Opinie

Wordt de egoïst ooit nog een groepsdier?

Floor Rusman

Voor het liberalisme is dit geen leuke tijd. In de vele boeken die erover verschijnen wordt de politieke stroming op weinig vleiende wijze beschreven: leeg, kil, onmenselijk. Ook Bas Heijne besteedt in zijn pas verschenen essay Mens/Onmens een hoofdstuk aan „de liberale leegte”. Links mist in het liberalisme solidariteit en rechts mist inbedding in de eigen gemeenschap, schrijft Heijne; beide ervaren een „gevoel van verlies van samenhang”. Mensen missen richting: „Wie zijn wij? Wat zijn we elkaar verschuldigd? Op beide vragen heeft het huidige liberalisme geen antwoord.”

In het derde en laatste deel gaat Heijne op zoek naar manieren om weer verbinding te maken met anderen. We moeten onze begrijpelijke hang naar conformisme en veiligheid bestrijden: in gesprek gaan met andersdenkenden, empathie tonen, onze eigen standpunten bevragen.

Het zijn mooie voornemens, maar bieden ze een oplossing voor dat ‘lege’ in het liberalisme?

Heijnes essay deed me denken aan het afgelopen najaar verschenen A Thousand Small Sanities van Adam Gopnik, essayist en redacteur van The New Yorker. Ook Gopnik beschrijft hierin de aanvallen op het liberalisme van links en rechts, en ook hij vindt de remedie vooral op individueel niveau. Liberalisme is geen groot idee, schrijft hij, maar een optelsom van vele kleine vormen van gezond verstand – a thousand small sanities. Dingen als twijfel, scepsis, empathie. En vooral geen fanatisme: dat hoort niet thuis in het liberalisme.

De vraag is: brengen dit soort individuele inspanningen de gemeenschapszin terug die ook volgens Gopnik is verdwenen? Hij geeft het antwoord eigenlijk zelf al. Ergens tussen de bedrijven door verzucht hij dat zijn eigen gezin zo veel kleiner is dan de enorme familie waaruit hij komt.

Hij verwijst naar de film Avalon, waarin de hoofdpersoon zijn grote familie stukje bij beetje ziet desintegreren en uiteindelijk niet meer aan een grote tafel dineert, maar in z’n eentje voor de tv. Dat is de pyrrusoverwinning van het liberalisme, schrijft Gopnik: „We halen de gemeenschappelijke tafel weg en noemen het vooruitgang.”

Toevallig figureert Avalon ook in een nieuw artikel van de conservatieve columnist David Brooks in The Atlantic. Brooks beschrijft hierin hoe in de geschiedenis clans plaatsmaakten voor families, families voor gezinnen, en gezinnen voor eenlingen. Ook Brooks betreurt de verdwenen gemeenschapszin. Hij eindigt met de zin: „Het is tijd dat we een manier vinden om de grote tafel terug te brengen.”

Hoe doen we dat? Brooks weet het ook niet. Net als Heijne en Gopnik kan hij weinig meer dan hopen op een mentaliteitsverandering.

Het punt is: de politiek kan proberen de gemeenschapszin te bevorderen, maar ze kan bepaalde ontwikkelingen niet terugdraaien. De afgelopen eeuw veranderde de westerse mens van groepsdier in egoïst. Hoe krijg je de geest van het individualisme terug in de fles?

Grappig genoeg was het Bas Heijne die hierop wees in een gesprek vorig jaar met Thierry Baudet op de G10 voor economie en filosofie. De FVD-leider had net een betoog gehouden voor geworteldheid en tegen de Verlichting, waarop Heijne vroeg hoe hij dacht het individualisme te gaan terugdraaien. Baudet had er geen antwoord op.

De ‘leegte’ die Heijne in hoofdstuk twee beschrijft, hangt samen met meer dan het liberalisme. Dat blijkt al uit het feit dat Heijne liberalisme en Verlichting als synoniemen gebruikt. De leegte komt mee met de moderniteit, met individualisering en ontkerkelijking, en is dus niet helemaal op te lossen. Ze is de prijs die we betalen voor onze vrijheid.

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.