Opinie

Beschamend dossier Poch werpt twijfel op over handelwijze OM

Uitlevering

Commentaar

Voor de term ‘bakzeil halen’ door minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) is het nog te vroeg. Maar dat het dossier-Poch deze week is gekanteld, kan wel gezegd worden. De minister heeft laten weten met Poch over een schikking te willen praten. Tot nu toe verdedigde Grapperhaus het handelen van OM en justitie. Die houding is dus verlaten.

Dit signaal mag niet worden onderschat. De kans dat de staat aan Poch de miljoenen moet uitkeren die hij vordert, is gestegen. En daarmee komt ook het moment van politieke verantwoording afleggen dichterbij – wat heeft de staat Poch aangedaan, waarom en welk belang werd ermee gediend? Grapperhaus wacht het onafhankelijk dossieronderzoek van advocaat-generaal Machielse af, maar de bocht lijkt genomen. Alleen het hele verhaal is nog steeds niet verteld.

Deze week was Grapperhaus genoodzaakt aan de Kamer te onthullen dat in december 2008 het Openbaar Ministerie in ambtelijk overleg met Argentinië ‘expliciet heeft gesuggereerd’ de Nederlandse verkeersvlieger Julio Poch ‘in een derde land’ te laten arresteren. Later is gebleken dat Nederland daar ook behulpzaam bij is geweest – het OM speelde Poch’ vluchtgegevens door, aan de Spaanse autoriteiten.

Het cruciale verschil is echter dat nu duidelijk is dat deze sluipweg door Nederland zelf is voorgesteld. Daarmee is een onwetende Nederlandse burger met opzet door zijn eigen overheid in handen gespeeld van een derde land. Dat lijkt een flagrante schending van een klassiek rechtsbeginsel. Namelijk dat landen geen eigen burgers uitleveren, in ieder geval niet vanaf het eigen territoir. Maar hier spande Nederland samen om een eigen burger via een zijdeur, Spanje, in handen te geven van Argentinië, zodat daar kon worden vervolgd. De grenzen van wat in een normale rechtshulprelatie gebruikelijk is, vooral informatie delen, zijn daarmee duidelijk overschreden.

Lees ook: Poch balt zijn vuist- na acht jaar vrij man

Poch werd in Argentinië verdacht van medeplichtigheid aan moord op politieke tegenstanders van het Videla-regime. Namelijk door de vliegtuigen te besturen waar deze uit gegooid werden. Na acht jaar voorarrest werd hij vrijgesproken; tegen de Nederlandse getuigen, op wier verklaringen was vertrouwd, is aangifte wegens meineed gedaan. De veel te lange Argentijnse rechtsgang liep dus uit op een debacle, met grote schade tot gevolg. En met Den Haag in de rol van degene die het ‘mede mogelijk maakte’ en dus nu ook mede aansprakelijk mag zijn.

Maar waarom ging Nederland zo vlot mee? Bestond er inderdaad een Argentijnse belofte om ‘in ruil voor Poch’ géén vervolging in te stellen tegen wijlen Zorreguieta sr., de vader van koningin Máxima, die minister was onder Videla? Het is het type subplot waarvan je hoopt dat het niet waar zal zijn, maar die toch dichterbij is gekomen. Nederland lijkt immers nóg dieper te zijn betrokken bij Poch’ strafvervolging dan gedacht.

De vergelijking met de kwestie-Van Laarhoven dringt zich op. Daar werd door het Openbaar Ministerie bij de Thaise justitie een strafvervolging uitgelokt tegen een Nederlandse inwoner van Thailand en diens vrouw. Met levenslange gevangenisstraf tot gevolg. Minister Grapperhaus erkende dat het OM onrechtmatig handelde, reisde ervoor naar Bangkok en wist Van Laarhoven terug naar Nederland te halen. Ook in de zaak-Poch maakt Grapperhaus aanstalten de rommel op te ruimen. Dat is op zichzelf de rechte weg en dus te prijzen, maar de vraagtekens over het OM blijven. Ook tegenover verdachte burgers moet de staat altijd zuiver en eerlijk blijven.