Links en rechts hand in hand tégen CETA

Goedkeuring handelsverdrag met Canada De kritiek op het EU-handelsverdrag met Canada overschreed woensdag in de Kamer alle ideologische scheidslijnen. ‘Als de PVV zij aan zij staat met de extreemlinkse activisten van Milieudefensie, dan weet je dat het goed mis is.’

De ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) in gesprek met de Canadese ambassadeur Lisa Helfand.
De ministers Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) in gesprek met de Canadese ambassadeur Lisa Helfand. Foto’s Koen van Weel/ANP

Wáár is Lilianne Ploumen? Het debat over CETA, het handelsverdrag tussen de EU en Canada, begint woensdag meteen pittig. Rob Jetten (D66) eist dat het afwezige PvdA-Kamerlid Ploumen zich meldt en uitlegt waarom haar partij tegen CETA is. Onder Ploumen, handelsminister in het vorige kabinet, kwam het verdrag tot stand. Ze prees het destijds de hemel in. Hoe kun je nu dan opeens tegen zijn?

Lees ook hoe de partijen tegenover het handelsverdag staan

Jetten ergert zich des te meer, omdat Ploumen eerder die dag wel op de radio is geweest om over CETA te praten, maar het debat in de Kamer over de ratificatie van het verdrag – dinsdag wordt hierover gestemd – nu overlaat aan een collega-PvdA’er. Arne Weverling (VVD) noemt de handelwijze van de sociaaldemocraten zelfs „bizar en laf”. Maar de oppositie vindt het niet nodig om Ploumen of PvdA-leider Lodewijk Asscher naar de zaal te roepen.

Daarmee komt het debat in rustiger vaarwater, of toch niet? Na dik een half uur blijkt FVD-leider Thierry Baudet op de valreep maar liefst vier uur spreektijd te hebben aangevraagd. Waarom? „Dit raakt aan de essentie van onze partij”, laat zijn woordvoerder weten. Kamervoorzitter Khadija Arib noemt het niet „netjes” dat Baudet zo laat is. Later die dag wordt besloten om een tweede dag aan het debat te plakken.

„Spookverhalen”, zegt VVD’er Weverling woensdag nadat het urenlang felle kritiek op CETA heeft geregend. Alles is dan voorbij gekomen: de standaarden op het gebied van milieu, pesticiden, hormonen en dierenwelzijn die door het verdrag onder druk zouden komen te staan. De vermeende voorkeursbehandeling voor bedrijven, omdat zij met een speciaal arbitragehof staten kunnen aanklagen buiten de gewone rechtsgang om. De extra concurrentie die CETA voor Nederlandse boeren kan betekenen, juist nu zij kosten maken door strengere milieu-eisen.

Weverling begrijpt niet dat de oppositie juist op dit handelsverdrag zo los gaat. „Canada is geen Congo, dames en heren”, zegt de VVD’er. Rob Jetten (D66) noemt Canada „het Scandinavië van Noord-Amerika” en wijst op de internationale spanningen, juist ook op handelsgebied. „We hebben tegenwoordig nog maar heel weinig bondgenoten.” De mantra van de voorstanders: als je met Canada al geen handelsakkoord kunt sluiten, met welk land dan nog wel?

Die redenering wordt door de oppositie omgedraaid. Juist omdat het Canada is, moet meer ambitie mogelijk zijn, zegt Isabelle Diks (GroenLinks) „Als we met Canada al niet een verdrag kunnen sluiten dat goed is voor mens, dier en natuur – met welk land dan wel?” De EU had de onderhandelingen moeten aangrijpen om het belabberde dierenwelzijn in Canada te verbeteren, vindt zij.

Geen links feestje

De kritiek op CETA, zo wordt ook duidelijk, is niet alleen een ‘links feestje’. Het verzet komt van een zeer bonte coalitie van partijen, in de Kamer en daarbuiten, en hun kritiek klinkt opvallend eensgezind. PVV-Kamerlid Danai van Weerdenburg is er zelf ook verbaasd over. „Als de PVV zij aan zij staat met de extreemlinkse activisten van Milieudefensie, dan weet je dat het goed mis is.” Esther Ouwehand van de Partij van de Dieren merkt op dat boeren „in verwarring zijn” omdat haar partij, doorgaans kritisch op de landbouw, nu voor hun belangen opkomt. Baudet interrumpeert SP’er Mahir Alkaya voor een compliment: „Hij slaat werkelijk de spijker op z’n kop.”

Veruit het grootste deel van CETA is al zo’n tweeënhalf jaar van kracht ‘op voorlopige basis’. Van de 27 EU-lidstaten hebben er dertien geratificeerd. Als Nederland CETA afwijst, moet er Europees een uitweg worden gezocht. Geen prettig vooruitzicht voor premier Mark Rutte (VVD), die in 2016 al eens op zoek moest naar een „geitenpad” in Brussel, na afwijzing van het Oekraïne-verdrag. Minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel, D66) waarschuwde dinsdag in NRC dat afwijzing het Nederlandse imago „enorme schade” zou berokkenen.

Lees ook: het interview met minister Kaag over CETA

Woensdag tijdens het debat verdedigen alleen coalitiepartijen VVD, CDA en D66 het verdrag fel. Zo wordt er volgens Weverling 20 procent meer Goudse en Edammer kaas naar Canada geëxporteerd. Landbouworganisatie LTO is vóór. Jetten: „Er wordt hier nu gedaan alsof Nederlandse boeren slachtoffers zijn, maar kijk naar de feiten: zij profiteren juist.”

Groot struikelblok: de investeringsbescherming in het verdrag. Met het Investment Court System (ICS), een speciaal arbitragehof, zou het bedrijfsleven claims kunnen indienen als overheden te streng worden op het gebied van milieu of gezondheidszorg. De PvdA wil dat het hof ook toegankelijk wordt voor vakbonden en maatschappelijke organisaties (ngo’s). Sterker nog: dat wil de hele Kamer. In 2016 is hierover een PvdA-motie aangenomen. Op de radio legt Ploumen uit dat zij niet is gedraaid, maar dat het kabinet moties niet uitvoert. „Ik had alle hoop dat Kaag het stokje van mij zou overnemen”, aldus Ploumen.

Fake news

CDA’er Mustafa Amhaouch noemt de zorgen over claims „fake news”. Nederland heeft wel meer handelsakkoorden met arbitrage en er is nog nooit een claim tegen Nederland ingediend. Overheden behouden wel degelijk hun vrijheid om beleid te maken of tussentijds te wijzigen, zeggen de coalitiepartijen.

Bovendien zijn het niet alleen grote bedrijven die profiteren. Volgens Amhaouch zijn meer dan 90 procent van de bedrijven die exporteren naar Canada middelgrote en kleine bedrijven. En ook de zorgen over lagere standaarden delen ze niet. Daar zijn in het verdrag juist waarborgen voor ingebouwd. Zo mag rundvlees alleen via 36 Canadese door de EU gecertificeerde bedrijven naar Europa.

Probleem voor het kabinet is dat de ChristenUnie veel van de zorgen van de oppositie deelt. De kleinste coalitiepartij stemde in 2016 tegen CETA en vreest voor de concurrentiepositie van boeren. Kamerlid Joël Voordewind wil waarborgen om de import van hormoonvlees of met pesticiden gekweekte gewassen te voorkomen, met meer controles en meer douaniers. Kaag zei in NRC al beter te willen controleren hoe het verdrag uitpakt. Daarmee lijkt een uitweg gevonden. Als Voordewind lijkt te neigen naar steun voor het verdrag wordt hij fel aangevallen door de oppositie.

Van de vier aangevraagde uren maakt Baudet er uiteindelijk anderhalf vol, met een betoog tegen de EU en tegen investeringsbescherming. Jetten heeft Baudet dan al voor de voeten geworpen dat de Europese FVD-fractie diezelfde woensdag in Straatsburg blijkt te hebben gestemd vóór een nieuw EU-handelsverdrag met Vietnam, inclusief de zo verfoeide arbitrage. Zijn drie partijgenoten in het Europees Parlement is „een vergissing met de stemming” overkomen, legt Baudet uit.

De volgende ochtend, op donderdag, is het na een korte nacht de beurt aan minister Kaag. CETA is „niet zaligmakend”, zegt ze. Zonder verdrag zal de handel niet stoppen, maar het maakt de relatie wel makkelijker. Ze noemt CETA „een kader waarin we samen naar hogere waarden streven”. Canada is „een partner op de weg naar duurzaamheid”, geen obstakel. Bovendien, zegt Kaag, is dit het moment om op te staan „voor de bescherming van een mondiaal handelssysteem”. Dat wordt bedreigd door de VS en China. Door „protectionisme en staatskapitalisme”.

Volgens Kaag stoelt de kritiek op een „niet volledige representatie van de feiten”. De zorgen gaan volgens haar niet zozeer over CETA, maar „over globalisering”. De zorgen daarover begrijpt ze ook wel. Ze wijst verder op de „flankerende maatregelen” die genomen mogen worden als de gevolgen van het verdrag „disproportioneel negatief” blijken te zijn.

Als de ChristenUnie dinsdag vóór stemt, heeft het kabinet een meerderheid, want het uit de VVD gezette Kamerlid Wybren van Haga is fervent voorstander van CETA. Maar dan volgt er een nog grotere horde: de Eerste Kamer. Daar zijn de groep van Henk Otten, de SGP en 50Plus nodig. 50Plus deed niet mee aan het debat woensdag, maar was in zijn verkiezingsprogramma in 2017 uitgesproken tegen CETA. SGP is ook heel kritisch.