Reportage

Mee met Toontje Lager: ‘Stiekem gedanst’, nu in kleine zaaltjes

Muziek Toontje Lager was met hits als ‘Stiekem Gedanst’ een van de grootste nederpopbands. Nu toert de band langs zaaltjes in Katwijk en Ulft. „Ik zou Ahoy toch ook vol moeten krijgen?”

Erik Mesie op podium met Toontje Lager in JVC De Schuit in Katwijk.
Erik Mesie op podium met Toontje Lager in JVC De Schuit in Katwijk. Foto Simon Lenskens

‘IK!!! HEB!!! STIEKEM!!! MET!!! JE!!! GEDANST!!!” Het is even schrikken, maar het gebeurt echt: als Erik Mesie (62) het refrein van zijn grootste hit inzet, begint hij te grunten als een metalhead. Dat zag de dansvloer vol vrolijke veertigers even niet aankomen. Zeker niet omdat het voormalig meisjesidool en boegbeeld van een van de bekendste Nederpopbands uit de jaren tachtig de hele avond precies even hoog, zuiver en onberispelijk articulerend zong als vijfendertig jaar geleden. Met krakers als ‘Zoveel Te Doen’ en ‘Net Als In De Film’ wist hij het publiek terug te teleporteren naar de zorgeloze jaren van cassettebandjes, neonkleurige Popfoto-schoolagenda’s en klapkauwgom.

In plaats van de beige, wijde, tot de navel opgehesen bandplooibroek uit de legendarische videoclip draagt hij nu een zwarte skinny jeans vol gaten en ritsen. En ja, zijn donkerbruine krullen zijn grijs geworden. Maar verder is zijn kapsel – van voren kort, van achter lang – nog exact hetzelfde. Wie in zijn ogen kijkt, weet: dit is ‘die jongen met die vage blik’ die vroeger (weliswaar in postervorm) talloze slaapkamers onveilig maakte.

Tot nu dus.

,,IK!!! HEB!!! STIEKEM!!! MET!!! JE!!! GEDANST – WUCHE-UCHE-UCHE!!!”

Zes woorden houdt hij het grunten vol: dan barst hij uit in een proestende hoestbui. Het is een eerbetoon aan Cees, de fan die zojuist het eerste couplet van ‘zijn lijflied’ mocht zingen, dat ook vlekkeloos deed, maar vervolgens toch keihard begon te krijsen. „Hij begint heel gevoelig, maar in het refrein leer je hem pas echt kennen”, zo vat Mesie het droogjes samen. De zaal vindt het allemaal prachtig en scandeert eerst „CEE-SIE-CEE-SIE!!!” en vervolgens „ME-SIE-ME-SIE!”

‘Stiekem gedanst’ van Toontje Lager.

Zo gaat dat bij een reünie-optreden van Toontje Lager (‎1978-1985). „Het bloed kruipt waar het niet gaan kan”, zegt de zanger als hij na de show in de kleedkamer met een glas wijn op een leren bankstel ploft. „Je doet jezelf een plezier, je doet de mensen een plezier. Waarom zou je dat niet willen?”

Foto Simon Lenskens

Oké, vroeger dacht hij daar anders over. „Op mijn vijfentwintigste had ik nooit gedacht dat ik nu nog actief in de muziek kon zijn. Er waren geen popartiesten van boven de zestig. Toen al die oude bands weer gingen spelen, moest ik daar ontzettend aan wennen. Ik dacht: waar zit ik naar te kijken? Al die verlopen koppen op het podium, dat kan toch helemaal niet? En nu sta ik er zelf…” Hij zucht even: „…met mijn verlopen kop.” Schrale troost: „Het publiek groeit mee: die hebben ook allemaal ouwe koppen gekregen.”

JVC De Schuit in Katwijk

Samen met Het Goede Doel en de Frank Boeijen Groep behoorde Toontje Lager tot De Grote Drie uit de Nederpop die ondanks hun successen één ding gemeen hadden: ze moesten Doe Maar voor zich dulden. „Zij waren zonder meer een paar maatjes groter”, geeft Mesie toe. „Wij hoorden vaak van fans: Doe Maar is voor de meute, wie zich wilde onderscheiden is voor Toontje Lager.” En dat waren er genoeg, herinnert hij zich. „Zo’n dampende zaal binnenkomen die zo heet is dat je lenzen ervan beslaan, die kolkende massa die meedeint op de muziek, daar heb ik zo ontzettend van genoten.”

Alleen: waar Doe Maar de afgelopen decennia vele reünies vierde in grote arena’s (Ahoy, Ziggo Dome) en voetbalstadions (De Kuip, Gelredome) staat Toontje Lager deze zaterdagavond in JVC De Schuit, te Katwijk. Voor de gelegenheid is het maximaal toegestane bezoekersaantal oogluikend opgeschroefd naar tweehonderdvijftig.

Lees ook: Gloria Gaynor vond die cover van de Hermes House Band maar niets

Zo’n kleine zaal heeft zo zijn uitdagingen, blijkt ’s middags tijdens de soundcheck. „Het is vechten”, zucht geluidsman Roland Lanslots. Het betegelde jongerencentrum heeft zowel het uiterlijk als de akoestiek van een zwembad, moppert hij. „Dat was ook een betere bestemming geweest.” Terwijl hij de galm probeert te beteugelen, bekent hij: „Ik heb ook de afscheidsshow gedaan van Doe Maar in de Kuip. In de jaren tachtig was het ondenkbaar om voor beide bands te werken: Ajax-Feyenoord was daar niks bij.”

„Er was geen rivaliteit”, reageert Mesie. „Maar ook geen vriendschap. Het ging met iedereen goed: alle Nederlandstalige pop werd gedraaid. Dat was juist zo mooi.” Toch zal hij ‘Viel Die Maar’ – over de angst voor de atoombom – straks als volgt aankondigen: „Dit nummer was volgens mij de inspiratiebron voor ‘De Bom’ van Doe Maar.” Achteraf verklaart hij: „Ze waren heel erg gecharmeerd van ons. Ik denk dat ze zo op het idee zijn gekomen.”

‘Viel die maar’ van Toontje Lager.

Eigenlijk wilde hij mr. Mesie worden. Als Nijmeegse rechtenstudent werd hij bij de band gevraagd, toen de eerste zanger afhaakte. „Toen ze niemand konden vinden vroeg gitarist Gerard de Braconier, met wie ik wel eens had gespeeld, of ik auditie wilde doen. Ik was denk ik de tiende die langskwam. ‘Achter de wolken’ – het liedje dat ik had ingestudeerd – vond ik op Boudewijn de Groot lijken. Het was helemáál niet mijn muziek, want ik zat in een symfonische rockband waarin we uitgesponnen nummers maakten zoals Yes, Pink Floyd en Genesis. Maar ik dacht: wie weet. En het ging goed: ze wilden me hebben.”

Wat volgde was: „Anderhalf jaar sappelen: zoveel mogelijk optreden in louche tenten en jeugdhonken. Vier uur ’s middags weg, vier uur ’s nachts thuis. Geen kleedkamer, geen podium, geen drank, voor veertig man publiek en vijftig gulden. Het heeft ons goed gedaan, want daardoor bleven we met beide benen op de grond staan toen het succes kwam.”

Gillende meisjes

Bovendien was het voor hemzelf een broodnodige spoedcursus: „Met die symfonische rockband was ik nooit verder gekomen dan de oefenruimte. Optreden was in het begin dus best eng. Ik moest alles nog leren.” De titel van het tweede album Er op of er onder (1982) verklapte hoe serieus de ambities van de band waren. „Veel mensen denken dat die titel op seks slaat, maar dat is niet zo. Die plaat bepaalde onze toekomst: als het niks werd, zouden we stoppen.”

Het werd: erop. Want opeens stonden ze voor uitverkochte zalen vol gillende meisjes. „Ik weet nog goed dat ze voor het eerst achter ons busje aanrenden, in Den Bosch. Dat was schrikken, maar tegelijkertijd ook leuk.” Volgende fase: flauwvallende meisjes. „Daar moet je aan wennen hoor. Je ziet het gebeuren, en je eerste reactie is: stoppen en helpen! Maar in een zaal met duizenden mensen zing je toch door.” Droogjes: „Ik heb nooit de illusie gehad dat het iets met mij te maken had. Ze vallen flauw door uitputting, omdat ze al vanaf ’s ochtends in de rij staan, zonder te eten of te drinken.”

Erik Mesie op podium in JVC De Schuit in Katwijk.
Foto’s Simon Lenskens

Na vijf albums was ook de band uitgeput. „De druk werd te groot”, zegt Mesie. „Na vijf optredens per week ben je echt wel kapot, maar de platenmaatschappij bleef nieuw materiaal eisen.” Vooral toetsenist en hofleverancier van bijna alle nummers Bert Hermelink kon die spanning niet meer aan. Zonder hem doorgaan was geen optie. Toontje Lager was klaar.

Ondanks de toptienhit ‘Zonder jou’ (1986) strandde ook zijn solocarrière. „Ik heb het nog lang volgehouden, maar het lukte niet zoals ik het voor ogen had. Op mijn 36ste, dacht ik: wat nu?” Toen werd hij alsnog meester Mesie, maar dan als muziekdocent op de middelbare school. Hij toont een filmpje op zijn telefoon van giechelende leerlingen die hem onlangs verrasten. „Die brugpiepertjes vinden het altijd heel eng om te zingen voor een cijfer. Nu deden ze opeens met zijn allen ‘Stiekem gedanst’.”

Boze mailtjes

Het bleef kriebelen, maar alleen bij hem. „In 2001 hebben we nog een optreden in Ahoy gedaan bij de Vrienden van Amstel, maar toen kostte het al heel veel moeite om de jongens bij elkaar te krijgen. Het lijkt net alsof ze zich schamen voor het verleden, of dat ze vinden dat Toontje Lager dood en begraven is en dat zo moet blijven.”

Vijf jaar geleden deed hij een laatste poging. „Ik heb eerst de bandnaam vastgelegd, want die bleek nog niemand te hebben geclaimd. Daarna heb ik heel voorzichtig iedereen gemaild: of het misschien een idee was om – ik gebruikte opzettelijk niet het woord optreden – ‘te proberen elkaar te inspireren’. Nou, dat viel bij alle vier helemaal verkeerd. Ik kreeg een lading bagger over me heen. Heel veel boze mailtjes, dat ik heel erg zielig was, etc. Het is wat het is: een afgesloten hoofdstuk. Maar eigenwijs als ik ben, dacht ik: dan doe ik het gewoon alleen.” Bert Hermelink reageerde niet op NRC’s verzoek om een reactie.

Lees ook: Op pad met Rob Kemps a.k.a. Snollebollekes – SPRÍNGÛN!!!

Nu is Mesie dus het enige originele bandlid en wordt Toontje Lager aangevuld met beroepsmuzikanten die hun sporen verdienden bij Lee Towers, Danny de Munk, André van Duin en de musical Soldaat van Oranje. Gitarist Sjoerd Balk (35) is de benjamin van de band en spreekt de zanger consequent aan met „meneer Mesie”. Logisch, grapt hij: „Ik ben geboren na zijn grootste hits.”

De nieuwe plaat is af en wordt deze week gemasterd, zegt Mesie. „Ik weet alleen nog niet onder welke naam ik het ga uitbrengen.” In De Schuit speelt hij de bijbehorende single ‘Ik Wil Met Jou’ als toegift. Om iedereen toch te laten meezingen heeft hij de tekst op een groot doek gekalkt. „Ik wil van jou, dat jij met mij. Pluk de dag vandaag, en ik pluk jou erbij.”

‘Ik Wil Met Jou’ van Toontje Lager.

„Katwijk zit in mijn hart”, besluit de zanger voor zijn laatste buiging. Terwijl hij gratis cd’s en armbandjes uitdeelt, maken fans selfies of laten ze hun concertposter signeren.

De komende maanden speelt Toontje Lager nog in Hoorn, Ulft, Dordrecht, Apeldoorn, Leiden en Helmond. „Maar”, mijmert Mesie: „Ik denk soms: ik zou Ahoy toch ook vol moeten
krijgen?”

Foto Simon Lenskens