Opinie

EU-begroting is juist een stap in de goede richting

Europa Den Haag moet minder dwarsliggen bij een nieuwe Unie-begroting; die is in het Nederlands belang, schrijft oud-politicus
Commissaris Johannes Hahn deze week in het Europees parlement in Straatsburg tijdens een voorbereidende vergadering voor het debat over de nieuwe EU- begroting op 20 februari
Commissaris Johannes Hahn deze week in het Europees parlement in Straatsburg tijdens een voorbereidende vergadering voor het debat over de nieuwe EU- begroting op 20 februari Foto Patrick Seeger/EPA

Hoeveel betalen EU-lidstaten aan de Europese meerjarenbegroting en hoeveel zullen ze ervan profiteren? De discussie die zich iedere zeven jaar herhaalt, barst deze weken opnieuw los. Eurocommissaris Johannes Hahn (Begrotingszaken) kon onlangs al in Den Haag op een koele ontvangst rekenen. Nederland zou zich flexibeler moeten opstellen, zei hij.

Het is inderdaad onduidelijk wat Nederland te winnen heeft bij een langdurige bittere discussie. Ontwikkelingen elders maken Europese samenwerking op het gebied van migratie, innovatie en defensie noodzakelijk en dat kost geld. En Brexit maakt het noodzakelijk als EU niet te verdeeld te zijn over een belangrijk onderwerp als de begroting.

Door de jaren heen valt in de onderhandelingen een vast patroon te ontwaren. De commissie doet voorstellen aan de instellingen met beslissingsbevoegdheid: de Raad en het Europees Parlement. Doorgaans is de Raad, die bij unanimiteit moet beslissen, van mening dat de voorstellen te duur uitvallen. Het EP is een tegengestelde mening toegedaan.

Nederland loopt meestal vooraan in het bekritiseren van de voorstellen. Dat is niet verrassend. Nederland behoort per hoofd van de bevolking tot de grootste nettobetalers. De reden is dat Nederland relatief weinig profiteert van de belangrijkste categorieën van de begroting, die van landbouw en regionale ontwikkeling.

Wat dat betreft zou Nederland zijn kritiek moeten matigen. In de nieuwe voorstellen wordt meer aandacht gegeven aan innovatie en onderzoek, aan bescherming van de buitengrenzen en aan het ontwikkelen van samenwerking op defensiegebied. Brexit doet nu zijn negatieve invloed op onze betalingspositie gelden.

Tot nu toe is altijd een compromis gevonden. Niet het minst door de actieve medewerking van het Europarlement. Bij de laatste onderhandelingen ging het parlement akkoord met een verlaging van de begroting met 3,5 procent vanwege de deplorabele toestand van de begrotingen van de lidstaten na de crisis van 2008.

Lees ook: Nettobetaler in de EU? ‘Juist Nederland verdient goed’

Belastinginkomsten

De EU kan niet worden beschuldigd van het uitbundig verhogen van de uitgaven. In 1994 werd een akkoord bereikt dat de uitgaven beperkte tot 1,24 procent van het bbp. Voor de laatste periode werd dit verlaagd naar 1,20 procent. Deze percentages werden nog nooit gehaald. Verre van dat. In deze laatste periode, 2014-2020, was het 1 procent. Ruwweg kan men stellen dat van alle belastinginkomsten van de lidstaten circa 2 procent naar de Europese begroting vloeit. Ondanks de toename van lidstaten en van taken is de Europese begroting niet proportioneel gestegen.

Nederland doet er beter aan deze ontwikkelingen in een beter daglicht te stellen. Natuurlijk zal de wetgeving die het uitgavenpatroon bepaalt moeten worden aangepast aan de huidige realiteit.

Voor landbouw betekent dit meer aandacht voor innovatie en milieuvriendelijke landbouw. Heel belangrijk is het voorstel van de commissie om het besteden van Europees geld door de lidstaten afhankelijk te maken van een goed functionerende rechtspraak in de betrokken landen. Dit is niet alleen essentieel voor een verantwoorde besteding van Europese fondsen, maar ook voor een goed functionerende economie aldaar.

Nederland is niet alleen tegen de hoogte van de uitgaven, maar keert zich ook tegen een ander essentieel commissievoorstel, namelijk het verhogen van de ‘eigen middelen’. Nu wordt de Europese begroting voor het overgrote deel gefinancierd door rechtstreekse betalingen vanuit de lidstaten. In het verleden leverde dat op gezette tijden moeilijkheden op. Sommige lidstaten bleken betalingen niet te kunnen honoreren die ze wel beloofd hadden. Daarom zegt een artikel in het EU-Verdrag dat de Unie eigen middelen, eigen inkomsten dus, moet hebben.

Lees ook: Financiering Green Deal deels uit bestaande budgetten

Stikstof, fosfaat, nitraat

Nederland schuift dit verdragsartikel terzijde. Het is twijfelachtig of deze houding andere lidstaten zal aansporen zich wel aan het Verdrag te houden. Bijvoorbeeld aan die artikelen die betrekking hebben op de Economische en Monetaire Unie (EMU). Laat staan dat het de oplossing zal vergemakkelijken voor belangrijke milieuproblemen in Nederland: stikstof, fosfaat, nitraat zijn trefwoorden. Recente uitspraken van de regering zeggen dat de EU zich meer geopolitiek moet doet gelden. Dat wordt moeilijk met min of meer dezelfde begroting.

De voorstellen van de Europese Commissie zijn een stap in de goede richting: geen overdreven stijging van de uitgaven. Essentieel is de eis dat de rechtspraak in een lidstaat de toets van kritiek van de Europese Commissie moet kunnen doorstaan.

Slechts op één punt dienen de voorstellen te worden aangepast. Sinds 1984, toen de Europese Raad plaatsvond in Fontainebleau, kent de EU een systeem dat voorkomt dat lidstaten excessief bijdragen aan de begroting. Met het uittreden van het Verenigd Koninkrijk, het land dat het initieerde, stelt de commissie nu voor dit systeem te schrappen. Dat is niet verstandig. Landen met een vergelijkbaar welvaartsniveau zullen op gelijkwaardige wijze de lasten en de lusten moeten dragen.

Vooral dit laatste aspect van Europese samenwerking zal ook in Nederland meer aandacht moeten krijgen. En dat is helaas niet altijd in cijfers uit te drukken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.