‘Ik denk dat het in Wuhan veel slechter gaat dan we te zien krijgen’

Covid-19-virus Betrouwbare informatie over de toestand in Wuhan is schaars, ook voor bewoners. Tegenover een handvol onafhankelijke verslaggevers staan 300 journalisten die door het Propaganda-departement zijn gestuurd.

Erewacht bij het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing (boven) en een geïmproviseerd quarantainecentrum in Wuhan (onder).
Erewacht bij het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing (boven) en een geïmproviseerd quarantainecentrum in Wuhan (onder). Foto’s Mark Schiefelbein/AP, AFP

„Ik voel mij verraden.” Een 36-jarige man zit thuis in Wuhan, met zijn baby, vrouw en ouders. Al twee weken.

„Hier in Wuhan zijn mensen boos dat de autoriteiten aanvankelijk zeiden dat de verspreiding van het coronavirus maar ‘een gerucht’ was,” zegt hij aan de telefoon. „We hoefden ons volgens hen geen zorgen te maken. Ik ben toen vanwege mijn werk nog door het land gereisd, zonder mondkapje. In januari bleek het toch om een ernstig virus te gaan. Als ik dat had geweten was ik voorzichtiger geweest; ik heb een baby!”

Wuhan in de provincie Hubei is het epicentrum van de Covid-19-uitbraak. Het aantal ziektegevallen bleek donderdag veel hoger dan eerder gemeld: in één dag kwamen er volgens officiële getallen 15.000 nieuwe gevallen bij. Dat de cijfers zoveel hoger zijn, komt vooral door een andere meetmethode, waarbij ook mensen worden meegerekend die de klinische verschijnselen van de ziekte hebben, maar nog niet getest zijn.

Veel inwoners van Wuhan vertrouwen het allang niet meer. „Ik denk dat er veel meer besmettingen en doden zijn dan we op tv zien, vijf tot tien keer meer”, zegt de 36-jarige man, die zijn naam niet in de krant wil, aan de telefoon.

„Ik ken zelf mensen die besmet zijn”, vervolgt hij. „Die moeten lang wachten voordat ze behandeld kunnen worden, dagen of soms zelfs twee weken. Er zijn niet genoeg ziekenhuisbedden. Ondertussen besmetten zij weer andere mensen.”

Lees ook Veel meer zieken door nieuwe telmethode China

Politieagenten en postbodes

Inwoners van Wuhan kunnen, als ze het durven, aan de telefoon vertellen wat zij nu doormaken en wat zij zien als ze naar buiten kijken („De enige mensen hier op straat zijn de politieagenten en postbodes”). Maar het wordt voor de buitenwereld steeds moeilijker om erachter te komen hoe schrijnend de situatie er werkelijk is.

Er verschijnen bijvoorbeeld verontrustende filmpjes op internet van mensen die met geweld uit hun huis worden gehaald, die op straat in elkaar zakken of zelfs van dode kinderen die met drie tegelijk in dezelfde lijkenzak worden geritst. Maar of die filmpjes de echte situatie van dit moment in Hubei laten zien, is heel moeilijk te verifiëren.

Een buitenlandse krant die nog een verslaggever in Wuhan heeft, is The New York Times. Zij schrijft over zieken die weggestuurd worden bij de ziekenhuizen omdat ze niet getest zijn, en dus niet officieel ziek. Als ze sterven, worden ze zo snel mogelijk gecremeerd zonder dat familie daarbij aanwezig is. Het is de vraag of deze niet-officiële gevallen in de statistieken belanden.

„Natuurlijk wil ik het liefst zelf naar Wuhan om met eigen ogen te zien hoe het er daar aan toe gaat”, vertelt een journaliste van de media-organisatie Caixin over de telefoon. „Maar ik kom er gewoon niet meer in”, zegt ze. Er zijn nog wel drie van haar collega’s in Wuhan. Zij waren er al voordat de miljoenenstad hermetisch van de buitenwereld werd afgesloten.

Eerder deze maand lukte het Caixin nog om met een onthullend interview te komen met een arts die vertelde over de moeilijke werkomstandigheden.

Ook niet anoniem

Als de journaliste nu vanuit Beijing belt met Wuhan, „durft bijna niemand meer iets te zeggen”, vertelt ze. „Ze hebben opdracht gekregen om onder geen voorwaarde met de media te praten, ook niet anoniem. Ze zijn bang dat de overheid het ontdekt als ze dat toch doen. We brengen een anoniem verhaal pas als minstens twee mensen hetzelfde vertellen, en dat lukt vrijwel nooit.” De journaliste zelf wil ook liever niet met haar naam in de krant.

Welke verhalen hoort ze dan? „Ook dat mag ik niet zeggen. We mogen van onze eigen leiding niets doorgeven aan andere media.”

Het aantal journalisten dat, zoals Caixin, ter plekke verslag doet en niet direct onder aansturing van het staatspersbureau of de Communistische Partij valt, is heel klein. Het zijn er waarschijnlijk maar een stuk of tien.

Chen Qiushi werkt voor geen enkel medium: hij stapte op de laatste trein naar Wuhan, en postte vandaar als burgerjournalist filmpjes en berichten online. Hij durfde te zeggen dat hij niet bang was voor de Communistische Partij, die de waarheid over de situatie in Wuhan zou achterhouden. Daarmee plaatste hij zich tegenover de Partij. Hij is nu alweer dagen uit de lucht. Zijn familie heeft niets meer van hem gehoord en vreest voor zijn veiligheid en zijn gezondheid.

Om stemmen als die van Chen Qiushi onhoorbaar te maken besloot het Chinese Propaganda-departement op 4 februari driehonderd journalisten van staatsmedia naar het crisisgebied te sturen om verslag te doen.

Blije gezichten

Dat leidt tot uitzendingen als die van de Chinese staatszender CCTV op dinsdag, waarin blije gezichten te zien waren van mensen die genezen en wel uit het ziekenhuis werden ontslagen. Tekenend was dat zij eerst de Communistische Partij en toen pas de medische staf bedankten. Ook is te zien hoe er met kanon-achtige apparaten desinfectiemiddelen door de straten van Wuhan worden gespoten. Opvallend is hoe uiterst ordelijk en gedisciplineerd alles lijkt te verlopen.

Genezen patiënten bedanken eerst de Partij, dan de medische staf

Officiële media moeten vooral uitstralen dat China de strijd tegen het virus aan het winnen is. Ze benadrukken de verhalen van Chinezen die, of ze nu vuilnisman of gespecialiseerd arts zijn, als nationale helden alles doen wat in hun macht ligt om deze nieuwe vijand van het volk te verslaan.

Deze dagen suggereren de staatsmedia daarnaast steeds sterker dat de ziekte al voldoende onder controle zou zijn om weer naar het werk en naar school te kunnen gaan, en dat buitenlandse luchtvaartmaatschappijen er goed aan zouden doen om hun vluchten op China te hervatten.

Ook is er een einde gekomen aan de relatieve vrijheid die er van ongeveer half januari tot begin februari op internet heerste. Veel mensen gaven toen bijvoorbeeld uiting aan hun verontwaardiging over de dood van de arts Li Wenliang, die als een van de eersten wees op een gevaarlijk nieuw virus. Het aantal berichten was simpelweg te groot om te onderdrukken. Ook klaagden velen over de lakse houding van de overheid in Wuhan.

Strenger dan bij SARS

Xu Zhiyuan, een bekende journalist en columnist, trok op sociale media de vergelijking met de besmettelijke longziekte SARS, die in 2003 in China heerste. „Zeventien jaar geleden had China nog een relatief onafhankelijke en sterke pers”, meldt hij via mail. „Ze werkten hard om feiten boven water te krijgen en leverden kritiek. Maar op dit moment is de controle van de overheid op het nieuws veel strenger dan toen.”

„Het systeem is succesvol in die zin dat het de mensen die integer zijn, de instituties die geloofwaardig zijn en een maatschappij die in staat is om zijn eigen verhalen te vertellen, heeft vernietigd”, stelde hij op sociale media. „Wat overblijft is een arrogante macht, wat chaotische informatie en veel kwetsbare, geïsoleerde en boze individuen.”

Xu kwam weg met zijn opmerkingen: hij verkeert nog gewoon in vrijheid. Hoezeer hij het bij het rechte eind heeft, blijkt uit het telefoongesprek met de in zijn appartement opgesloten, angstige en verontwaardigde inwoner van Wuhan.

„We voelen ons niet beschermd en hebben geen idee hoe lang de situatie zo blijft. Hoewel ik al zo lang binnen zit en geen reden heb om te denken dat ik het virus draag, vraag ik me toch constant af of ik niet besmet ben. Veel mensen hebben die angst. Wij zijn boos, emotioneel en denken dat de situatie veel erger is dan ze ons laten zien.”

Met medewerking van Maral Noshad Sharifi
Bekijk ook Vast op cruiseschip Diamond Princess