Schrijver Hu Fayun: „In het Chinese politieke systeem zijn bijna alle natuurrampen ook indirect het gevolg van menselijk handelen.”

Foto Michael Rathmayr

Interview

Heeft China geleerd van SARS? Deze schrijver uit Wuhan denkt van niet

Hu Fayun Hij schreef een roman over de SARS-epidemie. Het boek werd een bestseller, en vervolgens door de overheid verboden. Nu beziet schrijver Hu Fayun, tijdelijk in Wenen, hoe een nieuwe epidemie zijn thuisstad Wuhan teistert. „Wat daar nu gebeurt, gaat mijn voorstellingsvermogen ver te boven.”

Terwijl Hu Fayun de laatste vraag van het interview beantwoordt, zet zijn vrouw al gerechten op tafel: lotusbloem, forel, tofu. Een fles Oostenrijkse wijn wordt ontkurkt. Het is de laatste avond van de nieuwjaarsviering – het Lantaarnfeest – en dus dient er een feestmaal te worden aangericht. Zelfs als de feeststemming totaal ontbreekt.

„Duizenden jaren lang, zelfs in tijden van oorlog of hongersnood, kwam men hiervoor bijeen. Met een familiediner, vuurwerk, lampionnen”, vertelt Hu. „Dit jaar, in een miljoenenstad, was er niks van dat alles.” Hij laat een berichtje horen dat een nichtje uit Wuhan via de Chinese app WeChat stuurde. „Ze vertelt dat ze haar vriend al weken niet gezien heeft”, vertaalt Hu uit het Wuhanese dialect. „Zij moet voor haar eigen ouders zorgen, hij voor de zijne; ze durven niet bij elkaar langs te gaan.” De jongen brengt wel eten langs, dat hij bij de ingang van de flat achterlaat. „Als ze dit komt oppikken, zwaaien ze van verre even naar elkaar.”

Hu: „Dit is nu de normale gang van zaken in Wuhan. Niemand durft meer naar buiten. Niet omdat het van de overheid niet mag, maar omdat ze koste wat kost een besmetting willen voorkomen. Als je nu ziek wordt, moet je naar een opvangcentrum, waar de condities slecht zijn. Wie overlijdt gaat linea recta naar het crematorium.”

Geen afscheid

Hu kent ongeveer dertig mensen van wie vermoed wordt dat ze besmet zijn. Van hen zijn er al drie overleden: een op de tien dus. Het doet Hu twijfelen over de officiële sterftecijfers.

Een dierbare vriendin verloor haar vader, maar mocht niet meer bij zijn lichaam om afscheid te nemen. In plaats daarvan maakte ze foto’s van zijn bezittingen en schreef een bericht op WeChat om hem te gedenken. Het bericht werd al snel door de censuur verwijderd.

Hu Fayun (71) is een Wuhanees in hart en nieren: hij vertelt trots dat zijn familie al ruim vier eeuwen in de stad woont. De laatste jaren verblijft hij ook vaak in Wenen, waar zijn Chinees-Oostenrijkse vrouw een prachtig negentiende-eeuws appartement heeft. Toch kan hij zich niet voorstellen dat hij ooit voorgoed uit Wuhan zou vertrekken. „Ik ken daar elke straat, elk oud gebouw. Zelfs met de mensen die ik niet ken, voel ik een band. En bijna alles wat ik schrijf gaat over die stad.”

Ook zijn roman ruyan@sars.come speelt zich af in Wuhan, ook al wordt dat nergens expliciet benoemd. Hij schreef de roman in 2004, kort nadat de SARS-epidemie op zijn einde liep. Het verhaalt van Ruyan, een vrouw van in de veertig, die net de geneugten van het vrije internet leert kennen. Ze brengt tijd door op internetfora, schrijft blogposts, chat met haar zoon die in Frankrijk studeert. Tot de SARS-epidemie haar de grenzen van de vrijheid toont.

Hu Fayun in de Nationale Bibliotheek van Oostenrijk in Wenen. Foto Michael Rathmayr

Heeft u het gevoel dat u goed kunt volgen wat er op dit moment allemaal in Wuhan gebeurt?

„Zeker. Ik wissel voortdurend berichten uit met mijn vrienden en familie daar, en ik volg de buitenlandse berichtgeving op de voet. Ik denk dat ik beter op de hoogte ben dan de meeste mensen in China.” Hu kan zich ook goed voorstellen hoe het er nu aan toegaat in de ziekenhuizen: „Ik kom uit een artsenfamilie. Mijn vader en twee ooms waren alle drie arts, precies in dat ziekenhuis waar Li Wenliang kwam te overlijden.”

Dokter Li Wenliang lichtte eind december collega’s in over patiënten die aan een SARS-achtig virus leken te lijden. Ondanks zijn nadrukkelijke verzoek het nieuws niet te verspreiden werd zijn bericht massaal gedeeld. Daarop werd hij door de politie vermaand wegens het verspreiden van ‘geruchten’. Kort nadat hij weer aan het werk ging liep hij zelf het virus op.

Wat was uw reactie, toen u over Li Wenliang hoorde? Het lijkt alsof zijn dood de kijk van veel Chinezen op deze epidemie heeft doen kantelen.

„Het heeft niet alleen hun kijk op deze epidemie doen kantelen, ook hun kijk op het leven, op hun toekomst. Want je kunt zeggen dat Li Wenliang – lid van de Communistische Partij, nooit kritisch op de overheid – een voorbeeldige burger was.

„Toen hij zijn collega’s en vrienden op de hoogte stelde, was hij zich er niet eens van bewust dat hij iets deed wat de overheid niet zou bevallen. Hij was als een onschuldig kind, dat ontdekt dat er iets in de fik vliegt en dan vanzelfsprekend mensen waarschuwt. ‘Pas op! Brand!’”

Dat veel Chinezen zo aangedaan zijn door wat er met Li gebeurd is, komt juist doordat ze totaal op de overheid vertrouwen, denkt Hu. „Iemand in wie ze zich herkennen, die iets volkomen normaals deed, kan blijkbaar binnen twee maanden overlijden.”

In 2002 en 2003 was de SARS-epidemie. Uw roman verscheen binnen een jaar nadien. Waarom wilde u er een roman over schrijven?

„Ik heb niet zozeer over de SARS-epidemie geschreven, als wel over de maatschappelijke achtergrond van de SARS-epidemie. Want ik wist: in het Chinese politieke systeem zijn bijna alle natuurrampen ook indirect het gevolg van menselijk handelen.”

Een voorbeeld. Hu vertelt over de grote overstroming van de Yangtze-rivier in 1998, waarbij vele miljoenen mensen hun huis verloren. „De rivier was door de mens ingeperkt en ingedamd. Maar net als wij mensen heeft een rivier leefruimte nodig. Als je een rivier geen ruimte biedt, is het dan verwonderlijk dat hij overstroomt?” Zo is het in China volgens Hu met wel meer zaken: “We worden aan alle kanten ingeperkt. Op den duurt stromen we dan over.”

Lees ook:Bitterheid groeit over de Chinese aanpak van het coronavirus

Hu denkt dat behalve het SARS- en coronavirus nog veel meer epidemieën zijn geweest die China de afgelopen decennia teisterden. In zijn roman verwerkte hij zijn herinnering aan een ‘mondkapjescampagne’ uit de jaren 60, toen hij op school verplicht werd mondkapjes te dragen als bescherming tegen meningitis.

„In die tijd kon je er makkelijk dood aan gaan. Of doof van worden. Er is nooit bekend geworden hoeveel mensen eraan zijn overleden. Maar pas toen de situatie heel ernstig was werd ons opgedragen om mondkapjes te dragen, en toen waren ze niet meer te krijgen. Net als nu.”

De SARS-epidemie haalt in uw roman bij Ruyan het beste naar boven, en bij anderen schijnbaar het slechtste. Was dat ten tijde van de SARS-epidemie uw eigen ervaring?

„Zeker. Je kan wel zeggen dat ik voor mijn roman – of het nou om slecht of goed gedrag gaat – voor een groot gedeelte uit mijn eigen ervaringen heb geput. Hoe reageerde mijn vrouw, hoe reageerden mijn vrienden?

„Op een gegeven moment ziet Ruyan mensen hun huisdieren afmaken. Een hond wordt uit het raam gegooid. Ze kan dan niet anders dan in actie komen. De ontzetting en empathie die bij haar opkomen zouden onder normale omstandigheden niet komen bovendrijven. Iemands ware aard komt pas in tijden van crisis naar boven.”

Ook nu worden in Wuhan veel huisdieren gedood. Hu verklaart: „Als iemand ziek wordt en in quarantaine wordt geplaatst, rijst de vraag wat er met het huisdier moet gebeuren. Niemand durft nog voor zo’n beest te zorgen, als men weet dat het uit een huis komt waar iemand ziek werd.”

Een Amerikaanse criticus schreef dat het succes van uw boek een breed gedeeld verlangen toont naar de waarden die Ruyan vertegenwoordigt. Ziet u dat ook zo?

„Ruyan handelt niet vanuit een politieke, maar vanuit een morele overtuiging. Je dient integer te zijn, empathie te tonen, zorg te dragen voor anderen. In feite is ze een hele normale vrouw. Waarom komt ze dan toch tegenover de overheid te staan? Dat ligt niet aan haar – zij is een goed mens, zij blijft trouw aan haar waarden. Het is de overheid die niet kan voldoen aan de waarden die zij zelf propageert. Daar ligt de oorzaak van het conflict.”

De woonkamer van het 19e-eeuwse Weense appartement van Hu’s vrouw, waar hij een deel van de tijdverblijft. Die klomp is een souvenir uit Nederland, waar het echtpaar graag vakantie houdt. Foto Michael Rathmayr

Ligt daarin de reden besloten dat uw boek verboden is?

„Ja, inderdaad. De overheid gelooft in haar eigen goedheid. Maar zij is niet bereid haar eigen gebreken onder ogen te zien. En niet bereid anderen toe te staan die gebreken te bespreken. En dus neemt het aantal crises toe. Zo groeit het conflict tussen de overheid en zijn burgers tot steeds grotere proporties.”

Nu teistert een nieuwe epidemie China. Hoe vindt u dat de overheid er ditmaal mee omgaat?

„Ik zie dat leden van de overheid precies dezelfde methodes hanteren als toen, misschien is het nu nog wel erger. In mijn boek plaatst Ruyan online artikelen over de epidemie. Die berichten worden gewist en als ze er weer over schrijft, dan verschijnen er pop-ups in beeld met een waarschuwing.

Vergelijk dat met dokter Li Wenliangs geval – hij was helemaal geen klokkenluider, hij lichtte alleen een paar collega’s in. Zijn bericht is niet alleen gewist, hij werd zelfs door de politie gedwongen een schuldbekentenis te tekenen. En vervolgens moest hij weer aan het werk op een plek waar hij door het virus besmet kon raken. Zodat hij uiteindelijk zelf ziek werd.”

Dat had u niet durven verzinnen?

„Dat gaat veel verder dan wat ik zelf heb meegemaakt. En het gaat ook mijn voorstellingsvermogen ver te boven.”

Ruyan@sars.come werd in een Engelse vertaling uitgegeven door Ragged Banner Press onder de titel Such Is This World@sars.come.