‘Of iemand moslim of christen is, maakt mij niet uit’

Missionaris Jan Heuft is al vijftig jaar katholiek missionaris in het islamitische land Algerije. Hij maakte een burgeroorlog mee en was ook zelf soms in gevaar. „Niet het geloof, maar de vriendschap met het Algerijnse volk hield mij overeind.”

De Algerijnse hoofdstad Algiers, met links op de achtergrond de Notre Dame basiliek.
De Algerijnse hoofdstad Algiers, met links op de achtergrond de Notre Dame basiliek. Foto AFP

‘Mensen proberen te bekeren is verspilde moeite”, zegt Jan Heuft, al vijftig jaar katholiek missionaris in het islamitische land Algerije. „In mijn visie kunnen ook moslims in de hemel komen. Ik doe hier vooral sociaal werk”, zegt hij thuis in de hoofdstad Algiers.

Broeder Jan, zoals hij hier genoemd wordt, werd in 1969 door de orde van de Witte Paters naar het Noord-Afrikaanse land gestuurd. Nooit is de bijna twee meter lange Heuft (80) er meer weggegaan. Hoewel hij de pensioensgerechtigde leeftijd al lang heeft bereikt, is hij niet van plan om in Nederland van zijn oude dag te gaan genieten. „Er is hier volop werk.”

Vandaag heeft Heuft een afspraak met een jonge vrouw uit Kameroen, die in een buitenwijk van Algiers woont. Net als veel andere Afrikanen is ze dwars door de Sahara naar Algerije gereisd, in de hoop van hieruit illegaal Europa binnen te komen. Maar de mensensmokkelaars die de migranten naar de andere kant van de Middellandse Zee brengen vragen veel geld, waardoor veel migranten in Algerije zijn gestrand. Heuft staat aan het hoofd van een organisatie die de gestrande reizigers steun biedt. „We helpen onder meer als ze ziek zijn, of terug willen naar huis.”

In zijn witte Renault rijdt Heuft de heuvel af waar hij woont. De huizen van de Algerijnse hoofdstad liggen opgestapeld tegen de kust, soms is in de verte het blauwe water van de Middellandse Zee te zien. Door de vele koloniale gebouwen, stammend uit de tijd dat Algerije deel was van Frankrijk, doet Algiers soms denken aan een stad als Nice. Een van die oude koloniale gebouwen is de imposante Notre Dame basiliek die op een heuvel aan de rand van de Algerijnse hoofdstad staat.

Jan Heuft: „Ik was zelden echt bang, maar de burgeroorlog was een zware periode.” Foto Gerbert van der Aa

Heuft groeide op in Hilversum, waar zijn vader een kapperszaak had. „We woonden tegenover de Vituskerk.” Als kind was hij daar misdienaar. „Ik kende de pastoor goed. Hij liet zich meestal knippen door mijn vader, in ruil voor een goede sigaar. Op zondag zaten we met het hele gezin in de kerk.” Na de lagere school bezocht Heuft de tuinbouwschool in Naarden en haalde zijn middenstandsdiploma. Daarna koos hij niet voor een eigen tuindersbedrijf, maar voor ontwikkelingswerk in Afrika. „Ik wilde iets voor anderen betekenen, de wereld beter maken.” Zijn ouders waren niet meteen enthousiast. „Ze zeiden: wat krijgen we nou? Vooral mijn vader geloofde niet in mijn religieuze roeping en was bang dat het een opwelling was.”

Lesgeven

Via de kerk was Heuft in contact gekomen met de Witte Paters, een orde in 1868 gesticht door de Franse kardinaal Charles Lavigerie. „Deze organisatie, vooral actief in Afrika, richtte zich op de dialoog tussen moslims en christenen.” Op 19-jarige leeftijd begon Heuft in het Brabantse Boxtel met zijn opleiding tot missionaris. Hij legde in 1967 zijn Witte Pater-gelofte af en vestigde zich twee jaar later in Algerije, waar hij directeur werd van een katholieke middelbare school, die in 1976 genationaliseerd werd. Later gaf hij lange tijd les op een doveninstituut.

„Ik ben een kind van de jaren zestig”, zegt Heuft. „Toen ik me in Algerije vestigde hadden we net het tweede Vaticaans Concilie achter de rug.” De modernisering van de Katholieke Kerk stond daarin centraal, respect voor andere godsdiensten en culturen was een van de nieuwe uitgangspunten. „Ik kon me daar heel goed in vinden. Of iemand moslim of christen is, maakt mij niet uit. Waar het om gaat is of je een goed mens bent.”

De afgelopen jaren ziet Heuft binnen de kerk een tegengestelde ontwikkeling. „Bekering wordt helaas weer belangrijker. Steeds vaker hoor ik om me heen dat de Kerk gered moet worden. Alsof het een wedstrijd is, om wie de meeste zieltjes wint.” Van een christelijke instelling in Algiers kreeg Heuft het verwijt dat er moslims werken voor zijn migrantenorganisatie. „Zij vinden dat ik alleen christenen moet aannemen. Door moslims en christenen samen te laten werken, geef ik volgens hen een verkeerd signaal af.”

Een kerk in Algerije openen is in principe geen probleem, maar bekering ligt gevoelig

Jan Heuft

Actief het christendom verbreiden is overigens niet zonder risico’s in Algerije. „Een paar jaar geleden was er een collega die op straat Bijbels had uitgedeeld. Toen de autoriteiten daar lucht van kregen, moest de man zich melden op het politiebureau. Niet veel later is hij het land uitgezet.” Ook andere buitenlandse christenen trof dat lot. „Officieel is er godsdienstvrijheid in Algerije. Een kerk openen is in principe geen probleem, maar bekering ligt gevoelig. Met name Amerikaanse evangelische kerken, die vaak openlijk anti-islam zijn, werden op last van de autoriteiten gesloten.” Maar de meer gematigde kerk waar Heuft elk weekend heen gaat, wordt geen strobreed in de weg gelegd. „Behalve buitenlandse christenen komen daar ook zo’n twintig Algerijnse christenen.”

Persoonlijke bewaking

Tussen 1990 en 1999, toen in Algerije een burgeroorlog woedde omdat islamitische extremisten de macht probeerden te grijpen, werden naast zeker 150.000 Algerijnen ook negentien buitenlandse priesters, fraters en nonnen vermoord. Heuft kende ze allemaal. Westerlingen waren doelwit, omdat ze volgens de extremisten tegen een islamitische staat waren. Heuft beleefde zijn hachelijkste moment toen een terrorist het doveninstituut binnenviel waar hij werkte. „De man richtte zijn pistool op mij. Maar voordat hij kon schieten verscheen de politie en sloeg de terrorist op de vlucht.” Om niet opnieuw de aandacht van terroristen op zich te vestigen, bleef hij zoveel mogelijk binnen. „Op mijn werk waren de ramen dichtgekalkt, zodat voorbijgangers niet naar binnen konden kijken.”

Meerdere buitenlandse christenen ontvluchtten Algerije tijdens de burgeroorlog. Heuft is altijd gebleven. „Hier in de hoofdstad was ik relatief veilig”, legt hij uit. „Van de Algerijnse overheid kreeg ik een gewapende persoonlijke bewaker. Collega’s op het platteland, waar leger en politie minder nadrukkelijk aanwezig waren, liepen veel meer risico.”

De Nederlandse missionaris praat opmerkelijk luchtig over de golf van terreur en contra-terreur. „Ik was zelden echt bang”, zegt hij. „Maar door de vele doden om me heen was het wel een zware periode. Nooit hebben wij zoveel over het geloof en de zin van ons bestaan gesproken als toen.” Iedereen in Algerije heeft vrienden en bekenden verloren, benadrukt hij. „Ik ben hier om lief en leed te delen en daar te helpen waar het leven het moeilijkst is.”

Toen in 1994 in de stad Tizi Ouzou vier Witte Paters vermoord werden, kwamen er duizenden Algerijnen naar de begrafenis, vertelt Heuft. Alle winkels sloten die dag uit medeleven hun deuren. „Die steun moedigde mij aan om door te gaan. Niet het geloof, maar de vriendschap met het Algerijnse volk hield mij overeind.”

Een standbeeld van Charles Lavigerie, stichter van de Witte Paters, de orde waarbij Jan Heuft is aangesloten. Foto AFP

Inmiddels is het weer veilig op straat. „Gelukkig heeft het Algerijnse leger de extremisten verslagen. Anders hadden we hier een fundamentalistisch schrikbewind gehad.” Hij heeft geen persoonlijke gewapende beveiliger meer en kan net als de andere westerlingen zonder gevaar over straat. De hoofdstad wordt zelden nog opgeschrikt door terreur van islamitische extremisten, maar op het platteland zijn nog wel plekken waar het niet veilig is. „In de bergen ten zuiden van Algiers is een katholiek klooster. Als ik daar heen wil krijg ik een militair escorte.”

Op oude foto’s staan Witte Paters vaak afgebeeld in een wit habijt, met een rozenkrans om hun nek en een rood petje (checha). Heuft heeft die kleding in Algerije nooit gedragen. „Misschien dat ik er in Nederland een dag in heb rondgelopen.” Doorgaans gaat hij gekleed in broek en overhemd, net als de meeste Algerijnen. „Ik vind het overdreven om me met mijn kleding te onderscheiden. Ik sta liever tussen mensen, dan erboven.”

Tot het sociale werk van Heuft behoort ook het bezoeken van christelijke gevangenen in Algerije. „Ik bied geestelijke steun, zoals dat heet.” Jarenlang ging Heuft ongeveer elke zes weken op bezoek bij een Nederlander die vanuit Marokko in zijn camper een grote lading hasj het land probeerde binnen te brengen. „Hij kreeg aanvankelijk de doodstraf, die later werd omgezet in levenslang.” Uiteindelijk kwam de Nederlander in 2008 na 17 jaar gevangenis vrij. „Nu is er nog een Belg die ik regelmatig bezoek. Hij zit ook vast voor drugsmokkel.”

Advies voor de ambassadeur

Ook andere Nederlanders in Algerije vragen soms geestelijke steun aan Heuft. Hij had nauw contact met een voormalige ambassadeur, wiens zoon met een Algerijnse moslima wilde trouwen. „De diplomaat vroeg om advies, omdat hij als gelovig katholiek twijfels had over het voorgenomen huwelijk.” Heuft slaagde erin de spanning uit de lucht te nemen. „Ik benadruk dat mensen overal hetzelfde zijn. Als je echt naar elkaar luistert ontdek je dat er weinig verschil is tussen de ene en de andere godsdienst.” Enige tijd na het huwelijk vroeg de diplomaat opnieuw om advies, toen er binnen de familie discussie was of de zoon van het jonge stel wel of niet besneden moest worden.

Lees ook: Vloggen in politiestaat Algerije. Voor Ramzi is dat spitsroeden lopen

Voor zijn werk in Algerije kreeg Heuft meerdere onderscheidingen. In Nederland werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, de Franse regering beloonde hem met de titel Officier in de Nationale Orde van Verdienste. De ingelijste oorkondes hangen aan de muur van zijn woning in Algiers, samen met foto’s van de vier Witte Paters die werden vermoord in Tizi Ouzou.

Hoe lang Heuft nog in Algiers blijft wonen, durft hij niet zeggen. Door problemen met zijn gezondheid reist hij geregeld naar Nederland voor medische ingrepen. Recent onderging hij een staaroperatie, en hij wordt behandeld voor blaaskanker. Maar de werklust en het humeur van Heuft lijden er niet onder. „Ik voel me energiek en fit”, zegt hij vrolijk. „Zolang dat zo is, zie ik geen reden om Algerije te verlaten.”

Op 9/5 geeft Jan Heuft een lezing in de Sint-Janskathedraal in ’s Hertogenbosch.