Opinie

Elke individuele uitspraak heeft collectieve gevolgen

Maxim Februari

Ik kan Thierry Baudet en Youp van ’t Hek nooit goed uit elkaar houden. De een is een politicus, geloof ik, en de ander cabaretier, maar ik weet nooit wie wie is.

Baudet kan niet geloven dat je een vrouw kunt zijn als je per ongeluk met een piemel bent geboren, Van ’t Hek kan niet geloven dat Nederlanders van Marokkaanse komaf echt treinconducteur kunnen zijn. Of net andersom; ik doe het steeds fout. In ieder geval zijn ze allebei witte bemiddelde heteromannen die het grappig vinden te spugen op mensen die in een iets lastigere positie zitten. Ze hebben er allebei succes mee.

Dit succes is een uitkomst van het radicaliseringsalgoritme. Dat wil zeggen dat radicalisering een recept is voor het verwerven van aanhang. Hoe ruwer de uitspraak, hoe meer applaus, likes en clicks: het heeft in politiek en maatschappij altijd al zo gewerkt – het verleidt tot het doen van steeds ruwere uitspraken. En nu, in het digitale tijdperk, werkt dit recept door schaalvergroting en snelle verspreiding krachtiger en vicieuzer dan ooit.

In het begin van het internettijdperk luidde het adagium dat je trollen niet moet voeden. Besteed geen aandacht aan hun agressie, opdat die niet groeit. Als zo’n man als Van ’t Hek of Baudet weer eens een grap met een baard maakt over een man in een jurk, moet je hem vooral laten kletsen. Don’t feed the trolls! Maar nu heeft dit oude adagium zijn langste tijd gehad. Het besef begint door te dringen dat het gebrek aan empathie in de hyperverbonden, connected wereld leidt tot aantasting van de samenleving. De ellende vreet in.

Dat komt door het radicaliseringsalgoritme. Dat spoort aan tot steeds gekkere teksten en filmpjes. En het komt ook doordat elke uitspraak van elk individu collectieve gevolgen heeft. Mensen denken dat ze anoniem zijn, onbetekenend, dat hun akelige bericht toch niet wordt gezien. Misschien wordt dat bericht zelfs akeliger en geïrriteerder vanuit de frustrerende gedachte dát het niet wordt gezien. Maar dat wordt het wel, al is het maar door digitale systemen, die het analyseren, optellen, verwerken, er het aanbod op aanpassen. Alles wat je doet heeft opeens effect.

Deze nieuwe digitale sfeer is lang alleen gelaten door de instituties en daardoor is een klassieke natuurtoestand ontstaan, een soort Hobbesiaanse oorlog van allen tegen allen. Een schoolplein zonder onderwijzers, een eiland vol pubers in een setting die doet denken aan Lord of the Flies. Volgens de filosoof Hobbes is zo’n anarchistische toestand niet erg aanlokkelijk, het leven is er ellendig en kort, en dus heb je een ordening nodig: machten met bevoegdheden, bescherming, tegenkrachten. Die is er online nog steeds niet.

Moet de politie misschien gaan optreden tegen de rondzwervende bendes, pesterijen en hetzes, tegen het verbale samenlevingsgeweld en het posten van extreme filmpjes? Tja, dat is een lumineus idee, maar je kunt geen politieagent achter iedere virtuele boom zetten en de politie heeft geen expertise, kennis en geld om overal toezicht te houden. Bovenal heeft ze geen duidelijke opdracht om er aanwezig te zijn. Daarbij is veel van de ellende niet strafbaar, en hebben we godzijdank vrijheid van meningsuiting, dus wat te doen?

In Utrecht hield Jolle Demmers onlangs een oratie als hoogleraar conflictstudies. De rede heetteConflict Studies en de Staat van Geweld; in de berichten eromheen werd duidelijk dat Demmers onderzoekt hoe geweld verandert met de tijd. Oorlogen, las ik, worden niet meer uitgevochten als vanouds, ze gaan niet meer om verovering van grondgebied, maar om creditratings en markten. De ‘logica van geweld’ verandert. Conflict verandert van karakter: het heeft geen begin en eind meer, het wordt liquide en mobiel.

Iets vergelijkbaars zou je kunnen zeggen over conflicten en vormen van agressie binnen een samenleving, tussen mensen onderling. Die veranderen van karakter, onttrekken zich aan regulering. Conflict is liquide en oneindig geworden, we doen zelf allemaal mee; agressieve uitspraken hebben andere effecten dan ze in het predigitale tijdperk hadden, revolutie is permanent en overal, ze is onbeheersbaar en onberekenbaar.

De liquide oorlogsvoering is niet langer gebonden aan „afspraken zoals de Geneefse Conventie”, zegt Demmers. Datzelfde geldt voor het permanente samenlevingsgeweld. De afspraken uit het verleden zijn óf niet meer van toepassing óf niet te handhaven. Het is daarom belangrijk oog te krijgen voor de werking van het radicaliseringsalgoritme. Niet omdat mensen sneeuwvlokjes zijn, gevoelig voor ieder zuchtje tegenwind, maar omdat er een nieuwe systematiek zit achter de maatschappelijke discussie die heel anders uitpakt dan we gewend zijn.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.