Recensie

Recensie Film

‘Papicha’: coole Algerijnse chicks vol veerkracht

Arthouse De afgelopen jaren zijn met grote regelmaat Noord-Afrikaanse films verschenen over systematisch geweld en onderdrukking, en over vindingrijke vrouwen. ‘Papicha’ past in dat rijtje.

Nedjma (Lyna Khoudri) moet in het repressieve Algerije van de jaren 90 vechten voor haar dromen, in ‘Papicha’.
Nedjma (Lyna Khoudri) moet in het repressieve Algerije van de jaren 90 vechten voor haar dromen, in ‘Papicha’.

Mounia Meddour (1978) kreeg de cinema met de paplepel ingegoten. Haar vader was de Algerijnse filmmaker Azzedine Meddour. Voor haar eerste speelfilm keerde de in Frankrijk als journalist en filmregisseur opgeleide Meddour terug naar het land dat ze op haar 17de moest verlaten. En hoewel Algerije er snel bij was om Papicha in te zenden voor de Oscar voor Beste Buitenlandse Film, is de film in Algerije nog steeds niet in de bioscopen uitgebracht; Meddour heeft dan ook een complex en gevoelig onderwerp te pakken dat ze als kind van intellectuelen van nabij heeft meegemaakt.

Plaats van handeling is Algiers, 1990, vlak voor de religieuze burgeroorlog tussen de Algerijnse overheid en diverse fundamentalistische islamitische groeperingen die van 1991 tot 2002 zou duren, meer dan 150.000 dodelijke slachtoffers zou eisen, en algehele repressie tot gevolg had. Papicha laat zien welke tol dat van vrouwen eiste.

Hoofdpersoon Nedjma – bijgenaamd Papicha, zoiets als hip, mooi meisje – studeert intern aan de Franse faculteit in Algiers, maar sluipt samen met haar beste vriendin Wassila regelmatig weg van de campus om haar jurken te verkopen in de toiletten van chique nachtclubs. Zij heeft niet alleen een groot talent als coupeuse – stoffen glijden als water door haar handen – maar ook de droom op een dag haar eigen kledingzaak te openen.

Het mag geen verrassing zijn dat juist haar sexy jurken, en alles waar zij voor staan, zelfstandige vrouwen die baas zijn over hun eigen lichaam en leven, het eerste doelwit zijn van de politieke chaos, de religieuze zelfcensuur, en de vrijbrief die dat de mannelijke personages geeft om hun patriarchale privileges uit te leven. Op zulke momenten is de film schematisch en naïef: de beeldtaal is intelligenter dan het scenario. Subjectieve en close shots laten je voelen en zien. Er is overal dreiging: posters die vrouwen opdragen zich kuis te kleden, de stoffenverkoper die opeens alleen nog maar donker textiel verkoopt.

Een sterk visueel symbool vormt met name de ‘haik’, de witte variant op de zwarte nikab die traditioneel door vrouwen in de Maghreb werd gedragen. Tijdens de opmaat naar een van de meest dramatische scènes van de film demonstreert Nedjma’s moeder hoe de haik ten tijde van de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog in de jaren 50 en 60 een handige manier was om wapens te vervoeren. Als we dat even later met tragische gevolgen gedemonstreerd hebben gezien, besluit Nedjma om een hele show rondom de haik te organiseren.

De afgelopen jaren zijn met grote regelmaat films verschenen van Noord-Afrikaanse vrouwelijke filmmakers, zoals de Marokkaanse film Sofia over een ongeplande zwangerschap en het Tunesische verkrachtingsverhaal Beauty and the Dogs. Films die stemmen en gezichten geven aan verhalen over systematisch geweld en onderdrukking. Films over vindingrijke vrouwen. En die rare angst die mannen voor zelfstandige vrouwen kunnen hebben. Papicha past in dat rijtje: Nedjma, Wassila, Samira zijn coole chicks, vol energie en veerkracht. Vrouwen om bevriend mee te zijn.