Mbo’ers met migratieachtergrond vinden minder snel een baan

Arbeidsparticipatie Mbo’ers met migratieachtergrond hebben gemiddeld 20 procent minder kans op het vinden van een baan. Vooral vrouwen van Antilliaanse afkomst hebben het moeilijk.
Koning Willem-Alexander vorig jaar oktober op bezoek bij mbo'ers in Breda.
Koning Willem-Alexander vorig jaar oktober op bezoek bij mbo'ers in Breda. Foto Robin Utrecht/ANP

Afgestudeerde mbo’ers met een migratieachtergrond vinden minder snel een baan dan mbo’ers met een Nederlandse achtergrond. Dat blijkt uit een maandag gepubliceerd onderzoek van SEO Economisch Onderzoek. Met een migratieachtergrond is de kans op het vinden van een baan gemiddeld 20 procent kleiner. Afhankelijk van herkomst, niveau en gekozen opleiding kan dat oplopen tot meer dan 30 procent.

De achterstandspositie van vrouwelijke mbo’ers met een Antilliaanse afkomst is het grootst. Van deze groep afgestudeerden heeft 58 procent na een jaar een baan, tegenover 85 procent onder vrouwelijke mbo’ers zonder migratieachtergrond. Bij mannen is de achterstand na een jaar het grootst onder afgestudeerden met een Marokkaanse achtergrond (63 procent). Bij mannelijke mbo’ers zonder migratieachtergrond vindt 87,5 procent binnen een jaar een baan.

Een deel van de achterstand is volgens SEO te verklaren door bijvoorbeeld de verschillen in studierichting. Daarnaast spelen werkervaring, thuissituatie en de sociaal-economische status van ouders een rol. De achterstand komt verder voort uit onder meer gebrekkige taal- en sollicitatievaardigheden en arbeidsmarktdiscriminatie. Dergelijke discriminatie speelt volgens SEO vermoedelijk een grotere rol in tijden van economische crisis, waarin werkgevers uit meer sollicitanten kunnen kiezen.

Lees ook: Wat kunnen bedrijven doen tegen discriminatie?

Grootste groep nieuwe werkenden

SEO onderzocht de verschillen aan de hand van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over mbo’ers van 2006 tot en met 2018. Het aandeel mbo’ers met migratieachtergrond nam in die periode toe van 15 naar 20 procent. Jaarlijks studeerden ongeveer 70.000 mbo’ers af. Daarmee vormen zij de grootste groep nieuwe werkenden.

De Onderwijsinspectie concludeerde in haar jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs uit 2019 al dat mbo’ers met een migratieachtergrond lagere baankansen hebben. Twee jaar geleden bleek uit ander onderzoek dat mbo’ers met een migratieachtergrond ook meer moeite hebben met het vinden van een stageplek.