Eerste Kamer stemt in met Omgevingswet

Wetgeving De nieuwe wet moet vanaf 2021 vele wetten en regelingen samenvoegen. Burgers en gemeenten krijgen meer te vertellen.

De plenaire zaal van de Eerste Kamer. De senaat stemde dinsdag in met de Omgevingswet.
De plenaire zaal van de Eerste Kamer. De senaat stemde dinsdag in met de Omgevingswet. Foto Bart Maat/ANP

Doen alsof er niets nieuws onder de zon is en hopen dat de storm weer overwaait. Zo probeerde het kabinet dinsdag een nieuwe ronde van dreigende onrust in de Eerste kamer over de komst van de Omgevingswet te bezweren. De voorlopige score: die tactiek is een succes. Al moest minister Stientje van Veldhoven (Milieu en Wonen, D66) in de Eerste Kamer wel erkennen dat er „onrust is ontstaan”.

De Omgevingswet, waar door het Rijk en lagere overheden al tien jaar over wordt gesproken, moet tientallen wetten en honderden regelingen samenvoegen. De wet moet het ruimtelijkeordeningsbeleid vereenvoudigen en burgers en gemeenten meer invloed geven. Door het vorige kabinet, Rutte II, werd de Omgevingswet weleens „de grootste wetsherziening sinds die van de Grondwet in 1848” genoemd.

Aanleiding voor de onrust over de nieuwe wet was de onthulling maandag in NRC dat het ministerie van Binnenlandse Zaken de publicatie van een kritisch inspectierapport had tegengehouden. Onderwerp van dat rapport: problemen die waren ontstaan sinds de decentralisatie van de ruimtelijke ordening, met gevaar voor omwonenden tot gevolg, zoals huizen die te dicht in de buurt van de opslag van explosieve materialen – vuurwerk, munitie – werden gebouwd.

Was dit een voorbode van de problemen die de Omgevingswet met zich mee kon brengen?

Van Veldhoven reageerde met twee brieven in twee dagen tijd in een poging twijfels bij de senatoren weg te nemen. Boodschap: de inhoud van de rapporten was niet nieuw en geen reden tot zorg. De Eerste Kamer, die uitgerekend dinsdag op het punt stond in te stemmen met de Omgevingswet, vroeg – en kreeg – een paar uur uitstel om zich te beraden.

De coalitie kon, zo bleek dinsdagavond bij de stemming, nog steeds rekenen op de steun van PVV, Forum voor Democratie en SGP, genoeg voor een meerderheid (53 van de senatoren voor, 19 tegen). De PvdA stemde verdeeld; de fracties van SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren en de Fractie-Otten stemden tegen.

Lees ook: Zo werd er toch gebouwd naast een vuurwerkopslag

Veranderende stemming

Toch tekende deze dag de veranderende stemming in het parlement over de Omgevingswet. Pas sinds het najaar groeit de aandacht voor de wet – net als de kritiek. Leveranciers en de gemeenten die met nieuwe software moeten gaan werken, twijfelen of ze wel op tijd goed voorbereid zijn en of de wet uitvoerbaar is. In een interview met NRC waarschuwde de Nationale Ombudsman voor het risico dat slechts een „participatie-elite” goed met de complexe regels en nieuwe verantwoordelijkheden overweg zal kunnen. Wie daar niet mee overweg kan, wie niet digitaal kan communiceren bijvoorbeeld, dreigt het onderspit te delven.

Helemaal veilig is de Omgevingswet nog niet. Het BIT, de kritische waakhond voor ict-projecten van de overheid, moet zich in april nog uitspreken over de uitvoerbaarheid van de wet. En het kabinet legt het parlement deze zomer nog een definitief invoeringsbesluit (Koninklijk Besluit) voor, zo is tijdens het debat toegezegd. Pas als dat is goedgekeurd, is de invoering in 2021 onafwendbaar.

Correctie (14 februari 2020): In een eerdere versie van dit artikel werd gesproken van „de grootste grondwetsherziening sinds 1848”. Juist is „de grootste wetsherziening sinds die van de Grondwet in 1848”.