Opinie

Elke soort kan uitsterven – de mens dus ook

Biodiversiteit Dier- en plantsoorten sterven in hoog tempo uit, maar dat zet ons niet aan het denken over onze eigen sterfelijkheid. Onterecht, betoogt onderzoeker . Want in werkelijkheid zijn wij net zo kwetsbaar als alle andere dier- en plantensoorten.
Reuzenschildpad Lonesome George op de Galapagos-eilanden
Reuzenschildpad Lonesome George op de Galapagos-eilanden Foto Rodrigo Buendia/AFP

Tot de 19de eeuw dacht iedereen dat er nog nooit iets uitgestorven was. Natuurlijk verdween er wel eens een diersoort uit het zicht – de dodo bijvoorbeeld. Maar de verhalen over de dodo klonken zo ongeloofwaardig, dat veel wetenschappers betwijfelden of zo’n soort wel echt bestaan had. En ja, er doken wel eens fossielen op van soorten die geen mens ooit in het echt gezien had. Maar ook dat viel te verklaren. Die bizarre wezens leefden ongetwijfeld in de diepte van de oceanen, waar nog niemand was doorgedrongen.
Dat diersoorten voorgoed konden verdwijnen, was destijds ondenkbaar. De aarde en alle wezens erop waren immers door God geschapen; onderdeel van een plan met de mens aan de top. Het zou niet logisch zijn om een soort te scheppen en die vervolgens ook weer weg te nemen. Dus was de consensus dat dieren niet uitstierven, simpelweg omdat het tegenovergestelde niet voorstelbaar was.

Verschrikkelijke gebeurtenissen

Maar natuuronderzoeker Georges Cuvier kwam in de 19de eeuw tot een andere conclusie. Zijn werk toonde aan dat er een wereld voor de onze had bestaan, waarop dieren hadden rondgelopen die nu uitgestorven waren. Er moesten catastrofes hebben plaatsgevonden, het leven op aarde verstoord door verschrikkelijke gebeurtenissen, erger dan de mensheid ooit gekend had.

Lees ook: Deze necrologie over de laatste witte neushoorn

Wetenschappers waarschuwen dat de aarde nu mogelijk opnieuw zo’n tijd doormaakt, dat we mogelijk te maken hebben met een zesde golf van massale uitsterving. Voor alle duidelijkheid: dit gaat niet over het redden van de tijger of de neushoorn, maar over ons eigen voortbestaan.
Het werk van Cuvier zette ons wereldbeeld op losse schroeven. Als er al een goddelijk plan was, dan had de wereld zich in elk geval veel minder logisch ontwikkeld dan voor die tijd werd aangenomen. Darwin, die voortbouwde op Cuviers werk, gaf ons denken een nieuwe schok: we stonden niet ver bovenaan de rangorde, maar waren verwant aan harige apen.
Darwins evolutietheorie leerde ons te denken in termen van concurrerende soorten. Daarbij verloren we iets belangrijks uit het oog: soorten strijden niet alleen met elkaar, maar zijn ook van elkaar afhankelijk. En dat geldt ook voor de mens: alles wat we vanzelfsprekend vinden, hangt af van onze relaties met andere soorten.

Veel soorten verdwijnen geruisloos, soms nog voordat we ze hebben leren kennen

Dat vangnet aan biodiversiteit rafelt nu snel uiteen. Niet eerder in de geschiedenis van de mensheid stierven er zoveel dier- en plantsoorten zo snel uit: op het moment dat u dit leest balanceren er meer dan een miljoen op de rand van de afgrond.

British Museum Natural History.

De laatste exemplaren van min of meer knuffelbare soorten geven we namen, zoals Martha, Lonesome George en Toughie. Veel meer soorten verdwijnen geruisloos, soms nog voordat we ze überhaupt hebben leren kennen. Onlangs nog waarschuwden onderzoekers op basis van een metastudie dat honderdduizenden soorten, waaronder ook bekende, zoals mussen en eksters, nog extra worden bedreigd. Ze kunnen zich simpelweg niet aanpassen aan de snelheid waarmee het klimaat verandert.

Misschien is het nu tijd voor een nieuwe aardverschuiving in ons denken. Kunnen we, in onze veilige auto’s en goed verwarmde huizen, beseffen hoe afhankelijk we zijn van onze fysieke omgeving en alle dier- en plantensoorten daarin? Zijn onze hersens überhaupt in staat ons eigen (uit)sterven als mogelijkheid te zien?
We rouwen bij het uitsterven van ‘endlings’ zoals Lonesome George en Toughie, voelen ons misschien wel schuldig. Maar we twijfelen er niet aan dat de mensheid zelf zich wel altijd kan blijven aanpassen, eeuwig op aarde rond blijft lopen. Zelfs in rampenfilms blijft er altijd wel iemand over, bij voorkeur de personages met wie we toch al meeleefden. Een cozy catastrophe wordt dat wel genoemd: echt eng zijn die verhalen niet, omdat de orde zich uiteindelijk herstelt. Dus ter geruststelling: ook de “natuur” zal in de toekomst wel weer een nieuw evenwicht vinden. Maar niet per se met ons als soort daarin.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.