Opinie

Geen woorden, maar daden, pensioenbazen

Menno Tamminga

Er kan weinig gebeuren in de wereld of de Nederlandse pensioenfondsen merken dat. Ze zijn, met samen bijna 1.600 miljard euro beleggingen, een reus op de financiële markten. Een Europese groeispurt? Een fraude bij een grote multinational? Het groeiende aandeel van bedrijfswinsten in de economie? Het coronavirus? Ultralage rente? Pensioenfondsen hebben er last van. Of baat bij. Of ze staan, samen of individueel, met hun mond vol tanden.

Zo bleek vorige week uit onderzoek van Het Financieele Dagblad dat vijf respectabele pensioenbeheerders in hun maag zitten met aandelen in Saudi Aramco, het Saoedische staatsoliebedrijf dat vorig jaar een beursnotering heeft gekregen. Geen toonbeeld van een duurzame belegging. Een misdadige en mensenrechten schendende eigenaar. Kortom: foute boel.

De pensioenbeheerders hadden stuk voor stuk wel een verhaal hoe deze aandelen ondanks hun beste bedoelingen toch in hun portefeuille terecht waren gekomen. Ze doen niet al hun beleggingen zelf. Ze volgen soms passief de aandelen in mondiale beursbarometers. Of de duurzaamheidsradar stond nog net niet goed afgesteld, zodat er toch een foute belegging doorheen glipte. Men belooft beterschap.

Lees ook deze analyse:Davos is vóór het klimaat, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan

De sof met Saudi Aramco trekt de aandacht omdat de pensioenwereld zich graag opwerpt als maatschappelijk verantwoorde belegger. Dat is wat de ‘klanten’ van de pensioenfondsen, dat zijn de werknemers en de gepensioneerden, ook zeggen te willen. Maar zo’n foute belegging legt wel het contrast bloot tussen de activistische taal in de pensioenwereld en de soms passieve stijl van feitelijk beleggen.

Anders gezegd: de pensioenwereld wekt, net als het bedrijfsleven overigens, verwachtingen over duurzaamheid, verantwoordelijkheid en serieuze veranderingen die dan toch niet waargemaakt worden. De verkoop van het duurzame energiebedrijf Eneco is daar ook een voorbeeld van. Shell en pensioenbeheerder PGGM, die de beleggingen uitvoert voor het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, zagen de overname van Eneco als een ideale doorbraak naar groener ondernemen. En nog wel op hun thuismarkt. Maar ze bleken te zuinig. Een Japans consortium won met een hoger bod.

Datzelfde contrast tussen actieve beloftes en afwachtend handelen proefde ik in het ververste en verscherpte duurzaamheidsbeleid 2020-2025 van pensioengigant ABP. Dat fonds belegt 466 miljard euro voor de pensioenen van leraren en ambtenaren. Zo’n duurzaamheidsbeleid, vervat in 26 pagina’s tekst, ontkomt kennelijk niet aan een mengeling van abstracte uitleg en klinkende doelstellingen. Zo moeten bedrijven waarin ABP belegt in 2025 hun CO2-uitstoot met 40 procent hebben verminderd. Het meetpunt is 2015 en in de vijf jaar naar 2020 is al 25 procent reductie bereikt. Dat is eerder een realistisch dan een ambitieus doel. Dat geldt ook voor beleggingen in duurzame en betaalbare energie. In 2025 moet dat 15 miljard euro zijn, nu is dat al 10 miljard.

Nog eentje: in 2025 wil ABP de beleggingen in bedrijven met substantiële belangen in kolenmijnen en teerzand beëindigd hebben. Maar waarom wachten? In een interview met de Volkskrant vorige week schermde voorzitter Corien Wortmann van het ABP-bestuur met ‘we opereren voorzichtig’ en ‘het zou niet goed zijn om gewoon uit bedrijven te stappen’.

Waarom niet? Hoeveel rendement kun je mislopen als je die aandelen verkoopt op de piek van een fantastische beurshausse? Aandelen van bedrijven die je over vijf jaar niet wilt bezitten, wil je nu toch ook niet hebben? Geen woorden, maar daden. Wees activistisch. Gooi die vervuilers er nu uit.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.