Brieven

Brieven 13/2/2020

Kolencentrales

Restwarmte is nuttig

Het is jammer als de termen ‘energie’ en ‘elektriciteit’ door elkaar gebruikt worden (Hoe het kon dat Nederland nog zo lang kolencentrales bleef bouwen, 2/2). Ook de drie nieuwe grote centrales maken elektriciteit met een energierendement van ongeveer 50 procent. De andere helft wordt geloosd in de Waddenzee en Noordzee. De oude centrale aan de rivier de Amer kan ook haar warmte kwijt aan de rivier, maar benut een groot deel via een warmtenet van de regio Breda en Tilburg. Die warmte komt daarbij dus beschikbaar zonder extra CO2-uitstoot. Ook de RWE-centrale levert een deel van haar warmte aan naburige industrie, en de Uniper-centrale aan het warmtenet van Den Haag. Een zo hoog mogelijke koppeling tussen warmte en elektriciteit kan weleens een goede toekomst krijgen. En dan maakt het minder uit of de primaire bron kolen, aardgas, biogas of biomassa is.

Verkeersrotondes

Links overal voorrang

Dat links voorrang heeft op een verkeersrotonde is logisch, anders zou iedereen de rotonde op rijden en stoppen om rechts voorrang te geven, want dan staat iedereen stil. Eigenlijk zouden we links altijd voorrang moeten geven. Ook bij een gewone kruising rij je door tot je op de kruising staat en die blokkeert om rechts voorrang te geven. Dat mag wel niet, maar iedereen doet het toch; een mooi voorbeeld van het prisoner’s dilemma uit de speltheorie. Als iedereen vóór het kruispunt zou wachten, kan het verkeer weliswaar doorstromen, maar daar ben je niet zeker van, dus rij je zelf maar vast het kruispunt op. Heeft links voorrang, dan doet dat probleem zich niet voor. In alle gevallen voorrang geven aan links levert dus een betere doorstroming op. Dat bespaart tijd, maar ook kosten aan verkeersborden en stoplichten. Laten we als Nederland gewoon beginnen. De rest van Europa volgt dan vanzelf.


em. hoogleraar economie

Zuiderzee

In de vis of naar de wal

Niet alle veranderingen in de plaatsen rond de voormalige Zuiderzee zijn vergelijkbaar (Ineens keken de vissersdorpen niet meer uit over de Zuiderzee, 10/2). Zo werd Urk geenszins een dorp zonder vissers, al leggen de Urkers hun schepen elders in havens. De omschakeling van Zuiderzee naar Noordzeevisserij na de afsluiting (1932) kun je „asynchrone modernisering” of vrij ondernemerschap noemen, het was puur lijfsbehoud. Urkers bleven vissen en hebben daarnaast een eigen bloeiende vishandel en -verwerkingsindustrie opgebouwd. Urk bleef onderdeel van de provincie Noord-Holland na de inpoldering (1942) en werd geen onderdeel van het Openbaar Lichaam Noordoostpolder, en werd als Overijsselse gemeente nog lang ingeperkt in de oude eilandbegrenzing. Zo was ‘op Urk’ de keuze globaal: ‘in de vis’ of emigreren naar ‘de vaste wal’. De polder was andermans ontwikkelingsland waar andere dingen anders werden gedaan.

Ruimtelijke ordening

Stop de verrommeling

Terecht maakt het ‘Team Ruimte’ van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zich grote zorgen over de gevolgen van de decentralisatie van de ruimtelijke ordening (Zo werd er toch gebouwd naast een vuurwerkopslag, 10/2). Juist in een klein land met een dichte bevolking en waardevolle elementen is het van groot belang de kaders aan te geven waarbinnen de lagere overheden de beperkt beschikbare ruimte ordenen. Het is onbestaanbaar dat het ministerie zo’n kritisch rapport tegenhoudt en de verdere verrommeling goedkeurt.

Kandidaat Buttigieg

Oxford, niet Harvard

NRC schrijft dat Pete Buttigieg aan Harvard studeerde met een „prestigieuze Rhodesbeurs” (‘Mayor Pete’ wil niet kiezen tussen revolutie of status quo, 12/2). Rhodes-beurzen zijn bedoeld voor een vervolgstudie aan Oxford University. Buttigieg scherpte zijn geest op Pembroke College van 2005 tot 2007 (studie PPE), roeide, las James Joyce en nam zich toen al voor om als progressieve Democraat de politiek in te gaan. Een van de Rhodes scholars die hem voorgingen is Bill Clinton, van wie Buttigieg overigens geen groot bewonderaar is.