Opinie

Wie rechtsstaat niet respecteert mag niet regeren

duitsland

Commentaar

Opeens gebeurde wat niet mocht. In Thüringen werd een politicus van de kleine liberale FDP vorige week minister-president met steun van de CDU én met gedoogsteun van de rechts-radicale AfD. Na een nationale politieke storm over samenwerking met de Alternative für Deutschland legde hij zijn functie snel weer neer.

Het kortstondige politieke waagstuk in de regio leidde ook vrijwel onmiddellijk tot een crisis in regeringspartij CDU rond de opvolging van bondskanselier Merkel. De partijleiding van de CDU had zich tégen samenwerking met de AfD uitgesproken, maar CDU-voorzitter en beoogd kanselierskandidaat Annegret Kramp-Karrenbauer had de regionale CDU niet onder controle. Na de soloactie van de Thüringers trok ze zich terug als beoogd opvolger van Merkel. De partij moet nu op zoek naar een nieuwe voorzitter en kanselierskandidaat. Merkel wil na de Bondsdagverkiezingen, die in principe voor 2021 op de agenda staan, uit de politiek stappen. In Duitsland wordt inmiddels ook rekening gehouden met vervroegde verkiezingen.

De politieke crisis in Thüringen en de CDU draait om een vraagstuk dat raakt aan de kern van de democratie: hoe om te gaan met politici en partijen die grondrechten lijken te schenden maar toch een substantieel deel van de kiezers aan zich weten te binden?

De AfD, de derde fractie in de Bondsdag, is een partij waarvan steeds onduidelijk blijft of ze het democratische bestel wel echt onderschrijft. Ze zaait haat door vluchtelingen en migranten als groep steeds in een kwaad daglicht te stellen. Alexander Gauland, voormalig partijvoorzitter en een van de fractievoorzitters in de Bondsdag, zei eens dat „Hitler en de nazi’s slechts een vogelpoepje in duizend jaar succesvolle Duitse geschiedenis” zijn. Delen van de partij worden door de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst geobserveerd.

Zo bezien is het begrijpelijk dat kanselier Merkel de constructie in Thüringen snel en resoluut afkeurde. Merkels CDU moet zich wel afvragen of ze de laatste jaren niet zover naar het midden is geschoven dat ze aan de rechterkant van het politieke spectrum te veel ruimte heeft gelaten. Een partij uitsluiten is relatief eenvoudig. Voorkomen dat een partij met antidemocratische uitgangspunten tot wasdom kan komen is een stuk moeilijker. De uitdaging is de AfD-kiezers met fatsoenlijke voorstellen te overtuigen dat hun grieven gehoord worden.

De CDU komt nu precies voor die keuze te staan. De potentiële kandidaten voor het leiderschap vertegenwoordigen zowel de middenkoers die Merkel de afgelopen jaren gevolgd heeft als een rechtser profiel. De keuze die de partij maakt is uiteraard in eerste instantie van belang voor Duitsland, maar gezien het Duitse gewicht in de EU indirect ook voor Nederland. In Brussel, waar Duitsland in de tweede helft van dit jaar het roulerend EU-voorzitterschap op zich neemt, sprak men al de zorg uit dat de interne debatten Duitse initiatieven in Europa kunnen afremmen.

Uitsluiting van partijen is een zwaar middel. Maar partijen die de grondrechten schenden hebben in het bestuur van een democratie niets te zoeken. Wie met die partijen in zee gaat legitimeert gedachtegoed dat ongrondwettelijk is. Dat geldt zowel op nationaal als op regionaal niveau, in nationale hoofdsteden evengoed als in deelstaten en provincies. Wie, zoals de AfD, steeds weer onduidelijkheid schept over de trouw aan democratische uitgangspunten, loopt het risico gemeden te worden.