Recensie

Recensie Boeken

De raadselachtige dood van Bruce Lee

Alex Boogers In een hybride boek reist Boogers in de voetsporen van zijn postume mentor, vechtheld, acteur en filosoof Bruce Lee. Hij brengt verslag uit in een enorme brief aan zijn eigen zoon, die trouwens meereisde.

Bruce Lee in de film The Way of the Dragon
Bruce Lee in de film The Way of the Dragon

Bruce Lee is een beetje een schlemiel in Once Upon a Time… in Hollywood, de laatste film van Quentin Tarantino. Lee, gespeeld door Mike Moh, verschijnt in beeld als hij ergens op een filmset staat te oreren over zijn fysieke superioriteit: Muhammad Ali zou in een gevecht met hem eindigen als een ‘kreupele’. Waarna stuntman Cliff Booth (Brad Pitt) hem een blaaskakerig onderdeurtje noemt en hij Lee’s lichaam gebruikt voor het indeuken van een autodeur.

De iconische Lee die een pak rammel krijgt: zoiets komt hard aan in de vechtsportwereld, waar Lee een halve eeuw na zijn dood nog steeds een gerespecteerd individu is. Hij wees op het belang van het combineren van vechtstijlen en hij was een van de eerste Hollywoodsterren met een Chinese achtergrond. Lee’s dochter Shannon tekende protest aan tegen het beeld dat Tarantino van haar vader neerzette.

Wat zou Alex Boogers van de film vinden? Once Upon a Time… in Hollywood wordt niet genoemd in De zonen van Bruce Lee, maar het kan bijna niet anders of ook de schrijver heeft zich eraan gestoord. Lee, die vocht en acteerde maar ook filosofeerde, is al decennia zijn postume mentor. In het vechten (Boogers heeft een kickboksachtergrond), maar ook in het schrijven en in het algehele leven zelf.

Lee-de-denker was geen systeembouwer, maar meer iemand die zijn inzichten op de bonnefooi rondstrooide als een presocratische wijsgeer. Zijn filosofische evergreen ‘be water, my friend’, waarmee hij doelde op de macht van het aanpassingsvermogen, doet in de verte aan Herakleitos’ ‘pantha rhei’ denken.

Een heldenleven

Je moet zulk soort dwarsverbanden er wel zelf bij bedenken, want het is niet Boogers’ ambitie geweest om het gedachtegoed van zijn held in een intellectuele context te plaatsen. In een hybride boek reist hij in de voetsporen van Lee (1940-1973) en brengt hij diens leven met zijn eigen leven in verband. Dit alles is opgeschreven in wat in essentie een enorme brief is, gericht aan zijn (Boogers’) zoon. Dat is een wat curieuze greep. Boogers bezocht voor het boek de plekken die belangrijk waren in het leven van Lee (Hongkong, Seattle, San Francisco en Los Angeles), maar deed dat samen mét die zoon, wat betekent dat de brief dus gericht is aan iemand die zo goed als alles wat er in staat al weet. Ook al omdat het niet aannemelijk is dat de vader pas tijdens de reis voor het eerst over Lee of zichzelf vertelt.

Hoogstwaarschijnlijk kwam de brief er vanwege Boogers’ voorkeur voor het emotionele, dat hij als een van de weinige hedendaagse schrijvers ziet als het merg van de literaire schrijverij. Wie al eerder een roman of pamflet van hem las, weet dat hij wars is van opsmuk en dat hij kunst – schrijfkunst – eerder ziet als iets waar het oprechte en echte in door moet schijnen dan het kunstmatige, diepzinnige of dubbelzinnige. Zo is De zonen van Bruce Lee doorspekt met het woord ‘jongen’, een term met een Hazesiaanse bijklank.

Katachtig geschreeuw

Een groot pluspunt aan dit boek is het optimisme. Boogers’ romans Alle dingen zijn schitterend (2012) en Onder een hemel van sproeten (2017) waren domweg looiig, bevatten te weinig tegenwicht om de zware levens van de personages verteerbaar te maken. Maar nu is er een opgewekte, enthousiaste schrijver aan het werk, die in het beschrijven van een heldenleven een verfrissende bron heeft gevonden. Als kind maakte hij bij een oom met een cassetterecorder geluidsopnamen van Lee’s films. Thuis luisterde hij de bandjes dan eindeloos terug en ‘kon hij aan de hand van zijn katachtige geschreeuw precies opmaken welke stoot of trap hij aan zijn belagers gaf’.

Waren het de bijwerkingen van een pijnstiller? Snoepte hij te veel van de marihuana? Werd hij vermoord door de Chinese maffia?

Wel had het kritischer gemoeten. Boogers parafraseert in feite de vele biografieën en documentaires die er over Lee zijn verschenen. En omdat hij op de geboorte- en woonplaatsen van Lee niet echt iets nieuws aantreft had zijn ruimte alleen kúnnen liggen in verrassende gedachten óver Lee. Die zijn er te weinig en je veert echt op als Boogers aan het eind van het boek poneert dat Lee in Way of the Dragon (1972) clownesk aan het acteren sloeg, ‘alsof hij ernaar verlangde een Charlie Chaplin of Buster Keaton te worden’. Hier heeft iemand echt goed gekeken.

Meer dan eens wijst Boogers op de mythevorming rondom Lee: er wordt van alles over hem beweerd, maar veel harde feiten zijn er niet. Raadselachtig is bijvoorbeeld zijn plotselinge dood in de zomer van 1973. Waren het de bijwerkingen van een pijnstiller? Snoepte hij te veel van de marihuana? Werd hij vermoord door de Chinese maffia? Tot de verbeelding sprekende opties, maar Boogers lijkt er van overtuigd dat de doodsoorzaak veel banaler was: oververhitting. Bruce Lee was een druktemaker met vele plannen, maar door een zeldzame aandoening brak hij al bij de minste inspanning in zweten uit. Die lijkt hem fataal te zijn geworden.

Lees ook het interview met schrijver Alex Boogers: ‘Nee, kalmte is mij niet gegeven. Ik moet razen