Recensie

Recensie Muziek

‘Supergrosso’ Bachvereniging zorgt voor vurige momenten

Italiaanse muziek In het nieuwe programma Concerto Supergrosso van de Nederlandse Bachvereniging is ‘super’ relatief, maar het resultaat prachtig, vol heldere contrasten.

Concerto Supergrosso van de Nederlandse Bachvereniging met extra veel musici op het podium.
Concerto Supergrosso van de Nederlandse Bachvereniging met extra veel musici op het podium. Foto Eduardus Lee

In het Italië van de 17de en 18de eeuw bloeide muziek overal op. De rijke adel had geld en musici genoeg en volgens de formule groot, groter, grootst ontstond het ‘concerto grosso’: muziek gespeeld door orkesten van soms meer dan honderd man. De Nederlandse Bachvereniging doet daar nu een schepje bovenop met hun programma Concerto Supergrosso. Hoeveel musici zullen dat niet zijn? 150? 200 misschien wel? Nee, zoveel zijn het er niet. Maar, 37 is ook een mooi aantal.

Het valt kort te houden: het programma, met muziek van onder anderen Alessandro Stradella, Bernardo Pasquini en Georg Friedrich Händel, is prachtig. De grotere bezetting levert vurige tuttipassages op, energiek geleid door Shunske Sato. Je twijfelt nog even of er wel ruimte overblijft voor verstilling, maar vaak genoeg speelt maar een klein deel van het ensemble, waardoor heldere contrasten ontstaan. Om de bezetting ‘supergrosso’ te krijgen, vult de Bachvereniging zijn gelederen aan met jonge talenten. Je moet je wel afvragen of je musici van rond de dertig niet gewoon professioneel mag noemen. Aan niets valt op dat ze er niet vast bij horen.

Voor een programma vernoemd naar een instrumentaal genre krijg je opvallend weinig instrumentale muziek. Er klinken vooral recitatieven en aria’s, weergaloos gezongen door sopranen Sophie Junker en Lucia Caihuela. Met name Caihuela, die vorig jaar pas afstudeerde, zwemt met haar warme, egale stem als een vis door het barokrepertoire.

Zwakste schakel was (enigszins verrassend) de doorgewinterde bas-bariton Furio Zanasi, die, zo werd aangekondigd, „verkouden” was. Het was echter niet zijn stem die stoorde, maar zijn lapzwanserige houding. Op komen met de bril in de mond, hand in de broekzak en een concert lang in zijn bladmuziek turen alsof hij die voor het eerst zag; concerti grossi draaien om contrasten, maar niet tussen een heerlijk energiek ensemble en een onzekere zanger.