Opinie

CETA ondermijnt rechtsstaat en energietransitie

Handelsverdrag Als multinationals onder CETA staten voor een investeringstribunaal kunnen slepen, komen klimaatkeuzes in gevaar, schrijven en
Kolencentrale van Uniper/EON op de Maasvlakte in Rotterdam.
Kolencentrale van Uniper/EON op de Maasvlakte in Rotterdam. Foto Peter Hilz/Hollandse Hoogte

Het CETA-verdrag, waarover de Kamer woensdag debatteert, was het pronkstuk van de Europese Commissie van Jean-Claude Juncker. Het ‘Investment Court System’ (ICS) daarin is door de Commissie omgedoopt tot „gouden standaard” voor de hervorming van het controversiële systeem van investeringsarbitrage.

Die kwalificatie is misplaatst. Het ICS, dat bedrijven de mogelijkheid geeft staten voor een speciaal arbitragetribunaal te dagen, ondermijnt de rechtsstaat, vergroot de kloof tussen burger en politiek, en bemoeilijkt een eerlijke en succesvolle energietransitie.

Het idee achter ICS is dat buitenlandse investeerders recht hebben op effectieve en volledige rechtsbescherming. ICS is nodig omdat de gewone rechter, in de EU en Canada maar ook elders, tekortschiet.

Het gewone rechtssysteem kan inderdaad falen, ook in de EU. En niet alleen bij ‘usual suspects’ als Italië en Griekenland. Denk bijvoorbeeld aan het onrecht dat asbestslachtoffers is aangedaan in België. Slechts een enkeling vond gehoor bij de rechter en kreeg na zeventien jaar een schadevergoeding van slechts 25 duizend euro voor het oplopen van een dodelijke ziekte door aantoonbaar falen van de multinational Eternit. Of zie de herhaaldelijke veroordelingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van Duitsland voor ellenlange procedures voor de Duitse rechter.

Het is echter een misvatting om het tekortschieten van de gewone rechter te willen corrigeren met een systeem dat enkel en alleen toegankelijk is voor buitenlandse investeerders en dus niet toegankelijk is voor burgers binnen de EU.

Waarom is meer rechtsbescherming nodig voor buitenlandse investeerders en niet voor burgers? Als sprake is van corruptie, rechtsweigering, of discriminatie, dan is dat een probleem voor de gehele samenleving en niet slechts een probleem voor buitenlandse investeerders.

Met speciale privileges voor buitenlandse investeerders, verdwijnen noodzakelijke prikkels voor overheden om problemen met de rechtsstaat aan te pakken. Studies tonen aan dat het introduceren van investeringsbescherming een belemmering voor de ‘gewone’ rechtsstaat is. ICS kan bovendien worden gezien als een vorm van regressieve indirecte belasting. Elke rechtbank kost geld, ook ICS. Maar ICS is er alleen voor buitenlandse investeerders. Het is daarmee een vorm van subsidie van de hele maatschappij voor met name multinationals.

Lees ook: Als het met Canada niet lukt, met welk land dan wel?

Rechterlijke fast-track

We leven in tijden van ongekende scepsis tegenover de politiek en de EU-politiek in het bijzonder. Europa lijdt onder groeiende ongelijkheid en politieke uitdagingen. Een rechterlijke fast-track voor multinationale ondernemingen kan gelezen worden als opnieuw een manier waarop de elite de burger verder marginaliseert.

Europa staat voor belangrijke keuzes over het vraagstuk van deze eeuw: hoe voorkomen we de verdere gevolgen van klimaatverandering en wie gaat daarvoor betalen? Om de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te halen zal 80 procent van de kolenreserves, een derde van de oliereserves en de helft van de gasreserves wereldwijd in de grond moeten blijven. Toch nemen de investeringen in fossiele brandstoffen nog altijd toe.

Onder CETA worden alle investeringen beschermd, ook die in fossiele brandstoffen. Als overheden serieus werk maken van de doelen van Parijs die deze investeringen aantasten, dan is ICS bij uitstek een middel om ervoor te zorgen dat deze investeerders gecompenseerd worden. Een kwart van alle investeringsclaims zijn van de olie-, gas- en mijnbouwindustrie.

Een voorbode voor de toekomst onder CETA is de dreiging van Uniper met een investeringszaak tegen de Nederlandse staat over het besluit om kolen bij energieproductie te verbieden. Met andere woorden: met CETA betaalt niet de vervuiler, maar wordt de vervuiler betaald. Juist nu het Europees Parlement de noodklok luidt over klimaatverandering en de Europese Commissie zijn ‘European Green Deal’ ontvouwt is het van belang dat CETA niet in de weg gaat zitten door de energietransitie onbetaalbaar te maken voor de burger.

Het is een misvatting om te denken dat een stem tegen CETA hetzelfde is als Trumpiaans handelsbeleid. Wij onderschrijven dat integratie en internationale samenwerking noodzakelijk is en dat er manieren zijn om duurzame handelsverdragen te sluiten die werken voor iedereen.

Een mogelijk einde van CETA signaleert juist dat handelsverdragen investeringen niet boven mens en natuur moeten plaatsen. Een gezonde economie is een economie waarbij de zorg om mens en natuur centraal staat.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.