De Dikke Man werd hier wakker

Ischa Meijer 25 jaar geleden overleed de journalist, schrijver en entertainer Ischa Meijer (1943-1995). Een persoonlijke terugblik van , Ischa Meijers redacteur toen de rubriek ‘De Dikke Man’ in 1990 begon op de Achterpagina van NRC.
Prent van Alexander Verhuell uit Zijn er zoo? (1875) die werd gebruikt voor de illustraties bij de dertig NRC-afleveringen van ‘De Dikke Man’.
Prent van Alexander Verhuell uit Zijn er zoo? (1875) die werd gebruikt voor de illustraties bij de dertig NRC-afleveringen van ‘De Dikke Man’. Illustratie Regionaal Archief Leiden

Opnieuw legde Ischa een velletje papier op het Perzisch tapijt van café Kalkhoven in Amsterdam. We bespraken zijn column-in-wording, waarvan de vorm steeds wisselde. Voor de ‘ik’ was nu een ‘hij’ in de plaats gekomen: ‘De Dikke Man’, een desperate karikatuur van de schrijver zelf. In deze kroniek kon hij alles kwijt, legde hij geestdriftig uit: ontmoetingen, observaties, meningen. En gedichtjes, zoals: Soep op het vuur/ is als een goede vriend in huis/ Extra lekkere soep/ is als nieuwe familie. Een rubriek was geboren.

Tot genoegen van Ischa koos ik er als beeld een aantal dikkige klunzen bij, getekend door Alexander Verhuell, een negentiende-eeuwse satiricus.


Op zaterdag 24 maart 1990 stond op de Achterpagina van NRC Handelsblad de eerste aflevering met de woorden: „De Dikke Man werd wakker.” Dertig afleveringen later, op 10 november 1990, besloot De Dikke Man met: „En met die onvermurwbare zak chips tegen zich aan geklemd, viel hij in een diepe slaap.” Waarna de rubriek naar Het Parool verhuisde, en er dagelijks verscheen – Ischa’s hartenwens, die de hoofdredactie van NRC niet in vervulling liet gaan.

De ontmoetingen in Kalkhoven gingen door. Vroeg iemand er naar het nabije Anne Frankhuis, dan zei hij: „Zoek zelf maar een onderduikadres.” Hij informeerde naar mijn moeder, met wie hij in 1966 een stormachtige verhouding begon. Ischa kende haar via mijn vader, dramaturg van Toneelgroep Centrum, aan wie hij vergeefs zijn eenakter Nod had aangeboden. Zijn verliefdheid op mijn moeder was grenzeloos, getuige een ansichtkaart van de pasgeboren kroonprins waarop hij schreef: „Ik wil een kindje!!!”

Omdat mijn moeder bijna twintig jaar ouder was, stond Ischa in leeftijd en dynamiek dichter bij ons: drie puberende kinderen. Hij ging gretig op in het gezin en was eerder de populaire oudere broer dan een substituut-vader.

Ik herinner me hem in zijn ondergoed, aan de telefoon interviewend voor De Nieuwe Linie, of lyrisch proevend van mijn moeders soep, of in een blocnote zijn naam aan ons uitleggend: Ischa=Israël Chajiem=Leve Israël. Mijn moeder vertelde over Ischa’s moeizame relatie met zijn ouders. Hij zag ze eens in de C&A in de verte opdoemen. „Bukken!” riep hij panisch en trok mijn moeder onder de kledingrekken.

Recensie: Ischa wilde het onzegbare benoemen

Onder zijn aanvoering werd mijn moeder herhaaldelijk op de kast getild, waar ze pas vanaf mocht nadat haar protest smoorde in gesmeek. Ik zag ze eens over straat lopen, Ischa halt houden en even later, na een aanloopje, op de rug van mijn verschrikte moeder springen. Zomer 1967 zaten we met ons vijven in een appartement op Ibiza. Mijn moeder werd nu zo grof behandeld – Ischa veegde in een kiprestaurant zijn kluifhanden aan haar getoupeerde haar af – dat zelfs de pubers er niet meer om konden lachen.

In mei 1991 schreef Ischa voorin zijn eerste Dikke Man-bundel dat dit personage zonder mij („geduldig editor”) „gewoonweg niet bestaan zou hebben”. Had hij met die woorden zijn wreedheid tegenover mijn moeder willen verzachten? Ik denk het niet. Na mijn moeder liet hij een spoor achter van verdrietige, vernederde vrouwen – „verongelijkt als ik meestal was door hun zorgzaamheid en liefde”, om met De Dikke Man te spreken.

Ischa solo, documentaire van Tom Rooduijn over Ischa Meijer als performer; zo 11.20 u. OVT op NPO Radio 1.