Terrorisme loont – en andere onaangename waarheden

Interview terrorisme-expert Teun van Dongen onderzocht de effecten van terrorisme en terreurbestrijding. Een gesprek in vijf stellingen. „Jihadisten zijn opportunisten.”

Extra controles na de aanslag op redactielokaal van Charlie Hebdo in Parijs in 2015.
Extra controles na de aanslag op redactielokaal van Charlie Hebdo in Parijs in 2015. Foto Francois lo Presti/Getty Images

De laatste grootste jihadistische aanslag op Europese bodem, op de Ramblas van Barcelona, dateert van meer dan twee jaar geleden (augustus 2017; zestien doden, honderdtwintig gewonden). Zulke grote aanslagen bleven Nederland bespaard. Het dreigingsniveau werd zelfs verlaagd.

Terrorisme-expert Teun van Dongen: „Het land is angstiger, minder verdraagzaam.”

Tijd voor terrorisme-experts om een eerste balans op te maken. Wat werkte de afgelopen jaren in de strijd tegen terrorisme? Welke winst boekten de jihadisten?

Teun van Dongen promoveerde in 2014 op terrorismebestrijding en publiceerde in 2017 Radicalisering ontrafeld. Tien redenen om een terroristische aanslag te plegen. Begin deze maand verscheen er een nieuw boek van zijn hand: Te vuur en te zwaard. Effectiviteit en overdaad in de westerse strijd tegen terrorisme. Hierin evalueert hij de strijd tegen islamitisch terrorisme. Ook formuleert Van Dongen onwelkome boodschappen, zoals de winst die jihadisten behaalden. Een gesprek in vijf stellingen.

1 Islamitisch terrorisme loont

Vijftien jaar geleden publiceerde de Pakistaanse Brit Shehzad Tanweer een videotestament op internet nadat hij en drie andere terroristen in Londen een aantal metrostellen, een bus en zichzelf hadden opgeblazen. Vijftig burgers kwamen om, zevenhonderd raakten gewond. „Wat jullie nu hebben gezien”, citeert Van Dongen Tanweer uit de video, „is nog maar het begin van een reeks aanvallen die doorgaat en sterker wordt totdat jullie je troepen uit Afghanistan en Irak terugtrekken”.

Het bleken profetische woorden. Veel aanslagen in het Westen volgden. De eerste golf, in 2004 begonnen, duurde tot ongeveer 2007 en was geïnspireerd door Osama bin Laden en Al-Qaida , de tweede (2014-2016) door terreurorganisatie Islamitische Staat. Verspreide aanslagen van jihadistische eenlingen, zoals onlangs in Londen, vormen de uitlopers van de tweede golf.

De drijfveer was vaak dezelfde, zegt Van Dongen. „Wij denken vaak dat de aanslagen vooral gericht waren tegen het Westen en zijn levensstijl. Maar daarachter zat ook vaak het verlangen om het Westen uit het Midden-Oosten weg te krijgen, zoals Tanweer in 2005 schreef.” Terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Saoedi-Arabië was ook een van de motieven achter de aanslagen van 11 september 2001.

Tot op zekere hoogte wordt dit doel van de jihadisten nu gerealiseerd, constateert Van Dongen. De Amerikaanse presidenten Barack Obama en Donald Trump kondigden aan troepen uit het Midden-Oosten te willen weghalen. Dat gebeurde, zij het deels, uit Syrië en Irak. In Afghanistan, waar Nederland ook meevocht, was de Amerikaanse terugtrekking substantiëler. „Veel jihadisten”, zegt Van Dongen, „zien de terugtrekking als een eerste, belangrijke stap op weg naar hun allerbelangrijkste doel – vestiging van een islamitisch kalifaat. Dat laatste is overigens nog altijd ver weg.”

Een direct verband tussen jihadistische aanslagen en de terugtrekking van westerse troepen deed zich voor in maart 2004. Toen werden in Madrid 191 mensen gedood en 2.050 verwond nadat zelfmoordterroristen van Al-Qaida vier treinstellen hadden opgeblazen. Het gebeurde midden in verkiezingstijd. De nieuwe, socialistische regering van premier José Luis Zapatero trok de Spaanse troepen uit Irak terug, conform de eis van de Al-Qaida-terroristen.

Daarna werd het verband tussen terrrorisme en terugtrekking van westerse troepen veel minder duidelijk. De tegenwoordige terugtrekkingsplannen zijn eerder een gevolg van het falen van westerse krijgsmachten om guerrilla-achtige bewegingen van de Taliban en IS effectief te bestrijden, zegt Van Dongen. „Dat heeft ervoor gezorgd dat steeds meer het beeld ontstaat van zinloze oorlogen die we daar aan het voeren zijn.”

Een duidelijker, directer verband tussen aanslagen in het Westen en gerealiseerde doelen ziet Van Dongen in de kwestie van ‘beledigingen van de profeet Mohammed’. In januari 2015 doodden twee Al-Qaida-terroristen om deze reden acht journalisten en cartoonisten in het redactielokaal van Charlie Hebdo in Parijs. De Afghaanse ‘messteker’ op station Amsterdam CS verwondde in de zomer van 2018 twee Amerikaanse toeristen, uit woede over een cartoonwedstrijd die PVV-leider Geert Wilders over de profeet Mohammed wilde houden. Eenzelfde soort motief speelde ook bij de moord op Theo van Gogh in 2004.

Met name de aanslag op Charlie Hebdo deed kunstenaars de angst om het hart slaan. Cartoonist Ruben Oppenheimer luidde de laatste jaren geregeld de noodklok over wat hij zag als de afgenomen vrijheid van meningsuiting voor vakgenoten. Cabaretier Hans Teeuwen bekende in 2017 geen grappen meer te maken over de Profeet. Uit angst. „Je kan er voor doodgeschoten worden”, zei hij. „En dat is ook al gebeurd, meer dan eens.” Charlie Hebdo werd „moe van Mohammed”, zei de nieuwe hoofdredacteur en ging minder – en kleinere – spotprenten over de Profeet publiceren.

Lees ook over het onderzoek naar Syriëgangers ‘Ik was soms verbaasd over de naïviteit’

2 Repressie van terrorisme loont ook

Is het hiermee 2-0 geworden voor gewelddadige jihadisten versus de westerse samenlevingen? Dat nou ook weer niet, blijkt uit Van Dongens boek. Repressie door politie en justitie, op de achtergrond geholpen door de AIVD, werkt, schrijft hij. Oude netwerken zoals de Hofstadgroep zijn opgerold en nieuwe netwerken, zoals vorig jaar in een vakantiehuisje bij Weert, werden ontmanteld. De internationale samenwerking tussen politie- en inlichtingendiensten verbeterde; veel aanslagen werden verijdeld.

Inmiddels debatteren terrorisme-experts over de vraag of politie en veiligheidsdiensten nog evenveel capaciteit voor contra-terrorisme moeten blijven inzetten als de afgelopen jaren. Na 2007 werd de inzet ingekrompen, diensten als de AIVD raakten bijna een derde van hun budget kwijt en vervolgens werd iedereen verrast door nieuwe golf van IS-aanslagen.

Van Dongen: „Het gevaar van blijvende inzet van veel mankracht op terrorismebestrijding is dat je gaat zoeken naar terrorisme dat er niet is. Criminalisering van vrij onschuldige radicaal-islamitische uitingen ligt dan op de loer.” Hij raadt diensten aan in de leer te gaan bij het bedrijfsleven. „Voor bedrijven zijn pieken en dalen in bepaalde afzetmarkten heel gewoon. Geheime diensten moeten niet groter zijn dan strikt noodzakelijk is.”

3 Jihadisten zijn opportunisten

Het komen en gaan van aanslagengolven heeft te maken met een, volgens Van Dongen, weinig opgemerkte eigenschap van gewelddadige jihadisten. „Ze worden in de media vaak afgeschilderd als overtuigde gelovigen, zoals ze zichzelf graag zien. Maar ze zijn ook opportunisten. Die komen pas in actie als zich een gunstige omstandigheid voordoet en ze met minimale middelen maximaal effect kunnen realiseren.”

Zo’n gunstige omstandigheid was de Syrische burgeroorlog en de oprichting van het islamitisch kalifaat in oktober 2014 in Mosul, Irak. „Het slagveld en het kalifaat waren gemakkelijk te bereiken. Dat trok ineens veel mensen aan uit een groep jihadisten die daarvoor niets deed en nu ook liever thuisblijft en zich koest houdt nu het kalifaat verdwenen is.”

Geheime diensten moeten het ontstaan van zulke kansen, zoals in 2014, tijdig opmerken, zegt Van Dongen, en daarnaar handelen. De verschijning van nieuwe charismatische leiders, ook in Nederland, hoort daarbij. Die kunnen voortkomen uit de kring van de inmiddels tientallen opgesloten Syriëgangers. Van Dongen wijst op de overlap en continuïteit tussen diverse golven van terrorisme. Zo hadden sommige Syriëgangers een portret van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, in huis hangen.

4 Deradicaliseringsprogramma’s zijn grotendeels mislukt

Als vrijgekomen uitreizigers zich straks ontpoppen tot nieuw gevaar, kan dit mede komen door een falende deradicaliseringsaanpak. Programma’s die in de gevangenis en daarna worden toegepast om hen te verlossen van gewelddadige aandriften, kennen grote gebreken, schrijft Van Dongen. „Dick Schoof, toentertijd Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, gaf augustus 2017 zelf toe dat deradicalisering van teruggekeerde Syriëgangers nog een beetje trial and error was.

De programma’s lijden al tien jaar aan vage doelstellingen en een gebrek aan goede methoden om de effectiviteit te meten. Van Dongen: „In het begin kon je nog zeggen dat dit samenhing met de experimentele fase. Maar die zou nu toch wel voorbij moeten zijn.”

De onduidelijkheid zit volgens hem hierin: Wat moeten zulke programma’s bereiken? Verandering van opvattingen? Maar welke opvattingen dan? „Als je geweld op tactische gronden afwijst, maar niet principieel afwijst, ben je dan gederadicaliseerd? Je kunt daar ook gewoon over liegen.” Of gaat het om verandering van gedrag? Loskomen van bepaalde netwerken en personen? „Dan is vaak niet duidelijk waar je je dan precies van moet losmaken.”

Tegen de veel gehoorde stelling ‘baat het niet, schaadt het niet’ verzet Van Dongen zich. „Er zijn te veel voorbeelden bekend van programma’s waar moslims ten onrechte heen werden gestuurd. Die voelden zich daardoor gestigmatiseerd en gediscrimineerd.” Britse jongeren die rondliepen met de button ‘Free Palestine’ kregen zo’n programma opgelegd.

Van Dongen bepleit meer experimenten zoals in Rotterdam. Daar worden jongerenwerkers, ervaren in het omgaan met probleemjongeren, in contact gebracht met radicale islamitische jongeren. „Dat levert vaak een andere, praktischer aanpak op.”

5 De radicaal van vandaag is niet de terrorist van morgen

Het Nederland uit pakweg 2014, het laatste jaar voor de golf van IS-aanslagen tegen het Westen, is een ander Nederland dan dat van 2020, constateert Van Dongen. „Het is angstiger, minder verdraagzaam tegenover afwijkende meningen en gedragingen.” Als voorbeeld noemt hij de aanpak van geweldloze klimaatactivisten van Extinction Rebellion. Vijf van hen kregen vorig jaar ongevraagd bezoek van de inlichtingendienst van de politie. „Zwaar overdreven ”, vindt Van Dongen.

Als legitimatie voor zo’n benadering gebruiken autoriteiten vaak de steppingstone-theorie, afkomstig uit drugsbestrijding. De gedachte is dat gebruik van softdrugs leidt tot het gebruik van harddrugs. Naar analogie hiervan worden sommige nieuwe protestbewegingen gezien als voorportaal van gewelddadige varianten. Mede daarom beschouwde de FBI de antikapitalistische Occupy-beweging in 2011 als ‘binnenlandse terroristische organisatie’.

Van Dongen wijst de stepping-stone-theorie af. „Het is maar een enkele keer gebeurd dat er een aanwijsbare overlap en overgang zat tussen gewelddadige extremisten en ‘gewone’ activistische bewegingen. Dat gebeurde alleen bij de Rote Armee Fraktion in Duitsland en Weather Underground in de VS. En zelfs daar ging het voor een groot deel om mensen die niet eerder onderdeel van de protestbewegingen waren. Ze gingen pas geweld gebruiken in reactie op grof politiegeweld.”

Ook de Britse overheid wees het verband tussen radicalisme en terrorisme af. In een rapport over Brits jihadisme schreef ze: „Wij geloven niet dat het juist is om radicalisering in dit land te beschouwen als een lopende band die van grieven langs radicalisering naar geweld loopt.”

Angst voor aanslagen verkleint niet alleen ten onrechte de ruimte voor radicale bewegingen, zegt Van Dongen. Het kan ook leiden tot een verkeerde beoordeling van nieuwe gevaren voor de democratische orde, bijvoorbeeld van extreem-rechts. „We bekijken dat vanuit het prisma van aanslagen, zoals de schietpartij in Christchurch in Nieuw-Zeeland vorig jaar, en het gooien van molotovcocktails naar een moskee in Enschede in 2016. Daardoor missen we andere strategieën die deze bewegingen volgen.”

Zo is extreem-rechts volgens hem veel meer gericht op het beïnvloeden van politiek en bestuur dan op het gewelddadig jihadisme, dat eerder polarisatie tussen moslims en niet-moslims beoogt. „Dat betekent bijvoorbeeld dat extreem-rechts lokaal via inspraakorganen probeert invloed uit te oefenen of banden met politieke partijen aan te knopen.”

Dries Van Langenhove, oprichter van de extreem-rechtse organisatie Schild & Vrienden, werd een jaar geleden lijsttrekker voor Vlaams Belang in het Belgische West-Brabant. In Nederland zette Forum voor Democratie – inmiddels in ledental de grootste politieke partij – in 2017 een lid van de extreem-rechtse Nederlandse Volksunie uit de partij.

In 2017 de meeste aanslagen uitgevoerd

Correctie (14 februari 2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat in 2017 molotovcocktails werden gegooid naar een moskee in Enschede. Dit gebeurde echter in februari 2016. Dat is hierboven aangepast.