‘Over de grens is de Rotterdamse haven niet zo groen’

Rapport SOMO Het Havenbedrijf presenteert zich als duurzaam. Buitenlandse deelnemingen zijn volgens een rapport juist sterk fossiel.

Tijdens twee staatsbezoeken aan Oman bezochten leden van de koninklijke familie de haven van Sohar.
Tijdens twee staatsbezoeken aan Oman bezochten leden van de koninklijke familie de haven van Sohar. Foto’s Robin Utrecht

Moeten Nederlandse bedrijven in het buitenland even duurzaam opereren als in Nederland? Of gelden over de grens andere normen ten aanzien van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen?

Die vraag is voor de Rotterdamse haven actueel nu de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) in een woensdag gepubliceerd onderzoek laat zien dat de haven in het buitenland vooral investeert in projecten met bijvoorbeeld kolen en olie. De rendementseisen van de haven bij die buitenlandse deelnemingen zijn hoger en die winsten moeten de verdiensten in Rotterdam compenseren: als gevolg van de energietransitie vallen die in de toekomst waarschijnlijk lager uit.

Die energietransitie speelt nu al een grote rol voor de haven die zich aan de klimaatdoelstellingen van Parijs heeft gecommitteerd. De Rotterdamse haven en de daar gevestigde industrie is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de nationale CO2-uitstoot. Die uitstoot moet de komende dertig jaar in heel Nederland naar bijna nul. Maar, zo schrijft SOMO, de investeringen in het buitenlandse olie- en kolenindustrie zorgen er de komende decennia voor dat „de lasten elders worden gedragen, terwijl de eindrekening voor het klimaat hetzelfde blijft”.

De buitenlandse activiteiten van de haven groeien. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft twee buitenlandse deelnemingen, in de vorm van joint ventures. De haven van Sohar in Golfstaat Oman is voor 50 procent eigendom van het Havenbedrijf. Eind 2018 investeerde het Havenbedrijf 75 miljoen euro in de haven van Pecém in het noordoosten van Brazilië, die voor 30 procent in eigendom is. Als adviseur is het Havenbedrijf nog eens betrokken bij acht andere havens, onder meer in Turkije, Mozambique en India. Recent werden plannen ontwikkeld voor samenwerking met havens in Kuala Tanjung, op Noord-Sumatra in Indonesië, en Porto Central, in het zuiden van Brazilië.

Olie-overslag en petrochemie zijn cruciale onderdelen van de haven van Sohar. De raffinaderij van oliebedrijf Orpic produceert 204.000 vaten per dag. In Pecém draait een kolencentrale. Het plan voor Kuala Tanjung omvat een kolencentrale en een petrochemisch cluster. De haven is van belang voor export van omstreden palmolie. Die palmolie zorgt daar voor ontbossing, schrijft SOMO in zijn onderzoek dat mede door het ministerie van Buitenlandse Zaken is gefinancierd.

Teruglopende inkomsten

In elke speech van bestuursvoorzitter Allard Castelein komt het naar voren: het Havenbedrijf heeft de ambitie om internationaal koploper te zijn op het gebied van digitalisering en duurzaamheid. In een strategisch document uit juni 2018 zegt het bedrijf deze kennis te willen exporteren. Buitenlandse activiteiten, zo schrijft het Havenbedrijf, „leveren een bijdrage aan de winstgevendheid”. „Met name de inkomsten uit deelnemingen zouden in toenemende mate van belang kunnen zijn in de context van mogelijk teruglopende inkomsten als gevolg van de energietransitie.”

Lees ook dit interview met Allard Castelein over de duurzame ambities: ‘Wie niet mee wil doen moet weg uit de haven’

René van der Plas, directeur internationaal van het Havenbedrijf Rotterdam, was vorige week nog in Pecém. Hij begeleidde havenwethouder Arjan van Gils. Van der Plas las een eerdere versie van het SOMO-rapport en sprak met de onderzoekers. „Dat was een leuk en open gesprek. Ik ben het eens met hun boodschap: een eerlijke energietransitie kan alleen als onze buitenlandse activiteiten daar onderdeel van zijn. Onze normen voor werk en milieu moeten elders ook gelden.”

Maar, zegt Van der Plas, de situatie is genuanceerder dan SOMO beweert. „De Braziliaanse klimaatdoelstellingen zijn niet de onze. Hun energiemix is ook een totaal andere: 80 procent wordt opgewekt met waterkracht. Kolen zijn alleen nodig voor energiezekerheid.” In Sohar is een groot zonnepark en wordt gewerkt aan een voorziening voor de productie van groene waterstof, volgens Van der Plas. „Door daar actief te zijn, kunnen we het beleid juist de goede kant op sturen.”

Van der Plas ontkent dat het Havenbedrijf in het buitenland concessies doet aan de groene ambities om meer geld te kunnen verdienen. „Het zijn investeringen die moeten renderen, maar we hebben de inkomsten niet nodig om de energietransitie in Nederland te financieren.”

Lokale omstandigheden

Het Havenbedrijf Rotterdam werd in 2004 verzelfstandigd, waardoor gemeente (70 procent) en Rijk (30) als aandeelhouders op afstand zijn beland. Het publieke toezicht op het publieke eigendom is beperkt. Havenwethouder Arjan van Gils (D66) maakte vorige week in Brazilië kennis met lokale bestuurders die betrokken zijn bij de haven van Pecém. Van Gils: „Dat was nuttig. Het is best een grote deelneming van het Havenbedrijf en er was nog geen bestuurder uit Rotterdam geweest.” Als „aandeelhouder van de aandeelhouder” is het zijn taak om „investeringen van het Havenbedrijf te toetsen”, zegt Van Gils. „We hebben de investering in Pecém vooraf goed doorgesproken. Waar investeren we precies in? Wat is de spin-off voor andere Nederlandse bedrijven?”

Net als Van der Plas wijst Van Gils op de lokale omstandigheden. „Er gelden in Brazilië andere normen en doelen qua klimaat. Het is goed als het Havenbedrijf bijdraagt aan verduurzaming elders, maar je kunt daar geen Nederlandse percentages aan hangen. Ik vind het arrogant om te zeggen dat de normen van hier op precies dezelfde manier moeten worden toegepast in andere landen. Zo werkt het niet.”

Volgens SOMO kan de gemeente wel degelijk invloed uitoefenen op de buitenlandse activiteiten, maar kijkt men vooral naar de bedrijfseconomische kant van investeringen. Juist voor die buitenlandse activiteiten, zegt SOMO, heeft de gemeente volgens de statuten van het havenbedrijf meer invloed.

Begin maart praat de gemeenteraad over de relatie met het Havenbedrijf. Raadsleden Stephan Leewis (GroenLinks) en Ingrid van Wifferen (D66) willen de bevindingen van SOMO bespreken met wethouder Van Gils. Leewis: „Ze hebben hier de mond vol over klimaatbeleid, elders op de wereld hebben ze er te weinig oog voor. Dat is niet met elkaar te rijmen.” Van Wifferen: „We hebben net de Havenvisie 2030 geactualiseerd in de gemeenteraad. Daarin is veel aandacht voor verduurzaming, maar niet voor de buitenlandse activiteiten van de haven. Wellicht is dat een omissie.”