Recensie

Recensie

Zelfs zijn vrouw ziet hoe hij vrouwen tussen hun dijen graait. Dus hoe erg kan het zijn?

Nobelprijs De organisatie die de Nobelprijs voor Literatuur toekent, kraakte in 2018 in zijn voegen. Dankzij journaliste Matilda Gustavsson die zwaar seksueel machtsmisbruik onthulde. Haar boek Het bolwerk laat weinig heel van de Stockholmse culturele elite.

Jean-Claude Arnault zit inmiddels in de gevangenis vanwege verkrachting.
Jean-Claude Arnault zit inmiddels in de gevangenis vanwege verkrachting. Foto Jonathan Nackstrand/AFP

Hij stond vooraan bij de Parijse revolutie van ’68, zegt hij. Hij was de rechterhand van de legendarische filmer Jean-Luc Godard, zegt hij. Hij studeerde filosofie, zegt hij. Hij was operaregisseur, zegt hij. Zijn Joodse ouders zijn in de jaren dertig uit de Sovjet-Unie gevlucht, zegt hij. Hij is een telg van de champagne-familie Veuve Cliquot, zegt hij. Jean-Claude Arnault (1946) zegt zo veel en alles wat hij zegt valt te controleren, maar dat doet niemand in Stockholm, waar hij in 1986 neerstreek. Integendeel, iedereen vreet de woorden van de exotische Fransman, getrouwd met de gevierde dichteres Katarina Frostenson en gretig actief als cultureel kopstuk.

Arnault is de poortwachter tot de yellow brick road naar het culturele Oz van Stockholm en daar wil iedereen zijn. Ook het offeren van jonge vrouwen op het altaar van zijn machtswellust vindt zijn milieu interessant en bohémien. En och, hij doet het zo ontwapenend. Zelfs zijn vrouw kan zien hoe hij vrouwen tussen hun dijen graait. Zij geeft geen krimp. Dus hoe erg kan het zijn?

Inmiddels zit Arnault een gevangenisstraf uit voor aanranding en verkrachting, maar dat is nog ondenkbaar in 2017, wanneer het boek Het bolwerk van de jonge journaliste Matilda Gustavsson begint. Dan is hij al dertig jaar een spin in het web van de culturele elite in Stockholm. Hij glorieert vooral in het literaire leven dat bloeit in de gloed van de Zweedse Academie en het prestige van de Nobelprijs voor Literatuur.

Journalistieke ontmaskering

Het bolwerk beschrijft de journalistieke ontmaskering van grootschalig seksueel machtsmisbruik door een schijnbaar onaantastbare autoriteit, net als Catch & Kill van Ronan Farrow en She Said van het New York Times-duo Judy Kantor en Meg Twohey, over het misbruik van filmtycoon Harvey Weinstein. En toch is Het bolwerk een heel ander boek, al was het maar omdat in Scandinavië elk mens, dus ook een vrouw, open kan zijn over een onenightstand. Daar wordt in dit boek niet moeilijk over gedaan, zoiets is een feit als andere feiten.

Maar vooral is Het bolwerk niet het boek van een gestaalde onderzoeksverslaggever, als de Amerikaanse collega’s. Matilda Gustavsson (1987) is een human interest-journalist als ze na de berichtgeving over Harvey Weinstein en de #MeToo-explosie door haar krant Dagens Nyheter wordt opgezadeld met de opdracht om te kijken of zoiets ook in Zweden bestaat. Men verwacht er niet veel van. Zij zelf ook niet. Tot een collega begint over geruchten over die directeur van ‘Forum - Nutidsplats för kultur’. Dat is de wervelende culturele sociëteit in het centrum van Stockholm, waar iedereen die iets op kunstgebied voorstelt, gezien wil worden, optreedt, exposeert, debatteert.

Binnen 24 uur spreekt ze twee vrouwen die verklaren door Arnault te zijn aangerand. Vervolgens maakt de lezer mee hoe de onervaren Gustavsson zich ontwikkelt tot onderzoeksjournalist van formaat. Op basis van de getuigenissen van achttien vrouwen publiceert ze een gedegen onderbouwd artikel over seksueel misbruik in het hart van de Zweedse culturele elite. Alle achttien wijzen naar Arnault. En als er eenmaal naar deze vrouwen geluisterd wordt, volgen er meer getuigenissen over aanranding, verkrachting, isoleren en vrijheidsberoving door Arnault. En steeds is er sprake van chantage en het dreigement carrières te blokkeren.

Anders dan de Amerikaanse boeken met hun soundbites van actrices die elk woord moeten wegen, componeert Gustavsson het hare rondom de uitvoerige weergave van getuigenissen. Op die manier schildert ze nauwgezet hoe Arnault zijn seksuele honger stilde. Hoe hij het vooral voorzien had op jonge vrouwen met literaire ambities, waarbij de vraag ‘Weet je wel wie ik ben?’ hem in de mond bestorven lag. En hoe het kan dat al deze vrouwen inadequaat reageerden en zelfs herhaald misbruik niet wisten af te weren – waardoor het lijkt of ze ermee instemden, ook als Arnault hen bij herhaling verkrachtte of ‘doorgaf’ aan een van zijn ‘vrienden’.

Lees ook het interview met Weinstein-ontmaskeraar Megan Twohey.

Geperverteerde autoriteit

She Said van Kantor en Twohey werd al snel omschreven als de nieuwe All the President’s Men. In Catch & Kill leek Ronan Farrow op een versie van Kuifje: schelms, verontwaardigd en zeer persoonlijk in zijn aanpak. Het bolwerk echoot de Scandinavische bestseller Mannen die vrouwen haten van Stieg Larsson. Harvey Weinsteins seksueel machtsmisbruik is hitsig, dat van Arnault is kil. Hij knevelt de vrouwen mentaal, overweldigt ze fysiek. Vernedering lijkt het doel, hij maakt zijn slachtoffers duidelijk dat hij vrouwen per definitie mooi noch interessant vindt. Fijnproevers herkennen in hem misschien ook de geperverteerde autoriteit van de misogyne bisschop uit de film Fanny & Alexander (1982) waarin Ingmar Bergman seksuele onderdrukking op één lijn plaatst met machtswellust.

Gustavsson schreef een rijk boek, er komt enorm veel aan de orde. Ze zoekt in Frankrijk uit wie Arnault werkelijk is, wat leidt tot een verbijsterend historisch verhaal over echtparen die door de Tweede Wereldoorlog elkaar en de weg kwijt raakten, met kinderen die er nog het beste uitspringen als ze goed zijn in klaplopen. Ze analyseert het effect van roddel en laster. Ze probeert de culturele sector als broeinest voor misbruik te verklaren, in Zweden en in de Amerikaanse entertainment-industrie – en ze komt een heel eind. Ze portretteert de hedonistische jaren negentig via swingende beschrijvingen van de avonden in de Stockholmse sociëteit Forum, waar aanranding wordt afgedaan als snaakse rebellie tegen de gevestigde orde.

Schaamte

Aangrijpend is haar poging om weer te geven wat aangerand worden kan doen met iemand wie het overkomt en hoe schaamte een automatische reactie is. Ze merkt op dat die schaamte zich uitstrekt naar haar verslaggeving: zij moet de neiging onderdrukken om de verhalen van ‘haar’ vrouwen wat ‘op te schonen’.

Ondanks de furieuze reacties op haar verslaggeving weet Gustavsson van geen ophouden. Ze stuit op een tweede schandaal en de spanning in haar boek loopt op, want het betreft Zwedens meest gezaghebbende instituut: de Nobelprijs voor Literatuur.

Nieuwsgierig geworden door Arnaults financiële wanbeheer en subsidiefraude bij Forum, kijkt ze ook eens naar de rol van zijn echtgenote. Katarina Frostenson (1953) dus. Dichteres en sinds 1992 lid van de Zweedse Academie, het machtige instituut dat onder auspiciën van het Zweedse koningshuis jaarlijks de winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur aanwijst, de belangrijkste literaire bekroning ter wereld.

Dat mysterieuze gezelschap bestaat uit achttien gezworenen, voor het leven benoemd en verplicht om élke week te vergaderen. De Zweedse koning stelt de Academie persoonlijk in de gelegenheid om gegarandeerd onafhankelijk te werk te gaan. De status van de leden is gigantisch. Wat er in hun gesprekken omgaat is geheim en als ze stemmen gaat dat archaïsch, met witte en zwarte knikkers. Ze kunnen rekenen op enorme privileges, van 24 uur per dag recht op een limousine, tot de beschikking over appartementen in Stockholm, Berlijn en Parijs.

Nadat Gustavsson eerst het tapijt heeft weg getrokken onder de omerta van de Stockholmse culturele elite, ontsteekt ze nu een bom onder de Zweedse Academie. Dat instituut is het bolwerk uit de titel van haar boek, met Arnault als Blauwbaard.

Een feministisch complot

Zelf is hij geen lid, maar via zijn vrouw heeft hij overal toegang toe. Ook bij de Academie is Arnault bekend om zijn losse handjes, onthult Gustavsson, en ook daar wordt zijn misbruik standaard weggelachen of genegeerd. En Frostenson faciliteert hem. Zo werkt ze actief de subsidieaanvragen tegen van vrouwen met wie haar man in de clinch ligt.

Wereldnieuws maakt Gustavsson als ze bericht dat Arnault namen van Nobelprijswinnaars naar de wereldpers lekte. Dat laat de Academie niet op zich zitten. Althans, niet dat Arnault die namen gelekt zou hebben, maar dat een journaliste dat opschrijft.

In een hoogtepunt van haar boek beschrijft Gustavsson de reacties van dit gesloten milieu, waar een groep mensen het vermogen tot zelfrelativering kwijt is. Zo sommeert Horace Engdahl, een verfijnd essayist die zichzelf ‘underground-intellectueel’ noemt en ruim twintig jaar Academielid, haar hem te komen interviewen.

Dat doet ze, maar van een interview is geen sprake. In een monoloog van vier uur lang legt hij de verslaggever uit dat Arnault slachtoffer is van een complot van allerlei feministische groeperingen. Die zouden jaloers zijn op Frostenson, op haar talent, haar prestige, haar succes en ook omdat ze ‘op haar leeftijd nog mooi’ is. Bijna giechelig beschrijft Gustavsson haar verbazing. Een feministisch complot. En dat zegt hij tegen haar? Alsof zij niet weet hoe het zit. Alsof zij niet al die artikelen schreef, onweerlegbaar want degelijk onderbouwd met bewijzen die ze van boven tot onder heeft gecheckt. Alsof wat zij weet er niets toe doet en wat Engdahl denkt alles.

Lees ook de beschouwing over het Nobelschandaal: Reputatieschade voor een onberispelijk instituut

De Zweedse Academie kraakt in zijn voegen, spartelt, sluit de rijen en toch niet, en valt bijna uiteen. Uiteindelijk kunnen de leden er niet omheen. Frostenson hield zich niet aan de geheimhouding en haar echtgenoot speelde minstens zeven keer informatie door over winnaars, onder wie Wiszlawa Szymborska en Patrick Modiano.

Verder manipuleerde Arnault de kandidatuur van nieuwe leden en is er sprake van financiële malversatie. Frostenson lijkt medeplichtig, maar als de Academieleden voor haar opkomen door de schuld op Arnault te schuiven, scheldt ze hun de huid vol omdat ze hem niet steunen.

Drie leden verzoeken de koning hen van hun plaats in de Academie te bevrijden, uit protest tegen de slappe manier waarop er gereageerd is op Arnaults seksuele wangedrag. De overgebleven leden sluiten de rijen. De financiële recherche wordt buiten de deur gehouden, Frostensons lidmaatschap blijft staan. Als ze zich vrijwillig terugtrekt, behoudt ze haar toelage en ook het recht om een van de Stockholmse academie-appartementen te bewonen.

In 2018 wordt de Nobelprijs voor Literatuur niet uitgereikt. In 2019 weer wel. In tweevoud. In de gevangenis wordt Arnault berispt wegens seksistische belediging van vrouwelijk personeel.

Maar Matilda Gustavsson schreef dit boek – en dat is winst.