Brieven

Brieven

Foto Kristof van Accom/AFP

Historicus Yuval Noah Harari sprak in een interview met Adriaan van Dis over de krimpende invloedssferen van religie, fundamentalisme en nationalisme (Locomotief Harari overweldigt Van Dis en zijn kijkers, 5/2). Over zijn opmerking dat terrorisme, vooral in West-Europa, ‘slechts’ een ‘theater van angst’ is, was veel ophef. Socioloog Ruud Koopmans noemt hem een idioot. Rob Hoogland schreef in De Telegraaf (5/2) gekscherend: „Een aanslag met honderden slachtoffers waarbij bijvoorbeeld de Eiffeltoren wordt verwoest, is slechts theater, met andere woorden: hooguit eenkolommetje op pagina 14 waard.” Ik heb zelf ook mijn twijfels bij cijfervergelijkingen van doden door terrorisme versus bijvoorbeeld notenallergie. Dit citaat van David Hume schiet me te binnen: „De onwettige moord van één man door een tiran is verderfelijker dan de dood van duizenden door de pest, hongersnood of enige blind toeslaande calamiteit.” Maar wanneer Harari terrorisme ‘theater’ noemt, bedoelt hij niet dat het een onbelangrijk verschijnsel is. Of dat het onze aandacht niet verdient. Religiewetenschapper Mark Juergensmeyer noemt religieus terrorisme ‘symbolisch’, omdat de aanslagen zelf vaak weinig strategische waarde hebben. Het zijn theatrale gebeurtenissen bedoeld om een symbolische boodschap af te geven. De aanslag op het hoofdkantoor van Charlie Hebdo, bijvoorbeeld, had weinig tot geen strategische of politieke waarde, maar voor de jihadisten was Charlie Hebdo de belichaming van de decadente, westerse godslasteraars. Het was dus niet zozeer een aanval op twaalf individuen, maar eerder een symbolische aanval op onze vrijheid van meningsuiting. Het was een poging om ons, met geweld, de islamitische regels rond godslastering op te leggen. Wanneer binnen deze context wordt gesproken over een ‘theater van de angst’ doelt het, wat mij betreft, op deze symbolische waarde van terrorisme. Terrorisme is dus niet ‘slechts’ theater, maar ook theater.