Bergman Clinics zoekt investeerder voor expansie

Zorg Bergman Clinics, de grootste keten van medische klinieken in Nederland, zoekt een investeerder om Europa te veroveren. „Een grens is ook maar een grens.”

Een operatiekamer van Bergman Clinics. Het bedrijf is op zoek naar een investeerder om uit te breiden in Duitsland.
Een operatiekamer van Bergman Clinics. Het bedrijf is op zoek naar een investeerder om uit te breiden in Duitsland. Foto Werry Crone

Een wereld met minder ziekenhuizen, waar alleen nog maar spoedgevallen komen. Waar de ingrepen op afspraak – zoals knie- en heupoperaties – vooral nog in gespecialiseerde klinieken gebeuren. Dat is het toekomstbeeld van Bergman Clinics, de grootste keten van specialistische, medische klinieken van Nederland. Die wereld komt ieder jaar iets dichterbij, tonen de cijfers, maar is tegelijkertijd nog ver weg: mensen hechten aan lokale ziekenhuizen, zorgverzekeraars zijn behoedzaam. Het gaat Bergman Clinics niet snel genoeg.

Nu staat het bedrijf te koop, schreef persbureau Bloomberg vorige week. De eigenaren van Bergman Clinics, zorgondernemersfamilie Malenstein (grootaandeelhouder) en investeringsfonds NPM Capital (minderheidsbelang), zouden mikken op een opbrengst van 1 miljard euro.

Klopt niet, zegt topman Hans van de Heijden tegen NRC. Ja, Bergman Clinics heeft zakenbank JPMorgan en financieel adviseur Axeco ingehuurd om een nieuwe investeerder en een aandeelhouder te zoeken. Ook „zou het kunnen” dat NPM zijn belang verkoopt. Maar de familie Malenstein wil volgens de topman „absoluut blijven zitten”. Want de zoektocht naar een nieuwe investeerder is niet ingegeven door de wens „iets te gelde te maken”, maar door de ambitie Europa te veroveren. Van der Heijden: „Een grens is ook maar een grens. Waarom zouden we niet onze vleugels uitslaan?”

De eerste stap heeft Bergman Clinics afgelopen zomer al gezet met de overname van 47 oogklinieken in Scandinavië. Daarmee komt het totaal aantal klinieken van Bergman Clinics boven de honderd, het aantal medewerkers op ongeveer 2.200 en de omzet rond de 300 miljoen euro. Er kiezen jaarlijks tweehonderdduizend mensen in Nederland voor de klinieken. Kortom: het is een fors bedrijf, dat volgens Van der Heijden in financieel opzicht bovendien „kerngezond” is. Maar de genoemde vraagprijs van 1 miljard euro „gaat nergens over” zegt hij. „Jullie hebben de Kamer van Koophandelcijfers ook gezien, dat krijgt geen hond rondgerekend.”

In de laatst bekende jaarcijfers over 2018 bleek het bedrijf 3 ton winst te maken, in 2014 leed het nog 2 miljoen verlies.

Snelgroeiende tak van sport

Bergman Clinics richt zich op verzekerde zorg. Het bedrijf is gespecialiseerd in behandelingen voor heup-, knie-, schouder-, voet/enkel-, rug- en oogaandoeningen. Die biedt Bergman Clinics aan in zogeheten ‘zelfstandige behandelklinieken’, een snelgroeiende tak van sport. Tussen 2013 en 2018 groeide het aantal patiënten bij zulke klinieken in Nederland met de helft. Deze spelers kijken welke behandelingen en operaties veelvoorkomend en niet risicovol zijn, en snoepen die van ziekenhuizen af. Zoals het vervangen van knieën en heupen, huidbehandelingen, staaroperaties en neuscorrecties.

Het verdienmodel van deze ‘focusklinieken’: dezelfde, relatief eenvoudige operaties telkens opnieuw uitvoeren. Zo kunnen ze concurreren met ziekenhuizen: de logistiek is simpeler en de ‘overheadkosten’ lager. Verzekeraars kopen goedkoper bij hen in dan in het ziekenhuis. „Ook voor de patiënt is het fijn”, zegt Chris Oomen, voormalig directeur van zorgverzekeraar DSW.

„Ze zijn snel. Tegen de tijd dat je bij het ziekenhuis in de parkeerkelder staat, ben je bij Bergman Clinics al geholpen. Kennelijk kunnen ziekenhuizen dat niet zo handig organiseren.”

Oomen ziet de groei van gespecialiseerde klinieken dan ook als „niet per se negatief”. Maar er is ook een schaduwkant, stelt hij. Zijn ervaring is dat bij bedrijven als Bergman Clinics alles in het teken staat van groei van het aantal behandelingen. „Alles is gericht op productie”, zegt hij. „Dat is niet zoals de zorg zou moeten werken. Je moet alleen opereren als dat echt nodig is.” De komst van een nieuwe investeerder kan de nadruk op productie nog versterken, merkt Oomen op. Want hoe meer wordt betaald voor Bergman Clinics, hoe hoger het bedrag dat de nieuwe eigenaar moet terugverdienen. Oomen: „Dat geeft druk om nog meer te gaan behandelen in nog kortere tijd en tegen maximale prijzen. Het moet ergens vandaan komen.”

‘Veel te veel ziekenhuizen’

Zelfstandige behandelklinieken zien zichzelf juist als „quick fix” om de zorg goedkoper te krijgen, blijkt uit een brief van de branchevereniging ZKN aan het ministerie van Volksgezondheid. ZKN vindt dat failliete ziekenhuizen geen teken zijn van het falen van marktwerking in de zorg, maar juist aantonen dat marktwerking wél functioneert. „Er zijn veel te veel ziekenhuizen”, zei Bart Malenstein, destijds bestuursvoorzitter van Bergman Clinics in 2016 tegen het Financieele Dagblad. Hij denkt dat we met tientallen minder kunnen. „Dat weten ziekenhuizen zelf ook wel, dus als ze slim zijn concentreren ze zich op de behandelingen waar ze toegevoegde waarde hebben, en laten ze de rest aan de focusklinieken.” Zijn collega Van der Heijden vindt het „ridicuul” dat we om buisjes in ons oor te laten plaatsen, naar het ziekenhuis gaan. „Dat doen we toch ook niet om een kies te trekken?”

De familie Malenstein maakte van Bergman Clinics met afstand de allergrootste speler onder de zelfstandige klinieken. Plastisch chirurg Robert Bergman verbouwde in 1989 zijn garage in Blaricum tot kliniek. Ondernemer Wim Malenstein kocht de onderneming en het was zijn zoon, Bart, die Bergman Clinics vanaf 2006 zou uitbouwen. Vorig jaar fuseerden de klinieken met NL Healthcare – nadat een onderzoek door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) geen bezwaren had opgeleverd – en voegde zo achttien nieuwe behandelklinieken toe. Afgelopen zomer kwam daar dus het Zweedse Memira bij, een groep van 47 oogklinieken in Scandinavië.

Toch vindt Bergman Clinics zichzelf nog veel te klein. Van der Heijden: „We zouden graag twee keer zo hard willen groeien. Dit is geen business van zware winstgevendheid, het gaat om de volumes. Als je hetzelfde nog vaker en nog meer doet, kun je het efficiënter doen, scherpere prijzen hanteren. En ook iets van rendement overhouden.”

Dat de groei in Nederland achterblijft in de ogen van Bergman Clinics, komt volgens Van der Heijden vooral door zorgverzekeraars. Die zouden de overgang van planbare behandelingen vanuit reguliere ziekenhuizen naar zelfstandige klinieken „niet voldoende snelheid geven”. Dat ligt, vindt Van der Heijden, ook aan „misbruik” van de publieke opinie. „Media die schermen met: ‘het ziekenhuis verdwijnt uit uw plaats of regio’. Maar we moeten niet koste wat kost vast blijven houden aan één groot ziekenhuis met alles erop en eraan.”

Bergman Clinics denkt nu aan binnenlandse uitbreiding en naar verschillende buurlanden, vooral Duitsland, via overnames en ‘organische groei’ – zelf klinieken openen dus. Duitsland kent een „versnipperd zorglandschap”, zegt Van der Heijden, dus daar liggen kansen. En bovendien: „Cultureel zijn de verschillen verteerbaar. Maar dan moet je wel kapitaal hebben om zo’n roll up te kunnen doen.”

Grote vraag is welke partijen belangstelling hebben voor Bergman Clinics. Bronnen in de financiële wereld noemen kapitaalkrachtige private-equitypartijen als voor de hand liggende kandidaten. Equipe, een concurrent van Bergman Clinics, heeft met het Belgische GIMV al een private-equityfonds als aandeelhouder.

Kan het Nederlandse verbod op winstuitkering in de specialistische medische zorg potentiële kopers nog afschrikken? Van der Heijden vindt dat het verbod „inherent niet deugt”, maar noemt het tegelijkertijd „niet zo’n thema”. Jaarlijks dividenden uitkeren kan inderdaad niet, maar dat betekent dat het bedrijf simpelweg meer waard wordt. Daar komt nog bij dat zorgbedrijven vaak gebruik maken van een maas in de wet. Door zorg uit te besteden aan dochterbedrijven, kan toch winst worden uitgekeerd. Bergman Clinics geeft toe die sluiproute ook weleens te hebben gebruikt, maar „in zeer bescheiden mate als je kijkt naar de omvang van het bedrijf.”