Misbruik Europees geld los je niet zomaar op

Europese landbouwsteun Met Europese landbouwsubsidies gaat van alles fout. Maar ‘Brussel’ en de Europese boerenkoepel zien niet zo’n groot probleem, en hervormingsvoorstellen stuiten op verzet. „De foutenmarge ligt lager dan 2 procent.”

    Europese landbouwsubsidies worden verkeerd gebruikt of komen in verkeerde handen terecht, toonde recent onderzoek van de Belgische krant De Standaard.

    In Zuid-Italië gaat de georganiseerde misdaad met miljoenen aan de haal, soms zelfs met medeweten of medewerking van lokale kantoren waar de subsidieaanvraag wordt ingediend. Landbouwsubsidies zijn aangevraagd én uitbetaald voor grond waarop zich in werkelijkheid een luchthaven of staalfabriek bevond, en namens aanvragers die in de cel zaten of dood waren.

    In Slowakije vroeg Lubica Roskova, voormalig politicus voor regeringspartij Smer-SD, landbouwsubidie aan voor een luchthaven en parkeerterreinen. De subsidies leiden in Slowakije en andere Oost-Europese landen tot een ongelijke strijd over land tussen kleine boeren en grootgrondbezitters met politieke connecties.

  1. Hoe kan de fraude worden aangepakt?

    Striktere controles van de subsidieaanvragen zijn een deel van de oplossing. Dat is wat de nieuwe Europees Commissaris voor Landbouw, Janusz Wojciechowski, vorige maand heeft beloofd aan het Europees Parlement. „Ik wil een lijst van preventieve anticorruptiemaatregelen introduceren”, zei hij.

    Veel van zulke maatregelen bestaan al. Zo heeft de Commissie een controlesysteem waarin kadasters en databanken met satellietfoto’s aan elkaar worden gelinkt. Punt van zorg: nationale autoriteiten beheren die kadasters en databanken. In sommige lidstaten zijn de data verouderd of ontbreekt de mankracht om alles grondig te controleren. In andere lidstaten voeren autoriteiten zelfs de eenvoudigste controles niet naar behoren uit, ondanks herhaalde waarschuwingen van de Europese Commissie. In Italië bijvoorbeeld is het kadaster niet gekoppeld aan het computersysteem van AGEA, de centrale dienst in Rome die de landbouwsubsidies uitbetaalt. Koppeling van het kadaster aan het computersysteem zou een eenvoudige stap zijn om te detecteren wanneer subsidies worden aangevraagd voor percelen die helemaal geen landbouwgrond zijn, en zo fraudeurs in een vroeg stadium te slim af te zijn.

  2. Zijn boeren verontwaardigd over de fraude?

    Niet echt. Volgens Copa-Cogeca, de koepelorganisatie van Europese boeren en Europese landbouwcoöperaties, zijn er voldoende regels en maatregelen om fraude te bestrijden. Beleidsadviseur Paulo Gouveia: „De foutenmarge bij landbouwsubsidies is minder dan 2 procent, veel lager dan in andere beleidsdomeinen. Het is de verantwoordelijkheid van de lidstaten om controles uit te voeren, en in geval van inbreuken actie te ondernemen, sancties op te leggen en de onrechtmatig verkregen subsidies terug te vorderen.”

    Een woordvoerder van de Europese Commissie wijst erop dat Commissie én Europese Rekenkamer in 2018 vaststelden dat er „geen wezenlijke fouten” optreden bij uitbetalingen van deze subsidies. Het directoraat-generaal voor Landbouw stelde datzelfde jaar een foutenmarge van 1,83 procent vast. „De foutenmarge voor het hele landbouwbeleid is laag en de lidstaten hanteren systemen van goed bestuur”, aldus de woordvoerder.

    Lees ook: Italië is al vaak gewaarschuwd over landbouwsteun
  3. Is fraude het enige probleem?

    Nee. Een ander probleem is dat grote landbouwbedrijven onevenredig van Europese subsidies profiteren. Vooral in Oost-Europa bedienen ze zich van malafide methodes om kleine boeren grond en bijbehorende subsidies te ontfutselen. Een doelstelling van de subsidies is juist kleine, zelfstandige boeren aan een redelijk inkomen te helpen.

    „Maar dat lukt niet”, zegt Copa-Cogeca-adviseur Gouveia. „Ondanks de landbouwsteun verdienen Europese boeren 46,5 procent van het gemiddelde loon in andere sectoren. En toch wordt in elke nieuwe begrotingsronde op steun beknibbeld. Daar verzetten wij ons hevig tegen.”

    Maar vasthouden aan directe subsidies lost het fundamentele probleem van de kleine boeren niet op, vindt Alan Matthews, emeritus hoogleraar aan Trinity College Dublin en expert in Europees landbouwbeleid. „De betalingen per hectare helpen sommigen het hoofd nog even boven water te houden, maar het is geen garantie voor economisch overleven op de lange termijn. Jongeren zijn beter opgeleid en willen meer kansen; die blijven echt niet voor de subsidie op een familieboerderij van twee hectare.”

  4. En tegelijk vloeit veel subsidie naar grote bedrijven?

    Van de EU-landbouwsubsidies komt 80 procent terecht bij slechts 20 procent van de landbouwbedrijven, blijkt uit statistieken van de Europese Commissie. In lidstaten als Slowakije is die verhouding nog ongunstiger.

    De Europese Commissie wil het subsidiesysteem herzien, maar houdt daarbij wel vast aan directe subsidies. Die beslaan ook straks ruim 70 procent van de landbouwbegroting. Wel stelt de Commissie een andere maatregel voor die kleine boeren moet helpen: een maximum aan het subsidiebedrag dat één landbouwbedrijf kan ontvangen. „Dat is bedoeld om een meer faire verdeling van de betalingen te krijgen”, zegt een woordvoerder.

    „Een plafond van 50.000 euro zou goed zijn”, zegt hoogleraar Matthews. De Commissie heeft het dubbele voorgesteld. Niemand krijgt meer dan 100.000 euro, en vanaf 60.000 euro neemt het uitbetaalde bedrag per hectare af. Dat laatste voorstel, de reductie boven 60.000 euro, werd vorig jaar weggestemd in de landbouwcommissie van het Europees Parlement. De nieuwe lichting Europarlementsleden, afgelopen mei verkozen, buigt zich de komende maanden verder over het voorstel.

    Het stemt Matthews niet optimistisch: „Er zitten in het Commissievoorstel verschillende achterdeurtjes, waardoor er geen echt plafond komt.” Reken daar het verzet bij van de Europese boeren, die elke maximering verwerpen. En dan zijn er nog de lidstaten die meebeslissen. „Het probleem”, zegt de Duitse christen-democraat Ingeborg Gräßle, tot voor kort voorzitter van de commissie begrotingscontrole van het Europarlement, „is dat de lidstaten vooraan staan om invoering van een plafond af te wijzen.”

  5. Waarom is er zoveel verzet?

    Veel lidstaten willen, net als een deel van de Europarlementariërs, vooral zo veel mogelijk subsidies binnenhalen. Dat geld is zeer welkom om de achterban op het platteland te bedienen.

    In verschillende lidstaten speelt nog iets anders mee, zegt Andrzej Nowakowski, parlementair adviseur voor de Europese Groenen: „Regeringen staan vaak achter grote landeigenaren en de agro-business, die erg machtig zijn en elke verandering tegenhouden.” Sommige ervan zijn zelfs vertegenwoordigd aan de Brusselse onderhandelingstafel: het bedrijf van de Tsjechische premier Andrej Babis ontvangt tientallen miljoenen aan landbouwsubsidie. De Duitse sociaal-democraat Maria Noichl diende vorig jaar het ‘Babis-amendement’ in, dat ervoor moest zorgen dat politici die meebeslissen over landbouwsubsidies die zelf niet mogen ontvangen. Het voorstel werd weggestemd.

    Milieuorganisatie Greenpeace bracht aan het licht dat 25 van de 46 leden van de landbouwcommissie van het vorige Europarlement banden hadden met de landbouwsector. Sommigen ontvingen zelf tienduizenden euro’s subsidie per jaar.

  6. Kortom: afschaffen, die subsidies?

    Ja, zegt Matthews: „Ik zou liever zien dat directe betalingen als inkomenssteun verdwijnen, na een overgangsperiode.” Het alternatief: „Koppel subsidies aan de maatregelen die landbouwbedrijven nemen om milieudoelen te bereiken. Of het om kleine of grote boerderijen gaat, is dan niet zo belangrijk.”

    Nowakowski vindt niet dat de subsidies zomaar moeten worden afgeschaft: „Veel kleine boeren zouden over de kop gaan. Als je dan grote bedrijven overhoudt die aan intensieve landbouw doen, is dat slecht voor de biodiversiteit.”