Opinie

Het is net

Ellen Deckwitz

Zondagmiddag gingen het neefje (11) en ik spring rolls maken. Het was lastiger dan verwacht (want origami met voedsel) en voor we het wisten was de avond gevallen, hield Ciara huis en raasden er zowel dakpannen als duiven langs het raam. Gefascineerd staarden we naar buiten. Een spelletje dat we graag spelen is ‘het is net’, waarbij je iets aanwijst en zegt waar het op lijkt, waar het naar klinkt, waar het je aan doet denken, en dit was de uitgelezen gelegenheid.

„Deze storm”, begon ik.

„Die klinkt net”, zei het neefje, „als een zee met ADHD.”

De bomen voor het huis knikten allemaal driftig van ja.

„De ramen”, zei ik nadat een harde windvlaag de ruiten deed trillen in hun sponningen.

„Het is net alsof het huis de hik heeft”, zei hij.

„Het is een kanonnade van zuurstof”, zei ik.

„Neehee”, zei het neefje verontwaardigd, „zuurstof vormt maar een vijfde van de ingrediënten van lucht. De wind bestaat uit een mengsel van verschillende gassoorten en hoofdzakelijk uit stikstof.”

„Sorry”, zei ik (ze beginnen tegenwoordig ook steeds vroeger met scheikunde).

„Is oké”, zei hij, „ik vind het leuk dat lucht uit zoveel verschillende dingen bestaat. En dat je het voor zoveel verschillende zaken kan gebruiken.”

„Ik vind het vet handig dat je ermee kan ademhalen.”

‘Ademhalen vind ik ook leuk, en niet alleen omdat je anders doodgaat, maar ook omdat je, zodra je inademt, zoveel keuzes hebt. Je kan er gewoon een uitademing van maken, of over heet eten mee blazen, of mee fluiten. Het leukste vind ik het moment als je bijna uitademt, en nog niet zeker weet of je gaat praten, zwijgen of zingen. Dat je ook jezelf ermee verrast.”

De wind sneed langs het huis en door de botsing van gassen en gebouw kwamen er verschillende fluittonen vrij.

„Ik vind het ook een mooi idee”, zei mijn neefje, „dat de lucht al eerder in andere mensen zat. Dat met de lucht die nu voorbij het huis raast, ook allemaal gesprekken werden mogelijk gemaakt.”

Buiten veegden die razende voormalige conversaties bijna een eend op uit de gracht.

„Terug naar het spel”, gniffelde ik.

„Het is net”, zei het neefje, „alsof de storm bestaat uit de vorige levens van adem. En ze buiten even worden gecentrifugeerd, zodat ze weer allemaal liedjes, gesprekken of gezond gekibbel kunnen veroorzaken wanneer ze weer in een lichaam belanden.”

En zo staarden we naar buiten waar talloze dialogen, liefdesverklaringen, pleidooien en ja-woorden voorbijwaaiden, op weg naar een nieuw lichaam, maar nu nog even lekker op drift waren, vrolijk razend, in takken klimmend, bewolking uit de nachthemel vegend en sterren tevoorschijn toverend.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.