Venlo koopt album met historische foto’s van de stad

Oudste stadsfoto’s Venlo heeft een 19de-eeuws album gekocht vol foto’s die de legerarts Van der Grijp maakte van Venlo en andere Nederlandse steden.

Het Oudste huis in Venlo, hoek Gasthuisstraat en Vleestraat, foto uit circa 1855-1870.
Het Oudste huis in Venlo, hoek Gasthuisstraat en Vleestraat, foto uit circa 1855-1870. Foto Petrus Jan van der Grijp

De gemeente Venlo heeft een negentiende-eeuws fotoalbum verworven met de oudst bekende foto’s van Venlo en zeven andere Nederlandse steden. Venlo kocht het album voor een niet bekendgemaakt bedrag van kunst- en fotohistoricus Flip Bool, die het album in 2011 ontdekte in een antiquariaat.

Bool (1947), oud-directeur van het Nederlands Fotoarchief, deed met de hulp van velen uitgebreid onderzoek naar het album met bijna vierhonderd ingeplakte en deels losliggende zout- en albuminedrukken, technieken uit de begindagen van de fotografie. De kunsthistoricus publiceerde het complete album en zijn bevindingen online, op foundphotography.nl.

Lees meeer over het album: Blik terug in de tijd op oudste foto’s van Nederlandse steden

Na honderden uren „detectivewerk” en biometrische gezichtsvergelijking door de Universiteit Twente onthulde Bool ruim een jaar geleden in een interview met NRC de naam van de vermoedelijke fotograaf: de militaire arts Toon Bauduin (1820-1885).

Die conclusie heeft Bool inmiddels herroepen. Onder de vele reacties die hij op het krantenartikel kreeg, zat die van een medewerker van het Gemeentearchief Venlo. Deze „gouden tip” leidde naar een andere militaire arts, Petrus Jan van der Grijp (1819-1897). Waarom Van der Grijp beslist de tot nu toe onbekende pionier van de Nederlandse fotografie was en niet Bauduin, legt Bool uit in een nieuw hoofdstuk op de eerder genoemde site.

In het album zijn 21 topografische foto’s van Venlo opgenomen. Ook bevat het album de vroegst bekende foto’s van Breda, Delft, Gorcum, Leeuwarden, Zierikzee, Zutphen en Zwijndrecht, voor het merendeel garnizoenssteden.

Bool tipte het Rijksmuseum destijds vergeefs over zijn vondst. Naar zijn oordeel hoorde het daar immers thuis naast andere vroeg negentiende-eeuwse fotoalbums. Het museum liet later echter nooit meer iets van zich horen.