De mens houdt het heft stevig in handen bij deze wildkunst

Expositie In Garage Rotterdam is een tentoonstelling van hedendaagse kunst over dieren. Bij het meeste werk houdt de mens het heft stevig in handen.

No Title No Status van Idiots.
No Title No Status van Idiots. Foto Aad Hoogendoorn

Het interessantste verschil tussen de banaan die Maurizio Cattelan een paar maanden geleden aan de muur hing op de kunstbeurs in Miami en het urinoir dat Marcel Duchamp in 1917 op een kunstbeurs in New York als fontein tentoonstelde, is dat de ene readymade door mensen gemaakt was en de andere niet. De maker van Duchamps meesterwerk was weliswaar anoniem, maar dit kant-en-klaartje was duidelijk mensenwerk; het was door een soortgenoot ontworpen en door andere soortgenoten in een fabriek in elkaar gezet. De banaan is dat niet. De vrucht komt uit een ander domein. Is dat dus wat een eeuw kunstgeschiedenis heeft opgeleverd, dat nu ook de natuur door de mens als kunst gezien kan worden?

We leven tegenwoordig in het Antropoceen, het nieuwe geologische tijdperk waarin het handelen van de mens invloed heeft op heel de aarde. De natuur wordt steeds meer door mensen gedomineerd. Zonder ons geen fonteinen, maar ook geen chihuahua’s en geen bananen, al zijn ze nog steeds krom.

Planten en dieren dienen ons tot voedsel, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. De eerste mensen van wie we kunst kennen, schilderden zichzelf nauwelijks, maar dieren des te meer. Of we vermengden ons. De oudst bekende figuratieve kunst is een kruising tussen een mens en een leeuw, de Löwenmensch uit Hohlenstein-Stadel, in 1939 gevonden in een grot in Duitsland. De eerste metamorfose. Het beeldje werd vermoedelijk tussen 40.000 en 35.000 jaar geleden gesneden uit het lichaamsdeel van weer een ander dier, de snijtand van een mammoet. Niet twee maar drie dieren dus. Geen Löwenmensch maar een Löwenmammutmensch. Driedubbele metamorfose. Vergeten wordt vaak hoeveel dingen om ons heen van dier gemaakt worden. Zelfs film kon niet zonder dieren; de gelatine in de filmemulsie is gemaakt van gekookte dierenbotten. Als je een gefilmde koe ziet, zie je er eigenlijk twee. Christien Meindertsma zocht in het boek PIG 05049 uit in welke producten een varken terecht is gekomen. Het bleken er 1.985, waaronder fotopapier, kogels en diesel. Je kunt met varken een varken doodschieten. Allemaal metamorfoses.

Zwemmen met tijgers en krokodillen

In Garage in Rotterdam is nu een kleine tentoonstelling te zien van hedendaagse kunst over dieren. Er zijn op Animalia een paar snoezige sculptuurtjes van Tom Claassen te zien, de kunstenaar die ooit zo treffend een kruising tussen een leeuw en zand maakte. Het duo Idiots toont een koeienhuid, zo een die zwart-wit gevlekt als kleed in menig huiskamer ligt, alleen zit er nu nog een koeienkop aan. Jessica Segall zwemt in close-up met een tijger en met een krokodil; het verschil tussen de huid van die dieren en van een mens wordt haast pijnlijk zichtbaar; zo soepel en ruim die vacht van de tijger, zo landschappelijk het pantser van de krokodil; een gebergte waar ze in kan verdwalen. Bij het zien van deze video is het bijna niet voor te stellen dat iemand een tijgervrouw of een krokodillendame zou maken; ze verschillen te veel. Er zijn in de garage wel pogingen tot metamorfose; zo is er van Idiots ook een ‘geologische vondst’ te zien: het onderstel van een leeuw met op de plaats van de ingewanden een glinsterende amethist. Khvay Samnang toont beelden van een performance waarin mensen met dierenmaskers op dansen: de Löwenmensch in levende lijve. Simon Wald-Lasowski toont als readymade beeldjes uit de Chinese Maohou-traditie, waarbij aapjes worden gevormd van sprinkhanen (de armen en benen) en magnolia-knoppen (het hoofd en het lijf): twee dieren en een plant, die allemaal samen weer als mens optreden in een soort kijkdoostheaters. Een nog ingewikkelder hybride dan de Löwenmammutmensch; twee apen, een insect en een plant. Is dat vooruitgang?

(Un)common Intimacy van Jessica Segall. Foto Aad Hoogendoorn

Samensteller van de tentoonstelling is Imke Ruigrok. In de onlinecatalogus schrijft zij: „De kunstenaars nodigen ons uit het wereldse schouwtoneel te bekijken met of vanuit andere hoofdrolspelers: dieren. Wat zien we wanneer we het menselijke perspectief loslaten? Kunnen we ons verplaatsen in een ander perspectief, in dat van een dier?”

Misschien kan die vraag pas in het Antropoceen gesteld worden: pas als iets aan het verdwijnen is, gaat men het onderzoeken. Nieuwsgierigheid uit nostalgie. De meeste kunstenaars in de Garage maken wel kunst over dieren maar de mens houdt het heft stevig in handen. Ze zijn onderwerp en grondstof. Behalve bij Semâ Bekirovic. Zij gaat verder. Bekirovic toont in Garage twee werken. Het eerste is een video, The others. Daarin zien we een picknickkleed vol lekkernijen. De gasten op dit dejeuner sur l’herbe zijn alleen geen mensen maar dieren, gefilmd met een aan een boom bevestigde bewakingscamera.

Bekirovic werkt vaker samen met dieren. Zo liet ze slakken over papier kruipen en met hun slijm een tekening maken en liet ze bijen hun gang gaan met gebruiksvoorwerpen van de Ikea. Het dier als kunstenaar, of in ieder geval als medewerker.

Kraaiennest van klerenhangers

Het tweede werk dat ze bij Garage zou tonen heet For the Birds. De dakramen van het gebouw smeerde ze in met plantenvet, waarop vogelzaad werd gestrooid. „Garage Rotterdam is zo een levensgrote vetbol voor vogels geworden, die deze winter het dak tot leven tikken”, schrijft Ruigrok. Hoe de vogels dat zouden doen is helaas niet meer te volgen; het werk moest al een week na de opening van de tentoonstelling weggehaald worden wegens gevaar voor overlast door ongedierte. Metamorfose was toen nog niet opgetreden; het werk was nog niet door vogels of andere dieren ontdekt.

Meer werk van Bekirovic is gelukkig te zien in het net uitgekomen boek Reading by Osmosis. Nature Interprets Us. Daarin probeert Bekirovic echt de rollen om te draaien. Ze verzamelde kunstwerken die niet door mensen zijn gemaakt, maar door dieren, planten, rivieren, de zon of de zee.

De eerste foto in het boek toont een stenen vaas die door eendenmossels is gekoloniseerd, hetgeen tot een schitterend decoratief patroon heeft geleid, te toevallig om bedacht te lijken. Een andere foto toont een kraaiennest gemaakt van klerenhangers, regen die van een rol wc-papier een sculptuur maakt.

In de inleiding schrijft Bekirovic: „Of het nu veroorzaakt is door een dier of de natuur, elk van deze resultaten heeft zijn eigen schoonheid – een schoonheid die verrassend vaak doet denken aan de hedendaagse kunst.”

Ik vraag me af of dit wel verrassend is. Het is waarschijnlijk de moderne kunst die ons voor dit soort voorwerpen gevoelig heeft gemaakt. Ik vind bijvoorbeeld de verkleuringen in de aarde die aangeven waar een prehistorisch gebouw heeft gedaan ontroerend mooi, maar zou ik dat ook gevonden hebben als ik nog nooit een schilderij van Mark Rothko had gezien?

Geological Discovery van Idiots. Foto Aad Hoogendoorn

Volgens Oscar Wilde hadden de Londenaren de Londense mist nog nooit gezien voor Whistler hem schilderde. „Waarschijnlijk is er al eeuwenlang mist in Londen. Ik durf te zeggen dat het er was. Maar niemand zag het, en daarom wisten we er niets van. Het bestond niet, totdat de kunst het uitvond.”

Een ander bezwaar dat je tegen het idee van kunst van dieren zou kunnen inbrengen is dat dieren het nooit zo zullen bedoelen, enkele uitzonderingen daargelaten, zoals de prieelvogel. Maar weten mensen zo goed wat ze willen en bedoelen? Wat is het verschil tussen een stad en een mierenhoop?

De hele twintigste eeuw zijn kunstenaars juist bezig geweest om intentie uit hun werk te bannen; om juist niets te bedoelen, zie het werk van Hans Arp of Paul Klee of herman de vries, die in 1975 blaadjes van een appelboom op een stuk papier liet dwarrelen en dat als kunstwerk tentoonstelde, drie maal zelfs, het resultaat van één, twee of drie uur onder zijn appelboom.

Ik denk dat de vries, Arp en Klee de slak, de hond, de klimop en de regen wel als collega’s willen verwelkomen. Misschien zullen ze er zelfs hun meerdere in erkennen.

Maar of ze dan met hun werk aan de gang mochten gaan? Hun werk wordt niet blootgesteld aan de elementen, het mag niet vergaan. In een wereld waarin alles altijd verandert is kunst juist wat hetzelfde moet blijven en vaak blijft; uit het verleden is het juist kunst die bewaard wordt. Geen metamorfoses meer. Een kunstwerk is een eindpunt. Hij is uit de keten genomen. We hebben de Leeuwmammoetmens nog, we hebben die appelboomblaadjes uit 1975 nog. Vita brevis, ars longa, ook al werd de banaan van Cattelan op de kunstbeurs door een andere kunstenaar, David Datuna, opgegeten. Bananen genoeg. De kopers van Cattelans banaan hebben beloofd elke twee dagen de banaan door een nieuw exemplaar te vervangen. Hij moet rijp blijven, hij mag niet rotten.

Animalia, Garage Rotterdam, t/m 18 april. garagerotterdam.nl.

Semâ Bekirovic. Reading by osmosis. Nature interprets us. Met een essay van filosoof Michael Marden. Nai010publishers. 19,95 euro.