Recensie

Recensie Muziek

Nérija oogt wat braafjes, maar klinkt vreugdevol

Jazz Zes jonge vrouwen en één man uit de bruisende Londense jazzscene vormen Nérija. Hun invloeden lopen sterk uiteen.

De zeven leden van de Britse jazzband Nérija.
De zeven leden van de Britse jazzband Nérija. Clare Shilland

Gezien het aantal bands en projecten waar de individuele leden van Nérija in spelen, zou je denken dat het onmogelijk is om als groep te touren, maar daar staan ze: zes dames en een heer uit de jonge Londense jazzscene. En zo breed als die scene is, zo eclectisch is ook de band. De avond opent met ‘Equanimous’ dat iets van highlife in zich heeft, daarna volgt ‘Nascence’ met een typische Britse broken beat, om vervolgens met hardbop door te gaan.

Afgezien van de genrewisselingen is de opzet wat braafjes, keurig wachten de muzikanten op hun beurt om te soleren, maar dan zijn het wel meteen spannende solo’s. Saxofoniste Nubya Garcia zien we vaker op Nederlandse podia en ook hier blaast ze lijnen die aan Pharoah Sanders doen denken. Trompettiste Sheila Maurice-Grey is bekend van afrobeatband Kokoroko en lijkt zich hier wat in te houden. De in Zuid-Afrika geboren tromboniste Rosie Turton is mogelijk verantwoordelijk voor de hints naar de aanstekelijke township jive in sommige composities.

Lichaamstaal

Gaandeweg de avond wordt steeds duidelijker dat gitariste Shirley Tetteh de belangrijkste en sterkste schakel van Nérija is. Zij speelt op elk nummer en plaatst zich met haar dominante akkoordenspel in de ritmesectie, maar ze kan ook geweldig soleren. Haar passages beginnen contemplatief en monden uit in jubelende uithalen. In alle composities van hun album Blume klinkt die spelvreugde. Daarom is het vreemd dat de lichaamstaal van de muzikanten – op Tetteh na – dat totaal niet reflecteert. Waar de Londense scene doorgaans juist het clubgevoel omarmt, staan de leden van Nérija in Paradiso Noord vrij uitdrukkingsloos te wachten tot de ander klaar is met soleren. Wanneer tijdens een baspartij een plastic drinkbeker valt is dat zelfs even schrikken, zo stil is het. Op het podium wordt niet gedanst, waardoor het publiek dan ook maar de jazzpose aanneemt: hoofdknikken en klappen voor de knappe solo’s. Die zijn er gelukkig genoeg.