Opinie

Achter een lach zit meer dan alleen vrolijkheid, dus waarom lach ik dan?

Emotie Lachen heeft vaak weinig met vrolijkheid te maken, schrijft Sytske Frederika van Koeveringe. Zelf kan zij slecht of verdrietig nieuws niet zonder lach verstouwen.

Foto’s Getty Images

Vaak, echt vaak krijg ik te horen dat ik goedlachs ben, niet lang erna volgt de vraag (het is eerder een constatering) of ik altijd vrolijk ben. Als ik niet lach is er iets (‘is er wat, hmm?’). Wanneer iemand dit opmerkt ga ik na of ik inderdaad vrolijk ben, dit doe ik sinds 2013. Al deze observaties zijn uitgegroeid tot een lach-archief.

Ja, ik houd bij wanneer ik lach, hoe ik lach en hoe lang die lach duurt. Al moet ik eerlijk bekennen dat ik ook andermans lach bijhoud: ik tel de seconden wanneer iemand lacht als ik niet begrijp waarom er wordt gelachen. Ik heb een observatieonderzoek gehouden (ik schreef gedurende lange tijd in een boekje op wanneer ik iemand vrijuit en openlijk zag lachen, hieruit heb ik een toptien gehaald), ik lees alles wat over lachen gaat en hou reclames, films, literatuur, beeldende kunst en muziek bij waarin het lachen aan bod komt. Ook volgde ik mensen op straat die lachten, archiveer gesprekken die over lachen gaan maar ook mailwisselingen of sms’jes waarin gelachen wordt (‘HAHA ik ga stuk’ of: ‘je mail doet me lachen’). Omdat ik voelde dat er achter een lach (die vaak plotseling verschijnt en even snel weer verdwijnt) veel meer zit dan enkel vrolijkheid. Maar als ik dit probeer aan te kaarten in een gesprek, wordt dit vaak (hoe ironisch) weggelachen.

Hoe werkt een lach eigenlijk? Waarom is het me al die jaren niet gelukt om de lach te vangen? Maar ook, hoe verhoudt het woord lachen zelf zich tot de lach; zijn er woorden om een lach te omschrijven zoals die is, of is dat net zoiets als bij een gevoel of een geluid: alleen maar in logge begrippen te vangen?

De Franse filosoof Henri Bergson schreef in 1900 in zijn essay Het lachen (kort door de bocht) dat wij lachen zodra er iets gebeurt wat uit zijn context valt. Bijvoorbeeld wanneer iemand valt en een voorbijganger hierom in de lach schiet. Wat valt er te zeggen over die lach? Misschien zijn er mensen die hierom lachen omdat ze óók een sadistische kant met zich meedragen of omdat ze diegene belachelijk vinden. Maar Bergson zegt dat de lach die ontsnapt ontstaat uit het onverwachte en dat die van alles kán zijn: inleving, empathie, onwetendheid of onhandigheid.

Als ik in mijn lach-logboek duik, lees ik dat ik onder andere hard heb gelachen toen een man klaarkwam op het been van mijn vriendin. Hij volgde ons ’s nachts zich al aftrekkend in de straat waar ik woon. Toen hij was klaargekomen, ritste hij zijn gulp dicht en rende weg. Wij stonden totaal perplex, verlamd (ik gilde van het lachen).

Ik lachte om een meisje dat een handstand deed op een perron, om een huppelende man op straat en ik heb veel gelachen toen ik te horen kreeg dat ik (om de tumor in mijn borst te bestrijden) een chemokuur moest ondergaan. Deze lachen hebben allesbehalve te maken met humor of vrolijkheid, eerder met, zoals Henri Bergson beweert, het onverwachte.

Op filosofie.nl vond ik een paar jaar geleden een artikel dat op basis van een aantal filosofen (onder wie Plato en Thomas Hobbes) het lachen in drie categorieën verdeelt. Een ervan is de superioriteitstheorie: hierin lachen mensen als een schouderklop voor zichzelf, zij zien een lach als overwinning op een ander of op zichzelf. Dit lachen wordt in verband gebracht met lelijkheid, geen maat kunnen houden, vernedering, agressie en egoïsme. Anders vertaald: die ‘gekke gozer’ die ons volgde en klaarkwam op het (blote) been van mijn vriendin, die grijns die hij toen op zijn smoel had, beschouw ik als superioriteitstheorie (en walgelijk). Maar ook de agent die ik aan de lijn had en lachend zei dat ze ons hier niet verder mee konden helpen.

In de Middeleeuwen werd lachen als iets negatiefs beschouwd

De tweede theorie is de ontlading-van-spanning-theorie, hierin wordt lachen gezien als het moment dat de spanning voor ons lichaam te veel wordt en een uitweg probeert te vinden. Sigmund Freud vindt dit een goede verklaring voor waarom we lachen. Volgens hem leggen volwassenen zichzelf allerlei regels op, bijvoorbeeld dat ze niet ongecontroleerd mogen lachen of gek doen, terwijl ze dit wel willen. Deze zelfcontrole veroorzaakt spanning en negatieve energie.

Humor/lachen is een manier om die spanning los te laten en het kind in ons ruimte te geven. Ik denk dat ik deze theorie kan plakken op de situatie toen ik bij de oncoloog zat (en te horen kreeg welke bijwerkingen bij een chemokuur horen). Het liefst had ik ofwel de hele ruimte kort en klein geslagen of gewoon keihard gedanst (maar dat is ongepast en ‘gek’ in zo’n setting).

Al past deze theorie ook bij het moment dat die man op het been van mijn vriendin klaarkwam en ik hierom heb gegild van het lachen (mijn lichaam liet overduidelijk zien dat ik op dat moment geen controle had in die situatie). De ontlading-van-spanning- theorie moet ook een reden zijn dat het lachen (bij mij in ieder geval) soms zulke rare en verschillende geluiden maakt.

Als laatste heb je de ongerijmdheidstheorie en kom ik terug bij Bergson. Volgens deze theorie moeten we lachen wanneer we iets zien of horen wat niet overeenkomt met onze verwachting of wanneer iets afwijkt van de norm.

Deze theorie kan ik koppelen aan het moment dat het meisje een handstand deed op het perron (niemand loopt op handen op het perron) of om die huppelende man op straat (huppelden er maar meer mannen!). Maar ook zeker aan die goorlap op straat en aan de afspraak bij de oncoloog.

Alleen: nergens lees ik dat je alle drie of twee theorieën op hetzelfde moment in één lach kan ervaren. Wat me dan wel weer duidelijk is, is dat geen van deze drie ook maar iets te maken hebben met vrolijkheid of humor. Maar waar komt dat beeld dan vandaan?

In het begin van de Middeleeuwen werd lachen als iets negatiefs en zelfs als iets lelijks beschouwd, men vond het een ongecontroleerde lichaamsfunctie die men verbond met de duivel. Er werd gedacht dat het slecht voor de gezondheid was!

Lees ook dit artikel van cabertier en filosoof Tim Fransen: Lachen, gieren, leren – de lach is niet oppervlakkig

Tegenwoordig lijkt het lachen in ons zijn en in de omgang met de ander zodanig te zijn verweven dat je raar wordt aangekeken als je niet lacht.

U moet weten dat ik glimlachen niet als echt lachen ervaar omdat dat in mijn beleving geveinsd overkomt. Al weet ik dat een glimlach tegelijkertijd verschillende gemoedstoestanden kan uitdrukken: ironie, sarcasme, onverschilligheid, vriendelijkheid. Ze (ik vind lachen een zij) kan ingetogen verschijnen, verlegen en worden ingezet tijdens een ontmoeting met een caissière, met een doktersassistente, wanneer ik bel met iemand van de gemeente of als iemand mij de weg vraagt. Gewoon mensen die je niet goed kent maar voor wie je wel zo’n fakeglimlach opzet, uit beleefdheid of om een gesprek soepel te laten verlopen, eventuele stiltes vóór te zijn.

Een lange, schaamteloze lach daarentegen is fysiek, groter dan jij, iets wat eventjes verraadt hoe jij óók bent. Het masker dat je draagt kan door een spontane lachsalvo van je af druipen. Er ontstaan geluiden waar je je wellicht voor schaamt, je gezicht wordt in een positie gewrongen die meer over je zegt dan een glimlach. Misschien laat je tranen lopen tijdens het lachen of sla je je benen over elkaar omdat je bang bent dat je moet plassen, misschien loop je rood aan of moet je je ergens aan vasthouden omdat je je grip verliest. Ik vind het mooi om te zien hoe een mens zich in een uitbundige lach kan verliezen en zich daarna hard probeert te fatsoeneren. Dit alles vind ik niet tijdens een glimlach.

Doordat de lach met alleen de letters H en A wordt geschreven, blijft een bericht (zoals ‘hahaha’) abstract. Is het niet vreemd en soms zelfs zonde dat het lachen alleen maar met deze twee letters wordt geschreven? Dit maakt een lach zoveel platter en holler dan wanneer je iemand echt hoort lachen.

Al kun je het ook zo bekijken: de letter H verbeeldt de lucht die in een lach zit. En de letter A (of een andere klinker die je uitstoot) zorgt voor het geluid dat er tussen het ‘happen naar lucht’ zit. Hij staat voor het geluid, de kreten die ontstaan. De meeste lachen bestaan uit korte lettergrepen die elkaar snel opvolgen, zoals ha-ha-ha of hi-hi of ho-ho, maar zelden een combinatie: ha-ho of hi-ha.

En wat valt er dan over het woord lachen te zeggen…? Tja dat woord is gewoon jammer man, zoals zoveel Nederlandse woorden waarin de totale ervaring ontbreekt.

Ik weet dat je door te lachen gauw miscommunicatie veroorzaakt, verkeerde signalen afgeeft (als iemand iets verdrietigs vertelt en je prompt in de lach schiet bijvoorbeeld), het kan kwetsbare momenten dichtslaan.

Maar ik weet ook dat ik zonder lach slecht of verdrietig nieuws niet goed kan verstouwen. Sterker nog, zonder lachen durf ik minder.

Het lachen an sich geeft mij moed om een gesprek of een situatie aan te gaan.

Behalve dat lachen als een houding kan worden gezien, geeft het letterlijk lucht. Het kan in een pijnlijke situatie als pauze worden ingezet, als een klein beetje tijd om met moeilijk nieuws om te gaan.

Per lach ontspan en relativeer ik.

Het lachen (samen of alleen) maakt mij kwetsbaar, open, rijker.

Wist u dat huilen en lachen de enige twee emoties zijn die een fysieke uitbarsting zijn? Dit beweerde de Duitse filosoof Helmuth Plessner in 1941: Het zijn emoties die je fysiek niet onder controle hebt, het lijf overrulet de persoon. Ons denken of bewustzijn blijft buiten spel, hoe gênant we het ook vinden, ons lichaam neemt de leiding over van ons verstand en we barsten in lachen of huilen uit. In zekere zin zijn het evenwichtsstoornissen: we kunnen ons niet meer beheersen. De balans tussen het lichaam-dat-we-zijn en het-lichaam-dat-we-hebben is verstoord.

Ha!

Dus die keer dat ik bij de oncoloog zat en zoveel moest ‘lachen’ kan worden gezien als een evenwichtsstoornis! Opgekropte zenuwuitbarstingen die eruit spatten en mijn complete lijf een moment in ontlading brachten. Lachen is dus óók de spanning die te hoog oploopt, het lijf dat dit niet kan verkroppen en in de lach schiet. Oftewel, het liefst wegschiet. Wat me weer terugbrengt bij die ontlading- van-spanning-theorie.

Als ik dit zo lees vind ik het niet eens zo gek dat ik ‘goedlachs’ ben. Ik bedoel: er zijn alleen maar onverwachte en dus spannende situaties. Ik vind alles spannend: het uitkiezen en kijken van een film, naar de supermarkt, kapper of dokter gaan. Berichtjes ontvangen of versturen, bellen, überhaupt het hebben van een gesprek geeft me meerdere malen kortsluiting. Iemand ontmoeten. Elke dag minimaal vijfentwintig evenwichtsstoornissen.

Al kan je het lachen ook als een spel zien. Ja, letterlijk spelen. Beide hebben ruimte en verschillende invalshoeken nodig en waar ruimte is verschijnt plezier. Maar laat het nou net zo zijn dat zodra we als kind bewust worden van het volwassen zijn, we het spelen steeds verder wegdrukken (en in een dagelijkse routine terechtkomen – waar spel meestal niet is toegestaan).

Lees ook: Ik wil grappig(er) worden, daar is een cursus voor

Misschien is het plezier of lol hebben an sich leeg, maar het is ontzettend nodig. Je vermaken, je kunnen (en durven) laten gaan in een lach en hierop voortborduren (door een lach) vind ik het allermooiste wat er is. Dat een lach zoveel verschillende vormen kan aannemen in één moment, dat is toch bewonderenswaardig?!

Dit is een bewerkt hoofdstuk uit het boek Dag nacht licht toch - Een lach archief van Sytske Frederika van Koeveringe dat op 13 februari is verschenen.