Vrijhandel is mooi, maar lokale middenstand ook

Economie De discussie over het handelsverdrag met Canada toont hoe partijen denken over vrijhandel. VVD en D66 zijn uitgesproken voorstanders van CETA, de ChristenUnie twijfelt en de PvdA manifesteert zich als nieuwe tegenstander.

De ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) in debat met de Tweede Kamer.
De ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) in debat met de Tweede Kamer. Foto’s Koen van Weel/ANP

Op woensdag en donderdag spreekt de Tweede Kamer met de ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel, D66) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) over het handelsverdrag CETA met Canada. In de discussie over CETA wordt duidelijk hoe de verschillende partijen denken over vrijhandel.

Lees ook: Links en rechts hand in hand tégen CETA

VVD – Tegen handelsbelemmeringen, maar dupeer het mkb niet

Handel, vrijemarkteconomie, welvaart – dat is een kenmerkend VVD-verhaal.

En dus zijn de liberalen voorstander van handelsverdragen als CETA: die nemen handelsbelemmeringen weg. De VVD is ook voor eerlijke concurrentie. In het verkiezingsprogramma staat: „Aan protectionisme moet een einde komen.” Toch heeft de VVD zelf ook protectionistische trekjes. Bijvoorbeeld nu de partij wil opkomen voor de mkb’ers. Kleine ondernemers, schreef fractievoorzitter Klaas Dijkhoff vorig jaar in zijn discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’, hebben last van bedrijven als Amazon en Ali Express, omdat die over de hele wereld zitten en zo min mogelijk belasting betalen. Als „een klein aantal grote bedrijven teveel marktmacht heeft”, aldus Dijkhoff, „moet een goede marktmeester optreden”. Hij pleit, kortom, voor steviger overheidsingrijpen dan van oudsher uit de VVD-hoek klinkt. Want de mkb’ers moeten een „eerlijke kans” hebben. Daarom roept de VVD Nederlanders op om, in plaats van goedkope spullen uit China te bestellen, de lokale middenstand een handje te helpen.


PvdA – Meer ‘eerlijke handel’: de partij is kritischer geworden

De PvdA was eerst voor CETA, en toen tegen.

Zo was de partij ook eerst voor het vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten, TTIP. Wat er de afgelopen jaren veranderde? Onder meer dat de PvdA eerst in het kabinet zat, en nu in de oppositie. Ten tijde van kabinet-Rutte II, waarin de PvdA tussen 2012 en 2017 met de VVD regeerde, onderhandelde PvdA’er Lilianne Ploumen als minister van Buitenlandse Handel over die verdragen. Nu zit de PvdA in de oppositie. Wat er óók veranderde, is dat centrum-linkse partijen in het Westen kritischer zijn geworden over vrijhandel en globalisering – zonder overigens protectionisme te bepleiten. Vrijhandel wordt niet meer gezien als recept voor sociale vooruitgang, zoals in de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw. De PvdA wil vooral, ook Europees, meer „eerlijke handel”. Ze willen dat de belangen van grote bedrijven minder belangrijk worden, daarom wijst de PvdA het arbitragemechanisme af zoals het nu in CETA staat. De belangen van werknemers, klimaat en dieren zouden juist belangrijker moeten worden.


ChristenUnie – Gezinsbedrijven beschermen tegen multinationals

Het verzet van de ChristenUnie gaat verder dan alleen CETA.

Niet alleen over de eisen die Nederland moet kunnen stellen aan geïmporteerd voedsel wordt door de ChristUnie bevraagd, maar ook de nationale rechtspraak die buitenspel zou worden gezet bij conflicten met bedrijven. Waar het de ChristenUnie vooral om gaat: dat familiebedrijven, boeren en tuinders, niet in de verdrukking moeten komen door multinationals. Handelsverdragen geven, in de visie van de ChristenUnie, vooral ruimte aan die bedrijven. ‘Gezinsbedrijven’ worden door zulke verdragen gedwongen tot steeds hogere productie tegen steeds lagere prijzen, vindt de ChristenUnie. Multinationals zijn volgens die partij door hun economische macht in staat om landen tegen elkaar uit te spelen. Zo zag de partij ook het (mislukte) idee van Rutte III om de dividendbelasting af te schaffen, bedoeld om hoofdkantoren naar Nederland te halen. Dat Nederland zich liet meeslepen in zo’n internationale ‘wedstrijd’, om er als land rijker van te worden, vond de ChristenUnie helemaal niks – al accepteerde de partij de maatregel uiteindelijk wel.


D66 – Blik gericht op de wereld: kosmopoliet als geuzennaam

Sommige mensen vinden kosmopoliet een scheldwoord, voor D66 is het een geuzennaam.

In deze partij is de blik gericht op de wereld. En die wereld is een markt, met kansen om handel te drijven. En ja, handelsverdragen moeten voldoen aan de „hoge standaarden’’ die Nederland stelt aan diensten en producten. Op het gebied van dierenwelzijn, of duurzaamheid bijvoorbeeld. Maar het idee is dat die standaarden juist als eis gesteld kunnen worden aan landen die met de EU willen samenwerken. Een soort standaardenverheffing. Het is een ideologie die voor D66 ook strategisch voordeel biedt: het is de enige partij aan de linkerkant van het politieke midden in Nederland die zo uitgesproken vóór bijvoorbeeld CETA is. De partij waarmee D66 op veel vlakken wordt vergeleken, GroenLinks, is een fervent tegenstander van dat handelsakkoord. Op die manier kan D66 zich onderscheiden. Een extra voordeel voor de partij is dat minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel) die het akkoord namens het kabinet verdedigt, van D66-huize is.