Holland Festival gaat dit jaar op zoek naar een ‘wij-gevoel’

Programma Als ‘associate producer’ drukt de Amerikaanse choreograaf Bill T. Jones zijn stempel op de nieuwe editie van het Holland Festival, dat vandaag zijn programma bekendmaakte.

Choreograaf Bill T. Jones staat centraal op deze editie van het Holland Festival.
Choreograaf Bill T. Jones staat centraal op deze editie van het Holland Festival. Foto Chris Sorensen/Redux

Met de Amerikaanse choreograaf, regisseur, schrijver en danser Bill T. Jones als gids gaat het Holland Festival de komende editie op zoek naar een ‘wij-gevoel’. Jones is de associate artist dit jaar. Zijn werk staat centraal en hij droeg andere podiumkunstenaars aan bij het festival, dat dit jaar van 4 tot en met 28 juni loopt en 33 producties bevat.

Van Jones zal onder meer de nieuwe voorstelling Deep Blue Sea te zien zijn, waarin hij zelf danst en, bijgestaan door honderd grotendeels lokale dansers, reflecteert op de wisselwerking tussen individu en groep. Ook voorstellingen zoals van wereldster Sami Yusuf staan in het teken van vraagstukken rondom identiteit en verbinding. Daarnaast worden grootheden, van Pina Bausch tot Miriam Makeba, geëerd met nieuw werk, of door nieuwe interpretaties van oud werk.

De openingsvoorstelling is The Planet - A Lament. In deze voorstelling, gemaakt door een Indonesisch/Australisch team met onder meer een vijftienkoppig koor, dans en film laat de Indonesische regisseur Garin Nugroho zien hoe een lokale ramp de hele wereld aangaat. Door met gemeenschappen uit Indonesisch Papoea en Oost-Nusa Tenggara te werken, brengt hij zelden gehoorde stemmen en verhalen op een wereldpodium.

Intensieve samenwerking

Sinds 2019 komt een deel van het programma van het Holland Festival tot stand middels een intensieve samenwerking met een of twee buitenlandse kunstenaars. Bill T. Jones heeft een grote staat van dienst in zowel klassieke als moderne dans en performance.

Onder meer verwijzend naar de gospeltekst ‘We shall overcome’ en het ‘We, the People’ uit de Amerikaanse grondwet, noemt Jones zijn streven „In pursuit of the we.” Hij reageert hiermee onder andere op sociale en politieke ontwikkelingen in de Verenigde Staten.

In het festival zijn drie voorstellingen van Jones zelf te zien: Curriculum – een ‘leerstuk voor denkende dansers’, Prayers of the People – een collectieve uitvoering van Martin Luther Kings brief uit de Birmingham Jail en Deep Blue Sea – over eenzaamheid en verbinding, in een spectaculair decor ontworpen door architect Elizabeth Diller.

In aanvulling hierop leert het publiek de associate artist in het programma Associations kennen aan de hand van door hem uitgekozen, live uitgevoerd werk van andere makers die hem inspireren.

‘In pursuit of the we’ is het centrale thema van Bill T. Jones, dat in een groot deel van de programmering terugkomt. De Iraaks-Amerikaanse trompettist Amir ElSaffar brengt in Transe (te zien in het Muziekgebouw én op straat in Amsterdam Nieuw-West) muzikanten uit verschillende delen van Afrika bij elkaar om opzwepende, rituele stambeli-muziek te maken. Sami Yusuf – door Time Magazine bestempeld als: ‘Islam’s Biggest Rockstar’ – maakt zijn populaire muziek vanuit eeuwenoude islamitische soefi-tradities. In When Paths Meet zoekt hij samen met Cappella Amsterdam en het Amsterdams Andalusisch Orkest naar onderlinge vriendschap, liefde, tolerantie en begrip tussen mensen.

Dat tolerantie en gelijkheid niet vanzelf spreken, komt aan de orde in The Just and the Blind, waarin spoken word-artiest Marc Bamuthi Joseph de praktijk van etnisch profileren aankaart. Ook Elaine Mitchener besteedt met Vocal Classics of the Black Avant-Garde aandacht aan de strijd voor en behoefte aan gelijkheid en rechtvaardigheid.

De manier waarop woorden en taal mensen kunnen verbinden en verdelen, onderzoeken de theatermakers van BOG. met de speelse voorstelling TAL. In Nous pour un moment door Odéon-Théâtre de l’Europe gaat het over de manieren waarop individuen elkaars levensloop beïnvloeden.

Pina Bausch’ Sacre du Printemps wordt uitgevoerd door dansers uit diverse Afrikaanse landen. Daarnaast is common ground[s] te zien: een nieuwe choreografie door Germaine Acogny – ‘de moeder van hedendaagse Afrikaanse dans’ – en Malou Airaudo, een voormalig, vooraanstaand lid van Tanztheater Wuppertal Pina Bausch.

De gevierde Malinese singer-songwriter Rokia Traoré is terug in het festival en brengt met Once Upon a Time, an Iron Rose… een ode aan de Zuid-Afrikaanse zangeres en activist Miriam Makeba. Louis Andriessen, een oude bekende van het Holland Festival, brengt met zijn nieuwe compositie May een lofdicht aan zijn overleden vriend, de blokfluitist en dirigent Frans Brüggen. Zangeres Alicia Hall Moran vermengt Motown-hits met operaklassiekers. Klassieke stukken als Op hoop van zegen en Drei Schwestern worden radicaal vernieuwd door respectievelijk Simon Stone en Susanne Kennedy.