werd gedacht. „Dat moet nader worden onderzocht”, aldus Achterbosch.