Houthi-rebellen belemmeren noodhulp in Jemen

Humanitaire crisis In Brussel is deze donderdag overleg over de obstakels voor hulpverleners in Jemen. Zo willen de Houthi’s belasting heffen.

Met kruiwagens en bakfietsen nemen Jemenieten het voedsel mee dat dinsdag in Sana’a is uitgedeeld door het WFP, het Wereldvoedselprogramma van de VN.
Met kruiwagens en bakfietsen nemen Jemenieten het voedsel mee dat dinsdag in Sana’a is uitgedeeld door het WFP, het Wereldvoedselprogramma van de VN. Foto YAHYA ARHAB/EPA

Het leven van miljoenen Jemenieten hangt al jaren aan een dun draadje. Zo’n 80 procent van de dertig miljoen mensen kan zich door alle ontwrichting in hun land als gevolg van de oorlog niet langer zelf bedruipen. Voor hun overleven zijn ze aangewezen op buitenlandse hulp. Maar ook die dreigt op te drogen nu hulpverleners op steeds meer obstakels stuiten, met name in het noorden van Jemen, waar de Houthi’s de dienst uitmaken.

De Houthi’s hebben zich de woede van de hulporganisaties op de hals gehaald door sinds kort een belasting van 2 procent te eisen op alle hulpgoederen die in hun gebied worden verdeeld en de uitgaven van hulporganisaties daar. „Niemand wil die 2 procent betalen”, zegt een Europese hulpverlener, die anoniem wil blijven, door de telefoon. „Dan betaal je feitelijk mee aan de oorlog. Dat gaat tegen alle principes van humanitaire hulporganisaties in.”

In Brussel is deze donderdag beraad van de donorgemeenschap over de vraag hoe ze het beste het hoofd kan bieden aan deze nieuwe complicatie bij de veruit grootste humanitaire crisis in de wereld van de laatste jaren. De Verenigde Staten zijn erbij, de Europese landen en de grote VN-hulporganisaties zoals het Wereldvoedselprogramma (WFP), dat alleen al zo’n twaalf miljoen Jemenieten van voedsel voorziet, en ook grote hulporganisaties als Oxfam en het National Rescue Commitee. De hoop is door grote saamhorigheid druk uit te oefenen op de Houthi’s om de maatregel in te trekken.

Maar de hulporganisaties zitten niet allemaal op dezelfde golflengte. Sommige hebben er al op gezinspeeld de humanitaire hulp dan maar tijdelijk te staken of te verminderen. Andere vinden dat de toch al zo zwaar getroffen burgerbevolking niet de dupe mag worden van dit conflict met de Houthi’s, die zich drukker maken om hun eigen directe belangen dan om die van hun medeburgers.

Afgelopen herfst leken de vooruitzichten op een einde aan de oorlog, die sinds het uitbreken in 2015 al aan tienduizenden mensen het leven heeft gekost, net iets te verbeteren. De Verenigde Arabische Emiraten, die Saoedi-Arabië stevig hadden gesteund om de door de Houthi’s verdreven president Hadi weer in het zadel te helpen, trokken zich goeddeels terug uit Jemen. Het aantal luchtaanvallen op de hoofdstad Sana’a nam af. Desondanks flakkerde de strijd juist de laatste weken weer op, onder meer in de oostelijke regio Marib.

De ‘belasting’ die de Houthi’s willen opleggen, is niet het enige probleem waarmee de hulpverleners kampen. Het duurt dikwijls tergend lang, soms drie maanden of meer, voor er vergunningen worden verstrekt voor het uitdelen van hulpgoederen.

„Dat is overigens aan beide kanten van het conflict in Jemen zo”, zegt Jolien Veldwijk, directeur operaties van hulporganisatie Care in Jemen. „Aan beide kanten is er heel veel papierwerk voor je aan de slag kunt.” Care verstrekt vooral kleine sommen geld aan de allerarmsten om onder meer voedsel te kunnen kopen.

Rottend voedsel

Soms laten de vergunningen zo lang op zich wachten dat voedselvoorraden al in pakhuizen in Jemen liggen te rotten voor de toestemming eindelijk loskomt. In zulke gevallen maakt WFP de Houthi’s verwijten, maar die wijzen net zo hard terug: jullie willen ons Jemenieten voedsel leveren dat niet geschikt is voor menselijke consumptie, heet het dan.

Helemaal ongelijk hebben de Houthi’s overigens volgens sommige hulpverleners niet. Met name het WFP is vaak een nogal logge en dure organisatie. „Wij kregen in het zuiden een keer een WFP-voedselleverantie met een houdbaarheidsdatum twee weken later”, vertelt een hulpverlener, die anoniem wil blijven. „Ik zei toen: niet aannemen. We hebben minstens een termijn van zes weken nodig.”

Het WFP had ook vorige zomer al een aanvaring met de Houthi’s, omdat die nogal wat hulp wegsluisden voor eigen doeleinden door met valse lijsten van hulpbehoevenden te werken. Om dat tegen te gaan wilde WFP biometrische kenmerken invoeren bij de hulpverlening. De Houthi’s weigerden dat. Het WFP legde toen de hulp al enige tijd stil.

Ook bedreigen de Houthi’s hulpverleners steeds vaker en arresteren hen soms zelfs, aldus een vertrouwelijk rapport van de VN dat vorige maand uitlekte naar The New Humanitarian, een organisatie die zich specialiseert in nieuws uit de hulpsector. Bovendien bemoeien de Houthi’s zich steeds meer met de verdeling van de hulpgelden. Gewoonlijk bepalen donoren dat zelf. Maar de Houthi’s eisen lijsten van hulporganisaties met ontvangers van hulp, zodat zij die weer kunnen afpersen. De hulporganisaties weigeren daaraan mee te werken omdat het hun onafhankelijkheid ernstig bedreigt.

Veel hulpverleners hopen intens dat de hulp niet zal worden stilgelegd. „Uiteindelijk moet toch het redden van mensen centraal staan”, zegt Gabriella Waaijman, directeur Humanitaire Zaken bij Save the Children. „De nood is in Jemen zo ontzettend hoog en de bevolking balanceert echt op het randje van de hongersnood. Ik lig er al tien nachten wakker van.”