Amsterdam wil snel veel meer windmolens en zonnepanelen

Energieopwekking Tientallen nieuwe windmolens, zonnepanelen op bijna alle daken: Amsterdam ontvouwt zijn plannen voor duurzame energie.

Ruim 300 zonnepanelen op het dak van de Hermitage. Het college wil straks op élk dak in Amsterdam zonnepanelen.
Ruim 300 zonnepanelen op het dak van de Hermitage. Het college wil straks op élk dak in Amsterdam zonnepanelen. Foto Robin Utrecht/ANP

Geen dak onbenut laten. Met dat motto wil de gemeente Amsterdam de komende tien jaar de groei van duurzame energie in de stad een gigantische impuls geven. In 2030 moet 80 procent van de Amsterdamse huishoudens stroom ontvangen die afkomstig is van zonnepanelen of windmolens binnen de gemeentegrens.

Dat blijkt uit conceptplannen voor de Regionale Energie Strategie (RES) van Amsterdam, die het college afgelopen week gepresenteerd heeft. Amsterdam is de eerste gemeente in Nederland die komt met zo’n strategie, die vereist is om de ambities uit het Klimaatakkoord te realiseren.

Op dit moment is het nog pover gesteld met het aandeel duurzame energie in Amsterdam: slechts 20 procent van het hoofdstedelijke energieverbruik is afkomstig van zon of wind. Bovendien is de gemeente afhankelijk van energie uit omliggende gemeenten.

Daar komt verandering in, als het aan het aan wethouder Marieke van Doorninck (Duurzaamheid, GroenLinks) ligt. De komende tien jaar wil het college op grote schaal zonnepanelen en windturbines gaan aanleggen. Ook gaat er onderzoek gedaan worden naar andere duurzame warmtebronnen, zoals geothermie, aquatermie en restwarmte uit datacenters.

Provincie blokkeerde windenergie

Windenergie was jarenlang een frustrerend dossier voor het Amsterdamse stadsbestuur. De provincie Noord-Holland blokkeerde via een ‘nee, tenzij’-beleid de aanleg van nieuwe turbines binnen de gemeentegrens, maar met het aantreden van een nieuw provinciebestuur kwam daar vorig jaar een eind aan.

Die nieuw verkregen ruimte wil het stadsbestuur nu volop benutten: tot 2030 moet het aantal windmolens in de stad groeien met 50 MW, ofwel 35 windmolens. In de zomer van 2019 stonden er in Amsterdam 38 turbines.

Het college heeft zeven gebieden in de stad aangewezen voor de bouw van nieuwe windturbines. De meest voor de hand liggende locatie blijft het Westelijk Havengebied, maar het stadsbestuur heeft ook zijn oog laten vallen op IJburg, Driemond-Gaasperdam en een strook langs de A10 in Noord.

Waterland en het IJmeer worden in eerste instantie ontzien. Maar ze zijn wel aangewezen als „extra zoekgebied”: mocht de gewenste capaciteit aan zonne-energie niet haalbaar blijken op de beoogde locaties, dan komen er wellicht toch turbines in Landelijk Noord.

Hier zoekt Amsterdam naar plek voor nieuwe windmolens Illustratie NRC

Ook de ambities voor zonne-energie zijn groots: 400 MW in 2030 – een groei van 350 MW ten opzichte van 2019. In eerste instantie kijkt de gemeente naar zonnepanelen op grote daken: die leveren de meeste stroom op. Verder wordt ingezet in op ‘dubbel ruimtegebruik’: zonnepanelen op P&-R-locaties, metrostations en geluidsschermen langs snelwegen. Zonneweides zijn niet taboe: lukt het niet om de beoogde hoeveelheid zonnepanelen te realiseren op gebouwen, dan komen ook hier Landelijk Noord en het IJmeer in beeld.

Uitstootvrij en aardgasvrij

De energieplannen passen in de duurzaamheidsambities van het linkse stadsbestuur (GroenLinks, D66, PvdA, SP). Zo moeten alle Amsterdamse woningen in 2040 aardgasvrij zijn en wil de stad vanaf 2030 alleen nog maar uitstootvrij verkeer binnen de gemeentegrenzen.

Lees ook: Zo gaat Purmerend van het gas af

Maar voor het bereiken van die ambities is de stad wel afhankelijk van omliggende gemeentes. De nu gelanceerde voorstellen zijn niet definitief: ze vormen de Amsterdamse inzet voor de plannen van de energieregio Noord-Holland-Zuid, die in juni aan het Rijk moeten worden aangeboden. En ook in de toekomst zal Amsterdam afhankelijk blijven van de omliggende gemeenten, zegt een woordvoerder van het stadsbestuur. „We zullen nooit helemaal in onze eigen energie kunnen voorzien.”