#JeNeSuisPasUnVirus, staat op deze muurschildering van straatkunstenaar Laika, vlak bij de Piazza Vittorio in Rome, verwijzend naar de online actie, oorspronkelijk uit Frankrijk, tegen discriminatie van mensen met een Aziatische achtergrond.

Foto Alessandra Magliaro/EPA

Interview

‘Een epidemie versterkt racisme’

Harris Ali | socioloog Na de SARS-uitbraak werden mensen van Chinese afkomst gediscrimineerd, zag socioloog Harris Ali. Nu, in tijden van sociale media, is het risico daarop alleen maar groter, zegt hij.

De liften in een Wagenings studentencomplex, waar veel Chinezen verblijven, werden dit weekend met poep en urine besmeurd en beklad met teksten als ‘Chinezen sterf’ en ‘Chinese corona’. Radiozender Radio 10 ging zaterdag diep door het stof na het uitzenden van een lied waarin de frase ‘voorkomen is beter dan Chinezen’ werd gezongen.

Ook elders steekt racisme en xenofobie jegens mensen van Chinese afkomst de kop op sinds de uitbraak van het Wuhan-coronavirus. In Koreaanse winkels hangen voor sommige deuren zelfs borden met: ‘Chinezen niet welkom.’ Op een muziekschool in Rome mochten Oost-Aziatische studenten niet meer naar de lessen komen. Een Franse regionale krant maakte onlangs excuses voor een voorpagina met daarop de kop ‘geel alarm’.

Volgens Harris Ali, hoogleraar sociologie aan York University, in Canada, is het wegzetten van bevolkingsgroepen bij de uitbraak van een nieuwe infectieziekte „van alle tijden”. Ali deed onderzoek naar stigmatisering in Canada als gevolg van de uitbraak van het verwante SARS-virus in 2002. Net als het Wuhan-coronavirus had SARS zijn oorsprong in China. Het dodental liep destijds wereldwijd op tot 774. De Chinees-Canadese gemeenschap had ook toen te maken met discriminatie.

Wat bleek uit uw onderzoek?

„De angst voor het virus werd op de Chinese gemeenschap in Canada geprojecteerd. Er werden haatdragende voicemails achtergelaten bij restaurants. Ondernemingen in Chinatowns hadden te maken met dalende winsten. Mensen met een Oost-Aziatisch uiterlijk werden gemeden op straat en lastiggevallen in de bus.”

Discriminatie komt dus vaker voor na een virusuitbraak?

„Zeker. En deels is zulke ‘discriminatie’ noodzakelijk natuurlijk. Zieke mensen, zoals melaatsen, zijn door de geschiedenis heen apart gehouden van de rest van de bevolking. Het woord ‘quarantaine’ komt bijvoorbeeld van het Italiaanse quaranta giorni, ‘veertig dagen’. Dat was de tijd dat schepen tijdens de pestepidemie in de vijftiende eeuw voor de haven van Venetië moesten liggen, totdat zeker was dat aanwezigen op het schip de pest niet hadden.

Lees ook in ons coronablog: Nederlandse Aziaten ‘zijn geen virussen’, onderschrijven duizenden in petitie

„Maar ziekte-uitbraken zijn in de geschiedenis ook steeds gebruikt om bepaalde groepen weg te zetten als gevaarlijk of eng. In de sociologie noemen we dat othering. De andere leefgewoonten van een volk of etnische groep worden benadrukt om te laten zien dat die mensen echt anders zijn. De ebola-epidemie van 2014 ontstond bij vleermuizen, die door de West-Afrikaanse bevolking gegeten werden. Dat mensen vleermuizen eten vinden we in het Westen vreemd en intrigerend. Maar eeuwenlang gingen Europeanen dood aan de koepokken – en toch bleven we koeien eten.

„Vaak zie je ook dat een epidemie bestaande xenofobie versterkt. Mensen hebben al bepaalde vooroordelen over bijvoorbeeld Chinezen en hun eetgewoonten, en dat komt bij de opkomst van een virus opeens naar buiten. Met als excuus dat je je druk maakt om je eigen veiligheid.”

Waar komen dit soort denkbeelden dan vandaan?

„De reacties in het Westen op de infectieziekten die de afgelopen jaren opduiken passen in een oud, westers narratief. We zien virussen als ‘exotische’ ziekten die van ‘vreemde’ mensen komen.

„Veel van die xenofobie valt te herleiden tot het kolonialisme. De Europese koloniale mogendheden, zoals de Britten en de Fransen, creëerden bewust afstand tussen zichzelf – de verlichte kolonisators – en hun nieuwe onderdanen. Die werden weggezet als onbeschaafde en onhygiënische mensen, die werden geteisterd door gevaarlijke, tropische ziekten als dengue en malaria.

„ Het legitimeerde de aanwezigheid van de Europese landen – die de morele ‘plicht’ hadden om voor de bevolking in hun koloniën te zorgen. In 1899 werd de London School of Hygiene & Tropical Medicine opgericht, waar onderzoek gedaan moest worden naar ‘de ziekten van het Oosten’, met als doel om de mensen daar te helpen, maar wel vanuit een gevoel van superioriteit.”

Hoe wordt er in ‘het Oosten’ zelf op een virusuitbraak gereageerd?

„Tijdens mijn onderzoek in China zag ik hetzelfde gebeuren. Chinezen die uit gebieden kwamen waar Mandarijn gesproken werd gaven de Kantonese Chinezen de schuld van de SARS-uitbraak – bijvoorbeeld omdat zij ‘andere eetgewoonten’ hadden.

„Daarnaast gaat het niet alleen om racisme of etnische discriminatie. De vleermuizen die de bron waren van de ebola-epidemie werden vooral door armere, rurale West-Afrikanen gegeten. Het virus werd in die landen toen gebruikt om arme mensen weg te zetten als gevaarlijk en onhygiënisch. In dit geval werd het onderscheid dus op basis van welstandsklasse gemaakt.”

Zijn er verschillen tussen de reacties op SARS en het nieuwe coronavirus?

„Ja. Bij SARS was de discriminatie van Chinese-Canadezen veel incidenteler, zoals haatdragende opmerkingen in de bus. Door sociale media is dat bij het coronavirus anders. Racistische sentimenten worden nu veel sneller versterkt. Ouders van leerlingen op een school in Toronto riepen het schoolbestuur in een petitite op geen studenten meer toe te laten die in China waren geweest. In een mum van tijd waren er 10.000 handtekeningen verzameld. Online zijn mensen vaak anoniem – en daarmee soms schaamtelozer.

Lees ook: Uitbraak virus leidt tot uitbraak racisme in Frankrijk

„Wel zie ik dat de Canadese overheid bij de uitbraak van het coronavirus veel proactiever is met het benoemen van discriminatie als probleem. Dat was tijdens de SARS-uitbraak anders. In zijn algemeenheid denk ik dat er meer over dit onderwerp gesproken moet worden, zeker in deze tijd van globalisering.”

Omdat mensen nu meer met elkaar in contact komen?

„Ja, virussen maken een comeback. Een paar decennia geleden waren medische wetenschappers optimistisch, we hadden ziektes zoals de pokken en polio redelijk beteugeld. ‘Het is tijd om het boek van infectieziekten te sluiten’, zei de belangrijkste Amerikaanse ambtenaar op het gebied van volksgezondheid in de jaren zestig. Nu zien we een heropleving van infectieziekten – van SARS tot het zikavirus en ebola. Doordat mensen wereldwijd nu veel meer met elkaar in contact staan, kan een ziekte die ergens in een dorp in Afrika ontstaat zich zo naar de andere kant van de wereld verplaatsen. Daarom: juist omdat we in zo’n geglobaliseerde wereld leven moeten we ook nadenken over de sociale gevolgen van epidemieën – zoals discriminatie en xenofobie.”