Stoppen na drie generaties markt

Markt Haar grootmoeder begon in 1913 met vis verkopen van een kar in Rotterdam, de hele familie volgde haar voorbeeld. Nu moet Simone Jansen stoppen.

Volgende week is het de laatste keer dat derde-generatie visverkoper Simone Jansen op de markt staat.
Volgende week is het de laatste keer dat derde-generatie visverkoper Simone Jansen op de markt staat. Foto’s Aziz Kawak

Het is op de vroege dinsdagochtend na Ciara nog onstuimig op de markt. Krulsla, bedoeld als versiering tussen de verschillende soorten vis, vliegt ons vanuit de kraam op de hoek van de Binnenrotte en het Grotekerksplein om de oren. Dat een gestoomde makreel vier euro kost, twee voor zeven euro, lees ik op het gele kaartje dat ik van de straat opraap. Simone Jansen loopt weggewaaid plastic achterna.

„Het hing er maar om, vanochtend”, zegt ze. „Ik heb om zes uur gebeld met de marktmeester. Hij zei eerst dat we nog niet mochten uitrijden, maar intussen mogen we toch staan.”

Vijf mensen werken onder het zeil waar de wind pesterig aan trekt. Ze maken vissen schoon en leggen ze waar ze horen: poon bij poon, makreel bij makreel. Veel volk is er nog niet, behalve de bezoeker op zijn scootmobiel die zegt dat het vroeger gezelliger was. Als hij met zijn vis in het mandje wegrijdt, kun je in de zijspiegels zien dat zijn gezicht nóg slechter weer voorspelt.

Simone Jansen haalt haar schouders op. In weer en wind heeft ze hier gestaan, haar leven lang, dus ze is wel wat gewend. Tropische hitte, bibberkou: „Ik vind dit leuk. Dit is mijn leven. Was mijn leven. Het zij zo, het zij zo.” Ze heeft zich erbij neergelegd dat het deze dinsdag de voorlaatste keer is dat zij met haar viskraam op de Binnenrotte staat. Op 18 februari neemt ze afscheid van haar vaste klanten hier, op woensdag 19 en zaterdag 22 februari staat ze voor het laatst op het Afrikaanderplein. Met het overlijden van haar moeder, eind vorig jaar, is de vergunning van viskraam Bijster komen te vervallen.

„Toen mijn vader overleed, ging de vergunning over op mijn moeder. Nu zij overleden is, ben ik hem kwijt. Je kunt hem niet overdoen aan je kinderen. Ik heb bezwaar aangetekend, dat loopt nog.”

Dat wordt bevestigd door Stadsbeheer. Een woordvoerder doet gezien het lopende bezwaar geen uitspraken over deze kwestie, maar zegt in het algemeen dat een vergunning persoonlijk is. Van overdracht kan alleen sprake zijn tussen levenspartners. „Naar kinderen toe doen we dat niet, want dan passeren we de wachtlijsten en die liegen er niet om. We streven ernaar om de plekken op de markt zo eerlijk mogelijk te verdelen. Mevrouw had zich wel kunnen inschrijven.” Bezwaar maken heeft geen schorsende werking.

Simone Jansen Foto Aziz Kawak

Het was haar oma Sanna Bijster die in de vishandel begon. Dat moet in 1913 zijn geweest, ze was toen twaalf, ze ging met een viskar langs de deuren. In 1925 prijkte ze met kar en al op de voorpagina van Groot-Rotterdam; Geïllustreerd Weekblad voor Zuid-Holland en Zeeland, en De Havenloods vierde in juli 1981 haar tachtigste verjaardag onder de kop: „Sanna Bijster 68 jaar visvrouw”. „Ze legde de grondslag voor wat nu een bloeiend familiebedrijf is.” Haar twee zoons leidden Gebroeders Bijster & Co en dochters, schoondochters, kleinkinderen en achterkleinkinderen werkten om het hardst mee, lezen we in de krant.

Een van die zoons was Jan Bijster, de vader van Simone. „Hij ging altijd om half vijf de deur uit om vis in te kopen in Scheveningen en IJmuiden”, zegt Simone (55). „Dan stond hij de hele dag op de markt. Hij ging al op zijn elfde of twaalfde met mijn oma mee met de handkar.” Later kwam Simones moeder ook in de kraam en zo was het voor Simone zelf een logische stap: de vishandel in. „Mijn moeder vond dat ik moest gaan studeren, maar ik was eigenwijs. Ik wilde in de kraam.”

Zo staat ze nu veertig jaar vis te verkopen. „Vis is mijn leven”, zegt Simone Jansen. „Ik vind het best moeilijk om te moeten stoppen. Vanaf dat ik kon tellen ging ik mee naar de veiling. Er zijn collega’s die vragen of ik niet bij hen wil komen werken, maar ik ben altijd zelfstandig onderneemster geweest.”

Ze roemt het vrije leven van een marktkoopvrouw, ofschoon opstaan om drie uur ’s morgens tot de dagelijkse routine behoort. „Als we vrij zijn, slapen we uit tot half zes. Mijn man heeft een visgroothandel, die zit ook al zijn hele leven in de vis, net als zijn vader. Zijn vader en mijn vader hebben nog zaken met elkaar gedaan.”

En nu? „Ik heb ideetjes. Ik ben in Zoutelande wezen kijken naar een pandje. Daar zou ik een bed-and-breakfast kunnen beginnen. Ik zal tot mijn 67ste toch iets moeten doen.”

Dat geldt ook voor de mensen die bij Simone Jansen werken, zoals Mehmed Ekinci. „Door haar vader ben ik visboer geworden”, zegt hij, „dertig jaar geleden.” Vaste klant sinds een jaar of tien Adriaan Wassenaar zal moeten zoeken naar een andere viskraam, op zichzelf niet zo moeilijk want er staan er acht op een rij op de Binnenrotte. „Maar hier koop je goeie vis en niet duur. Nou ja, te betalen.” „Tot volgende week”, zegt hij tegen Simone. „Tot volgende week”, zegt ze nog één keer.