De opgepompte economie van Donald Trump

Begroting VS Lage werkloosheid, gestage groei, grote tekorten. Is president Trumps hoogconjunctuur een Wirtschaftswunder of een luchtspiegeling?

President Trump toont een document met de namen van vier grote Amerikaanse bedrijven om te illustreren hoe sterk de Amerikaanse economie is. De eerste letters van de bedrijfsnamen (MAGA) doen denken aan zijn campagneslogan 'Make America Great Again'.
President Trump toont een document met de namen van vier grote Amerikaanse bedrijven om te illustreren hoe sterk de Amerikaanse economie is. De eerste letters van de bedrijfsnamen (MAGA) doen denken aan zijn campagneslogan 'Make America Great Again'. Foto Manuel Balce Ceneta / AP

Van de creatie van een US Space Command tot een nieuw ontwerp voor de buitenkant van het regeringstoestel Air Force One (onveranderd sinds president Kennedy) en de ontwikkeling van een hypersonisch wapen – de begroting die de Amerikaanse president Trump maandagavond presenteerde, is erop gericht om tot de verbeelding te spreken. Maar hij is ook hard: van het snijden in Medicaid, de ziektekostenregeling voor de armsten, minder steun voor studenten, onder wie gehandicapten, tot het terugbrengen van het internationale hulpbudget met een vijfde.

Dat Trumps begroting ongeschonden doorgaat, is zeer onwaarschijnlijk. Het Amerikaans Huis van Afgevaardigden heeft in veel gevallen het laatste woord, en daarin hebben de Democraten de meerderheid. De compromisbereidheid was al klein en zal er de laatste maanden niet groter op zijn geworden.

Toch is de speelruimte gering. De Amerikaanse staat is bescheidener van omvang dan Europeanen gewend zijn. Overheidsuitgaven in de eurozone zijn typisch rond de helft van het bruto binnenlands product. In Frankrijk is het 54 procent, in Duitsland 46 procent, in Nederland 43. In de VS geeft de totale overheid slechts 36 procent van het bbp uit. Daarvan komt rond 16 procentpunt voor rekening van deelstaten en steden, die hun begroting in principe sluitend moeten houden. De Amerikaanse federale staat, waar Trump en het Congres over gaan, maakt maar iets meer dan 20 procent uit van de economie.

Eerst was er het doemscenario dat de beurzen zouden kelderen als Trump in november 2016 zou worden gekozen

Dat zet het Amerikaanse begrotingstekort in een ander licht. Trumps begrotingsvoorstel gaat uit van een tekort van 1.000 miljard dollar, op federale uitgaven van 4.800 miljard. Van elke federale dollar die wordt uitgegeven, is dus 21 cent geleend. Anders gezegd: de Verenigde Staten lenen méér dan hun jaarlijkse defensiebudet van 740 miljard dollar – hoewel dat voor veel andere landen ook geldt.

Doemscenario

De begroting van Trump kwam een kleine week na zijn jaarlijkse rede voor het Congres, de State of the Union. Daarin bezong hij de kracht van de Amerikaanse economie. Die economie blijft het veel beter doen dan de meeste economen kort na Trumps aantreden verwachtten. Eerst was er het doemscenario dat de beurzen zouden kelderen als hij in november 2016 zou worden gekozen. Het tegendeel gebeurde: de koersen gingen omhoog. Daarna volgde, per 2018, een belastingverlaging met een accent op de meer welvarende Amerikanen. De verwachting was toen dat deze ingreep relatief weinig effect zou hebben, en dat dit effect sowieso na een jaar zou afnemen. Of het moedwil was, berekening of geluk – de economie bleef het relatief goed doen. De handelsoorlog met China zou daarna zijn tol eisen. Ook dat viel, tot nu toe, mee.

Inmiddels staat Trumps approval rating, volgens opiniepeiler Gallup, op 49 procent – zijn hoogste tot nu toe. En liefst 63 procent van de ondervraagde Amerikanen vindt nu dat hij goed is voor de economie. Nog vorige week bleek dat er in januari 225.000 banen bijkwamen, bijna anderhalf maal meer dan verwacht. De werkloosheid liep iets op, naar 3,6 procent, maar bleef dichtbij recordlaagte. De lichte toename werd verklaard door hogere arbeidsparticipatie. De uurlonen stegen gemiddeld met 3,1 procent.

Er is meer gunstig nieuws. De Verenigde Staten zijn bezig aan een ongekend lange periode van expansie. Het vaststellen daarvan is geen puur statistische bezigheid. Een overheidsdenktank, het National Bureau for Economic Research, heeft er een heuse commissie voor: de met economen gevulde business cycle dating committee. Die stelt vast wanneer er een dal is, en roept ook de piek uit. Het nieuwe officiële bericht van deze commissie liet nog nooit zo lang op zich wachten. Het vorige, waarin het dal van een recessie werd vastgesteld, stamt van juni 2009 (afgezien van een vals alarm in september 2010).

Volgens internationale begrotingsnormen bedraagt de Amerikaanse staatsschuld nu al 108 procent van het bbp

Sindsdien heeft zich geen officiële recessie meer voorgedaan. De expansie van de Amerikaanse economie duurt, per februari 2020, nu dus al 128 maanden. Sinds 1854, het vroegste jaar dat is teruggerekend, was de conjunctuur nooit zo langdurig positief als nu. Op nummer twee komt, met 120 maanden, de hoogconjunctuur van de jaren negentig, die begon in maart 1991 en eindigde in maart 2001. Nummer drie vond, met 106 maanden, plaats in de periode van februari 1961 tot en met december 1969. Overigens eindigden deze twee vorige conjunctuurrecords met terugslagen tegen de vrije markt, respectievelijk de antiglobaliserings- en de hippiebeweging. Er is niet eens zo heel veel fantasie nodig om, in de nadagen van de huidige recordconjunctuur, in Trumps handelsoffensief daar nu een conservatieve variant van te bespeuren.

Tamme groei

Heeft Trump dus gelijk? Daar valt het nodige op af te dingen. Allereerst erfde de president deze hoogconjunctuur van zijn voorganger Obama. Dan is er, en dat geldt dus ook voor de vorige president, een fors groeiverschil met de vorige duurrecords van de Amerikaanse economie. De lange hoogconjunctuur van de jaren zestig had een gemiddelde jaarlijkse economische groei van 4,9 procent. Het hoogtij van de jaren negentig leverde jaarlijks gemiddeld 3,6 procent economische groei. Maar de huidige periode van onafgebroken groei is tam, met gemiddeld maar 2,2 procent groei. Het gaat dus al erg lang goed, maar ook erg traag. Vorig jaar bedroeg de economische groei 2,3 procent. Trumps nieuwe budget gaat uit van 3 procent groei, maar zelfs zijn minister van Financiën Mnuchin zei nog vorige week dat dit lang niet wordt gehaald.

Daar komt bij dat het rentebeleid van de centrale bank buitengewoon soepel is, en begin vorig jaar een opvallende tournure doormaakte. De voorzitter van de Federal Reserve, Jerome Powell, boog in minder dan twee maanden een voornemen de rente te verhogen om in een voornemen die juist te verlagen. Dat was koren op de molen van de beurzen, waar de aandelenkoersen in 2019 een van de beste jaren sinds de Lehman-crisis doormaakten.

En dan is er nog het begrotingsbeleid zelf. Het Amerikaanse begrotingstekort zal volgens de nieuwe begroting 4,6 procent van het bruto binnenlands product bedragen. Volgens het Internationaal Monetair Fonds, dat een andere definitie hanteert, bedraagt het zelfs 5,5 procent. Zo’n hoog tekort is ongebruikelijk na zo’n gunstige en lange economische opgang. Het Congressional Budget Office, de formeel onpartijdige rekenmeester van het Congres, meldt in zijn jongste publicatie dat de Amerikaanse begroting nu op koers ligt naar een onafzienbare reeks oplopende tekorten. Op zijn minst tot 2030, wanneer het tekort 5,4 procent zal zijn. De staatsschuld zal tegen die tijd zijn opgelopen van 81 procent van het bbp tot 98 procent. En dat is dan Amerikaanse definitie. Volgens internationale begrotingsnormen bedraagt de Amerikaanse staatsschuld nu al 108 procent van het bbp. Behalve vlak na de Tweede Wereldoorlog was er niet zo’n reeks van begrotingstekorten als die onder Trump.

Zo zijn er twee verhalen: één waarin de VS een renaissance doormaken, onder het onorthodoxe beleid van president Trump. Met toenemende werkgelegenheid, stijgende lonen en sterke beurskoersen. De Great American Comeback, zoals Trump het in zijn State of the Union noemde. Maar er is ook een ander verhaal waarin de levensduur van de Amerikaanse conjunctuur met paardenmiddelen wordt verlengd. Om, net als in een horrorfilm, bij uiteindelijk overlijden razendsnel te ontbinden. Het is onwaarschijnlijk dat deze twee lezingen elkaar nog tegemoet komen. Zoals dat ook, in de huidige Amerikaanse politieke verhoudingen, bij elk ander onderwerp het geval lijkt te zijn. Zeker in het verkiezingsjaar 2020.