Reportage

Brand Notre-Dame: tragedie én buitenkans

Bouwgeschiedenis Door de brand in Notre-Dame ligt de constructie bloot. Een kans voor wetenschappers om de bouwgeschiedenis te onderzoeken.

Deel van het ingestorte ribgewelf van de Notre-Dame de Paris, afgelopen zomer.
Deel van het ingestorte ribgewelf van de Notre-Dame de Paris, afgelopen zomer. Foto Stéphane de Sakutin/Reuters

Langzaam schuifelen groepjes toeristen rond de Notre-Dame de Paris. Staand op hun tenen reiken ze met iPhones en telelenzen over het hoge witte hek dat de wereldberoemde kathedraal aan het oog onttrekt. Hun lenzen zijn niet op de middeleeuwse waterspuwers gericht, maar op gehelmde alpinisten die aan koorden rond de steigers en veiligheidsnetten balanceren. Heel Frankrijk keek vorig jaar april met ontzetting toe hoe hier de vlammen uit het dak sloegen en een deel van de immense middeleeuwse houten dakconstructie – bijgenaamd ‘het bos’ – en de centrale neogotische dakspits instortten. Sindsdien gaapt een gat op de plek van het dak en biedt Frankrijks trots een treurige aanblik.

De verwoestende brand in de twaalfde-eeuwse en vaak verbouwde kathedraal was een nationale tragedie. Maar wel eentje die de wetenschap uitgelezen mogelijkheden biedt. Dit jaar begint het Franse Centre National de la Recherche Scientifique met een van de grootste kunsthistorische onderzoeken naar de middeleeuwse bouwkunst in Europa. Ruim tweehonderd experts gaan onder meer de tienduizenden naar beneden gekomen fragmenten dateren en analyseren die alpinisten en hoogwerkers de afgelopen maanden bij elkaar hebben geraapt. Het zijn deskundigen op het gebied van middeleeuwse kunst en bouwkunde, kenners van metaal, hout en glaswerk, maar ook dataspecialisten, antropologen en kenners van akoestiek. De komende vijf jaar hopen zij door te dringen in het dna van de kerk. De kennis die dat oplevert is van grote waarde voor de kunstgeschiedenis, maar komt ook van pas bij de keuzes die restaurateurs straks moeten maken.

Opgetrokken uit kalksteen

„Een nieuwe pagina in de geschiedenis van de Notre-Dame”, zei Yves Gallet begin januari tegen wetenschappelijk tijdschrift Nature. Gallet is expert op het gebied van gotische architectuur aan de universiteit van Bordeaux-Montaigne en leidt het 35-koppige steenteam, dat zich zal richten op de analyse van de muren, pilaren, gewelven en boogconstructies van de kerk. „De Notre-Dame werd in de 12de eeuw opgetrokken uit kalksteen, afkomstig uit ondergrondse steengroeves die zich in de Middeleeuwen onder de stad bevonden”, vertelt de wetenschapper nu telefonisch vanuit Bordeaux. „Die steenhouwers werkten niet met zagen zoals tegenwoordig, maar met hamers. Ze hadden ongeveer een dag nodig voor één steen. Later zijn die groeves gesloten omdat ze stabiliteit van de stad letterlijk ondermijnden”.

Een kraan torent boven de Notre-Dame uit tijdens renovatiewerkzaamheden, eind januari.

Foto Martin Bureau / AFP

Dankzij de brandschade kunnen wetenschappers voor het eerst dwars door de gewelven kijken. Door muren en metselwerk te bestuderen hopen ze antwoord te krijgen op een vraag die kenners al decennialang bezig houdt: hoe gingen de bouwers precies te werk om zo hoog tekomen? „De schepen zijn 32 meter hoog, zo hoog dat je er een flat van tien verdiepingen in zou kunnen onderbrengen”, zegt Gallet. „Terwijl de gebruikelijke hoogte van kerken uit die tijd slechts 24 meter was. Tegelijk zien we dat het metselwerk ontzettend fijn en smal is. Het is echt het werk van virtuozen.”

Het onderzoek kan nader inzicht bieden in de technische vernieuwingen binnen de toen nog gloednieuwe gotische stijl in de twaalfde eeuw. Want de Notre-Dame (begonnen in 1163) behoort tot de eerste kerken die in die nieuwe stijl gebouwd werden, in navolging van het eerste gotische gebouw: het koor van de abdijkerk van Saint-Denis (begonnen circa 1140). De schepen van de eerder gebouwde gotische kathedralen van Noyon (begonnen circa 1145) en Laon (begonnen circa 1155) zijn 23 en 24 meter hoog. In de gotiek wordt het gewicht van het dak niet alleen door de muren gedragen werd maar ook door de kenmerkende externe luchtbogen. Daardoor konden gotische kerken veel hoger worden dan de eerdere Romaanse, met hun dikke muren.

Handvol arbeiders

Interessant is dat maar een handvol arbeiders betrokken was bij de bouw van de gigantische kathedraal. „Om een gotische kathedraal te bouwen had je indertijd vijftien tot twintig vakmensen nodig, voor een heel groot exemplaar misschien veertig. Dat weten we uit de boekhouding van andere kerken.”

Nadat de Franse Revolutie de 28 koningsbeelden op de westgevel letterlijk de kop had gekost, werd de hele kerk onder leiding van Eugène Viollet-le-Duc vanaf 1845 gerestaureerd. Deze architect plaatste ook de nieuwe, tot 96 meter hoog reikende spits op de transept die bij de brand op dramatische wijze van het dak kukelde. „De Notre-Dame is zo vaak verbouwd en gerestaureerd, het is erg interessant om te zien welke delen er vanaf het begin al zaten en waar de materialen vandaan werden gehaald”, zegt Maxime l’Héritier met opwinding in zijn stem. L’Héritier is kenner van de middeleeuwse metaal- en bouwkunde aan de Sorbonne in Parijs en heeft de leiding over het vijftienkoppige metaalteam.

Met behulp van onder meer koolstofdatering en materiaalonderzoek met röntgenstraling gaat het metaalteam de metalen armaturen, banden en de pinnen in het metselwerk nader onderzoeken. Zijn collega’s uit de houtgroep doen hetzelfde voor de resten van de balken uit het dak. Zij hopen meer te weten te komen over de groei van Europese eikenbossen, over klimaatontwikkeling in de Middeleeuwen en over de natuurlijke opwarming van de 11de tot 13de eeuw.

„We zijn nu nog bezig met het uitzoekwerk, met dateren kunnen we waarschijnlijk pas in de zomermaanden beginnen”, vertelt de wetenschapper. Vanwege de vervuiling door het smeltende daklood gelden strenge veiligheidseisen in en rond de kerk. „Per dag zijn we wel twee uur kwijt aan hygiënevoorschriften.”

„Wij zijn een volk van bouwers. In vijf jaar kunnen wij de Notre-Dame herbouwen”, beloofde president Macron plechtig na de brand. Yves Gallet is sceptisch over die planning. Hij moet lachen om de wilde ideeën waarmee architecten en designers de afgelopen maanden op de proppen kwamen. Voorstellen voor de herbouw die variëren van glazen overkappingen en uit het dak oprijzende gestileerde vlammen tot een overdekt tuinpark voor de Parijzenaars. „Er zitten goede ideeën bij, maar ook vrij uitzonderlijke.” Gallet wijst op het internationale Verdrag van Venetië uit 1964 dat bepaalt dat beschadigde monumenten in hun laatst bekende staat gerestaureerd moeten worden. „Als ze iets anders willen, moeten ze tegen de regels in.”

Correctie 11 februari: in een eerdere versie van dit verhaal werd in het fotobijschrift gesuggereerd dat de steigers op de foto zijn aangebracht na de brand. Dat is niet zo. De steigers waren al voor de brand gebouwd.