Opinie

Debatteer over einde van politiek, niet over rechters

Politiek is een vak voor visionairs. De ene politicus wil de verschillen tussen rijk en arm minimaliseren, de ander wil natuur voorrang geven op industrie, weer een ander pleit voor onbelemmerde vrije markt. Een nieuwe regeringscoalitie leidt dus, met enige vertraging, tot een andere inrichting van de samenleving.

Tenminste, zo was het ooit. Toen Joop den Uyl in 1973 premier werd, verhoogde hij uitkeringen en AOW, voerde hij het minimumjeugdloon in en investeerde hij fors in volkshuisvesting. Al was ik een paar jaar later nog een kleuter, ik kan me het gescheld van ‘ome Jan’, de zelfbenoemde Nederlandse pleegvader van mijn vader, nog herinneren. Ome Jan had een heel andere visie op de inrichting van de samenleving.

Na Den Uyl werd de slagkracht van politici gestaag kleiner. Het poldermodel smoorde politieke idealen in pragmatische compromissen, degelijke Hollandse bedrijven werden machtige multinationals die staten hun wil konden opleggen, en regeren werd steeds meer managen: met de aanwezige middelen zo efficiënt mogelijk nauwelijks betwiste doelen realiseren. Dat het Centraal Planbureau feitelijk rapportcijfers op verkiezingsprogramma’s plakt en dat (top)ambtenaren in Nederland gewoon blijven zitten na een regeringswisseling, vergroot evenmin het besef dat politiek draait om ideologische keuzes.

En toen meldde zich de rechterlijke macht. De Raad van State oordeelde vorig jaar dat Nederland zich niet langer met een truc mag onttrekken aan Europese stikstofafspraken. En de Hoge Raad oordeelde eind december in de ‘Urgenda-zaak’ dat de Nederlandse CO2-uitstoot in 2020 niet 20 maar 25 procent lager moet zijn dan in 1990.

Lees ook: De rechter kan vuurwerk verbieden. Maar willen we dat?

Het Nieuwsuur-debat op 29 januari tussen Thierry Baudet (FVD) en Rob Jetten (D66) draaide om de vraag of de rechter op de stoel van de politiek was gaan zitten. Alleen al met die suggestie dreigt volgens Jetten en vele anderen een fundamentele grens te worden overschreden: aantasting van de onafhankelijkheid van de rechter en dus van de trias politica, de scheiding der machten, het fundament van onze rechtsstaat. Einde discussie.

Maar daarmee wordt een andere fundamentele ervaring genegeerd: onvrede over de huidige machteloosheid van de politiek. Een politiek die lijdzaam moet toezien hoe de woningbouw door het stikstofbesluit ernstig belemmerd is, terwijl de woningcrisis met de dag nijpender wordt.

De rechterlijke onafhankelijkheid is ook voor mij heilig. De Nederlandse rechters valt niets te verwijten: zij voeren, hoewel je bij Urgenda kunt twijfelen, simpel de wet uit. De Nederlandse regering heeft zelf aan het begin van de eeuw voor meer dan honderd natuurgebieden de Europese Natura 2000-status aangevraagd. De rechter tikt de overheid nu op de vingers voor overtreding van de bijbehorende stikstofafspraken. Als de wetgevende macht het niet met een rechterlijke uitleg eens is, kan ze besluiten de wet te veranderen. Ook dat is de trias politica.

Maar daar zit nu vaak een probleem. De wet is moeilijk aan te passen door internationale verdragen of Europese verordeningen en richtlijnen. Kan Nederland bijvoorbeeld beslissen om de Natura 2000-status van sommige gebieden weer in te trekken? Dat is de vraag, zeggen deskundigen. Daarover heeft uiteindelijke niet Nederland, maar de Europese Commissie het laatste woord.

Als wetsaanpassing in Nederland lastig ligt, dan doen we dat toch in Brussel? In theorie kan dat. Maar EU-verordeningen en -richtlijnen komen tot stand via een ingewikkeld samenspel van de Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europees Parlement. Dat zijn vaak processen van jaren, die resulteren in delicate compromissen. Als zo’n Europese richtlijn of verordening eenmaal rond is, ga je daar niet zomaar weer aan tornen. Dat gebeurt in de praktijk dan ook bijna nooit.

Lees ook: Help, de rechter grijpt de macht

De stikstofdiscussie in Nederland draait al een jaar lang om de maximumsnelheid op snelwegen en het wel of niet uitkopen van boerenbedrijven. Terwijl de échte vraag niet eens in ons opkomt: in wat voor land willen we leven?

Vinden we Nederland te klein voor natuur van de hoogste categorie en voor echte natuur naar de Ardennen? Of vinden we Nederland juist te dichtbevolkt voor intensieve landbouw? Dat is bij uitstek een politieke keuze. Maar die politieke keuze hebben we niet meer door een besluit vele kabinetten geleden – in een andere tijd met andere uitdagingen.

Ik ben het met Rob Jetten eens: de trias politica is in gevaar. Niet omdat de onafhankelijkheid van de rechter in Nederland in het geding is, maar omdat de speelruimte van de politiek te sterk geslonken is. En daarmee onze mogelijkheid om democratisch te kiezen in wat voor samenleving we willen leven. Daar moet het debat over gaan.

Aylin Bilic is publicist en ondernemer.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.