Reportage

Tegen deze sprinkhanen valt niet te vechten

Sprinkhanenplaag Oost-Afrika wordt geteisterd door een sprinkhanenplaag. Keniaanse boeren zijn wanhopig. „Over drie weken heeft dat vrouwtje zich zeker vijftig keer vermenigvuldigd.”

Woestijnsprinkhanen vliegen op.
Woestijnsprinkhanen vliegen op. Foto Joost Bastmeijer

Als de dageraad nog ver is, hangen de woestijnsprinkhanen lethargisch in de bomen. Op afstand lijkt het alsof de boomkruinen bedekt zijn met een dichte laag gele bloemen. De voelsprieten van de koudbloedige beestjes bewegen bij de eerste warmte van de zon, na een uurtje strekken ze hun vleugels.

Plotseling schrikt er eentje op. De trossen ontploffen en zenden duizenden en dan miljoenen dieren de lucht in. De hemel raakt bezaaid, het schemert weer. De woestijnsprinkhanen nemen de wereld over bij het gehucht Kamuwongo, in het noordoosten van Kenia.

Vol energie verspreiden ze zich over de gewassen van de omliggende akkers. Uit alle hoeken breekt het geluid door van trommels en ratelende blikjes: bewoners die krijsen en in hun handen klappen.

„Oewée, oewée”, roept boerin Mwikali Mwendwa en zwaait wild in de lucht. Haar man Samuel roffelt op een stuk golfplaat. De oude man kan zich nog de invasie van de beestjes in de jaren vijftig herinneren. Het is lang geleden dat hij geteisterd werd door zo’n grote sprinkhanenplaag.

Bedroefd toont Mwikali hun geperforeerde bladeren spinazie, hun aangevreten erwtenplanten, hun peulvruchten met grote gaten. De vraatzuchtige beestjes storten zich op al het groen, maar de vergeelde bladeren van het maïs en de sorghum, die bijna geoogst kunnen worden, laten ze vrijwel onberoerd.

„Sterft onze akker, dan sterven wij”, mompelt Samuel. Zijn vrouw doet een zwerm opvliegen, die op de akker van de buurman landt. Vermoeid zijgt ze neer tussen de erwten, staart verslagen voor zich uit en slaat dan een sprinkhaan fanatiek dood met een takje. Zinloos, het lijkt allemaal zinloos. Tegen de overmacht van de woestijnsprinkhanen valt niet te vechten.

Daniel Mumo, werkzaam bij het Keniaanse ministerie van Landbouw in de provincie Mwingi, houdt een sprinkhaan tussen zijn vingers. Een woestijnsprinkhaan leidt bij voorkeur een teruggetrokken bestaan, maar in aanwezigheid van veel soortgenoten ontwikkelt hij zich tot kuddedier. „Zie je die grote gretige mond?”, vraagt Mumo. Hij draait het geelachtige beestje en toont de stekelige pootjes, de gevlekte vleugels, het geharnaste lichaam. „Dit is het ergste insect voor de landbouw. Een zwerm van veertig tot vijftig miljoen eet per dag net zo veel als tienduizend mensen.”

Lees ook: sprinkhanen vreten Oost-Afrika kaal

Het begon in 2018

De opmars van de woestijnsprinkhaan begon in mei 2018, toen een grote cycloon boven de Indische Oceaan zware regen naar de woestijn van Saoedi-Arabië bracht. De warme vochtigheid in de regio creëerde een ideale situatie voor voortplanting. Zwermen sprinkhanen gingen oostwaarts naar Iran tot aan India. Ook in Jemen waren ze te vinden, waar de oorlog bestrijding onmogelijk maakte. Vanaf oktober vlogen nieuwe zwermen naar Afrika, van Djibouti naar het wetteloze Somalië, naar Ethiopië en Kenia. Afgelopen weekend doken ze ook al op in Tanzania en Oeganda.

Sinds in oktober het regenseizoen in Oost-Afrika begon regent het meer dan normaal. Al het ongedierte grijpt nu zijn kans. Tussen de sprinkhanen fladderen witte vlinders, de malariamuggen laten ’s avonds van zich horen en de legerwormen bereiden zich voor op hun mars van vernietiging.

Toch brachten de regens ook voorspoed. Er wordt in de regio een bovennormale oogst verwacht en de meeste gewassen, zoals de granen maïs en sorghum, waren al klaar voor de oogst. Nu blijft de schade dus nog even beperkt voor de oogst in deze regio.

De besproeiing met insecticide op de grond en vanuit de lucht blijkt sinds de invasie vorige maand nauwelijks te werken. De eerste twee bestrijdingsmiddelen die werden geprobeerd, werkten niet. De beestjes werden alleen verdoofd, gingen minder eten maar stierven niet. Afgelopen week werd er daarom in Kenia niet gesproeid.

De sprinkhanenbestrijders van het ministerie houden elkaar op de hoogte met een WhatsApp-groep. De woestijnsprinkhaan is een nomade en slaapt zelden op dezelfde plaats. Waar ze gisteren waren, zijn ze vandaag verdwenen.

Er verschijnt een bericht over een andere zwerm, vijftig kilometer verderop in het schilderachtige landschap van rode aarde en kale, rotsige bergen. Simon Kange, de plaatselijke medewerker van het ministerie, rijdt op zijn brommer in de omgeving van Kyuso. De zwermen golven door de lucht, van links naar rechts. Boven deze zwerm is er nog een, en dáárboven weer een laag. Geen miljoenen maar miljarden, misschien wel meer.

Op de grond spikkelen hun schaduwen. Een tapijt van kleine drolletjes bedekt de aarde.

Boer Bernard Mulala komt op ons af rennen. Hij schudt ons niet de hand want zijn armen maaien in het rond. Al de hele dag heeft hij lopen zwaaien om de sprinkhanen op afstand te houden, maar in shock kan hij niet meer ophouden – hoewel hij de strijd al heeft opgegeven. „Ik kan niet meer”, zegt hij met schor geschreeuwde stem. „Ik word hier gek van.”

„Flikker op! Flikker op, ongedierte!”, roepen twee jonge boeren op een akker aan de andere kant van het zandpad. Een man op een brommer stapt af, zijn uitzicht belemmerd door een wolk sprinkhanen, een herdersjongen komt voorbij, zijn koeien nauwelijks zichtbaar door de sprinkhanen. Een jong meisje slaat met de trui van haar schooluniform door de zwerm sprinkhanen.

Een sprinkhaan op de hand van Daniel Mumo, van het Keniaanse ministerie van Landbouw.
Foto Joost Bastmeijer
Woestijnsprinkhanen hebben op het land van Mwikali Mwendwa veel gewassen aangevreten.
Foto Joost Bastmeijer
Bij zonsondergang gaan de woestijnsprinkhanen weer op stok, om morgen weer verder te trekken.
Foto Joost Bastmeijer
Foto’s Joost Bastmeijer

Tijd voor seks

Tegen het einde van de dag is het tijd voor seks. De voortplanting gaat beter op een volle maag. Een deel van de zwermen daalt neer. „Dit is het cruciale moment in de cyclus van een woestijnsprinkhaan”, legt Simon Kange uit. Ontsteld kijken de plattelandsbewoners hoe de beestjes op de zandgrond elkaar bestijgen, soms wel vijf op elkaar, hoe ze over elkaar heen buitelen. Ze ritselen en laten zich nu niet meer door lawaai verjagen. Ze draaien hun grote ogen naar de sombere, verslagen mensen. Ze hebben gewonnen.

„De vrouwtjes leggen ieder meer dan vijftig eitjes”, vertelt Simon. Ze graven kuiltjes in het losse zand. „Ik heb ze vanochtend waargenomen in een omtrek van 25 vierkante kilometer. Hier begint de ware ramp die ons te wachten staat. Over drie weken heeft dat ene vrouwtje zich zeker vijftig keer vermenigvuldigd.”

Het regenseizoen had in december moest eindigen maar is nog steeds niet voorbij. Pas wanneer het droog is, kunnen Keniaanse boeren weer gerust zijn.

Bij zonsondergang gaan de woestijnsprinkhanen weer op stok, om morgen weer verder te trekken.