Analyse

Kleinere verpakkingen stuwen Cola’s omzet

Deze rubriek belicht fondsen die in de belangstelling staan. Deze week: Coca-Cola European Partners.

Toen halverwege 2016 de drie grootste Europese Coca-Cola-bottelaars samengingen en het fusiebedrijf naar de Amsterdamse beurs brachten, gingen bij sommige analisten de wenkbrauwen omhoog. Ja, deze actie bespaart waarschijnlijk kosten. Maar waarom zou je zoveel moeite steken in het opzetten van een nieuw bedrijf, terwijl Nederlanders, Fransen, Duitsers en andere Europeanen zich steeds meer afkeren van supergesuikerde drankjes als cola, Fanta en Sprite?

En wat te denken van de belasting op suiker die inmiddels door veel landen (behalve Nederland) is ingevoerd: ook al een voorteken dat de frisdrankindustrie bij lange na niet zo’n groeimarkt is als die van, om maar iets te noemen, elektrische auto’s. Beleggers, hoed u, luidde bij de beursgang het advies.

Coca-Cola European Partners (CCEP), zoals het fusiebedrijf heet, is niet hetzelfde als de ‘echte’ Coca-Cola Company uit Atlanta. Die laatste houdt zich vooral bezig met marketing en het sturen van de pikzwarte colasiroop naar bottelaars wereldwijd. De bottelaars zijn aparte bedrijven die het Coca-Cola-merk onder licentie gebruiken. Zij lengen de siroop aan met water en suiker, en gieten het in flesjes of blikjes die ze distribueren naar restaurants, cafés en supermarkten. CCEP doet dit in dertien West-Europese landen.

En dat werkt goed, zo blijkt uit de jaarrapporten die het sinds de beursgang publiceerde. Omzet (vorig jaar: 11,5 miljard euro) en winst (idem: 1,6 miljard euro) stijgen jaar op jaar. De koers staat 37 procent hoger dan bij de introductie op de AEX. Kanttekening: ze hebben een aandeleninkoopprogramma gehad, wat de koers opstuwt.

Toch zijn de gunstige cijfers opvallend, gezien het uit de gratie raken van suikerrijke drankjes en de belasting die landen hierop heffen. „Daar hebben ze niet veel last van gehad”, zegt Eric Wilmer. Hij volgt voor ABN Amro het aandeel CCEP. „CCEP heeft het slim aangepakt. Toen in het Verenigd Koninkrijk in 2018 een suikertaks kwam, hebben ze de verpakkingen verkleind.” De prijzen van de flessen bleven nagenoeg hetzelfde, wat veel consumenten niet doorhadden. Wilmer: „Daarmee is de prijs voor een liter cola hoger geworden.”

Op deze manier groeien CCEP’s inkomsten, ofschoon het aantal verkochte liters terugloopt. Deze strategie heet premiumization, het exclusiever maken van je merk. Dat is deels het antwoord van Coca-Cola op drankjes in het duurdere, biologische segment die de laatste jaren populair zijn geworden, zoals de tonics van Fever Tree.

Wat de omzet ook helpt: de toenemende populariteit van Coca-Cola Zero en andere suikerarme drankjes van CCEP (ze hebben in het assortiment ook Fanta, Sprite en Chaudfontaine). De verkoop van Coca-Cola Zero stijgt jaarlijks met 10 procent, vermeldt de bottelaar in zijn jaarverslagen (zonder aan te geven hoe groot het aandeel Zero-drankjes is in de totale omzet).

CCEP zet dan ook vol in op deze tak, weet analist Wilmer van ABN. Dat is te zien aan de vele nieuwe suikerarme smaakjes die de laatste jaren verschenen, van Fanta Lemon Light tot Zero met vanille. De Europese bottelaar hoopt zo de afnemende verkoop van de klassieke Coca-Cola-flesjes en blikjes te compenseren.

Of analist Wilmer de beursgang en fusie van drie jaar geleden succesvol vindt? „Dat kun je wel zeggen. Door het samengaan heeft CCEP meer onderhandelingskracht om gunstige afspraken te maken met bijvoorbeeld suiker-, plastic- of metaalfabrikanten. Het is gelukt om jaarlijks 315 miljoen euro aan kosten te besparen, wat het doel was.”

Elf analisten geven het advies af het aandeel te kopen, zeven zijn neutraal. Verkopen: nul. Donderdag de jaarcijfers.