Opinie

Poldermodel niet fit? Pas aan of doe het weg

Louise O. Fresco

Op 12 februari is het weer Darwin Day, de geboortedag van de evolutionair bioloog Charles Darwin (1809-1882). Tot diens erfenis behoort de term survival of the fittest, die overigens voor het eerst werd voorgesteld door de filosoof Herbert Spencer, in hun briefwisseling. ‘Fit’ niet zozeer in de betekenis ‘sterk’, maar ‘meest aangepast’; individuen die het best passen bij lokale omstandigheden, de meeste kans hebben hun genen door te geven. Soms leidt dat tot extreme specialisatie zoals bij de panda of de orchidee.

De harde competitie die hieruit spreekt is sindsdien sterk genuanceerd door bijna alle disciplines. Niet alleen mensen, maar ook microben, planten en dieren zijn vaak beter af dankzij samenwerking in plaats van individuele strijd.

Primaten kunnen zelfs bij afwezigheid van dwang dingen samen doen, maar in complexe menselijke samenlevingen is vrijwilligheid alleen niet voldoende. Om de belangen van velen tegelijkertijd te wegen en gewenst gedrag te bevorderen hebben wetten en moraliteit zich ontwikkeld. De Nederlandse variant hiervan is een verfijnd stelsel van overleg en besluitvorming: het poldermodel, ons meerpartijenstelsel en talloze instituties als SER, planbureaus en adviesraden. Het heeft ons lang tot een welvarend, vredig land gemaakt. Maar is dit hele circus nog wel fit in darwiniaanse zin? Of zijn al die groepen te veel gespecialiseerd, alleen passend in de specifieke polderniche, terwijl we ingehaald worden door de veranderingen om ons heen?

Wordt het stilstand of vooruitgang in het jaar tot de Tweede Kamerverkiezingen, volgend jaar maart? Het klimaatvraagstuk is daarbij een aardige toetssteen. Om twee redenen: het gaat om de echt lange termijn en om materie die bijna geen burger beheerst. Tot zover hebben we dat via talloze speciale overlegrondes opgelost. Klimaattafels – kan het polderachtiger?

Maar leidt meer overleg werkelijk tot betere oplossingen? Of zijn we gedoemd tot losse acties omdat er op de meeste terreinen geen consensus is over de beste oplossingen? Waarschijnlijk vinden we de beste oplossingen pas als we over de grenzen heen kijken en voorbij de polder. Nederland is te klein en heeft nog te weinig mogelijkheden om op eigen grondgebied groene energie op te wekken en koolstof op te slaan.

Het poldermodel biedt weinig ruimte voor zo’n grotere aanpak. Sterker nog, in de ware geest van de polder moet iedereen onmiddellijk zijn bijdrage leveren, te beginnen bij de burger. Minder vliegen en autorijden, geen open haard, minder vlees, geïsoleerde woningen, geen plastic en vooral consuminderen. Maar weinigen staan te springen om hun gedrag te veranderen of te investeren in waterpomp of elektrische auto. Anderzijds zijn jongeren boos dat het gepolder niet ver genoeg gaat. Enorme ambities en zalvende woorden leiden in de polder tot babystapjes of eenzijdige oplossingen.

Zo zien we de klimaatdepressie naderen: machteloosheid, soms geuit in onverschilligheid, woede en cynisme over de kleine en fragmentarische stapjes, dan weer euforisch over spectaculaire oplossingen (bijvoorbeeld waterstof). Provincies en gemeentes zijn al evenzeer in verwarring. Polarisatie ligt op de loer: ‘ze’ beslissen maar over ons en ‘wij’ moeten inleveren.

Als ons poldermodel niet fit is, moeten we het veranderen. Zo kunnen we leren ons beter aan te passen aan de noodzaak om beter te plannen. Inzichten uit de evolutie- en speltheorie helpen hier: samenwerking loont uiteindelijk, mits transparant en fair. Juist dat moet de inzet zijn voor de campagnes.

Louise O. Fresco is schrijfster en voorzitter raad van bestuur van Wageningen University & Research (louiseofresco.com).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.