Opinie

Spartabomen hebben niet het eeuwige leven

Wilfried de Jong

Het was geen weer voor een hoed. Dan maar met een cap op het hoofd naar een afgelaste voetbalwedstrijd in de Rotterdamse wijk Spangen. In de auto keek ik op de klok, bij een normale windsnelheid was de tweede helft van Sparta-ADO al begonnen.

Als eresaluut aan oer-Spartaan Jules Deelder reed ik langs zijn standbeeld op de Mathenesserlaan. Het stoplicht stond op rood, ik had even de tijd om opzij te kijken. Op de sokkel lag een bosje witte tulpen. Stalen Jules was de afgelopen week met verf weer gitzwart gespoten.

Op het autodak regende het stormtakjes uit de bomen.

Na de brug over de Schie sloeg ik rechtsaf, de hol af, Spangen in. Remmen voor een brandweerauto met zwaailicht op de Mathenesserdijk. Ik parkeerde mijn auto aan de kant en keek de straat in. Een boom van zo’n twintig meter was met wortel en al uit de grond gerukt en tegen de gevel gekapseisd. Er zaten gele krassen op de pui, alsof de boom met zijn nagels de onafwendbare val had willen vertragen.

Een politieman wees naar de afgebroken top die de voordeur van nummer 68A had opengebeukt. „Dat ging sneller dan wij het kunnen”, zei de agent terwijl hij – net als ik – een foto nam met zijn mobieltje.

Even verderop in Spangen werd op een pleintje aan de Nicolaas Beetsstraat gevoetbald door een stel kinderen. Vier tegen drie. Niet eerlijk. Een meisje met paardenstaart schoot met wind mee hoog over. Naast het doel lag een ingedeukte bal, een rood-witte Derbystar.

Voor Het Kasteel waren twee scooters omvergeblazen. Ik liep af op de hekken van het stadion en zag door de spijlen heen het veld en de lege stoeltjes. Op het looppad voor de Denis Neville-tribune langs lagen scherpe stukken van een losgewaaid reclamebord.

Goed dat de wedstrijd was afgelast.

De clubvlag boven de entree was door de wind een paar keer rond de paal gedraaid. Hij hing halfstok. Na Deelder (75) in december was deze februariweek oud-speler Freek van der Lee (84) overleden.

Spartabomen hebben niet het eeuwige leven.

Rond het stadion waren nagenoeg alle parkeerplaatsen leeg. In de buurt bij kassa A stond een roestbruine Golf met drie jongens erin. Uit het halfopen raampje wapperde rook naar buiten; het was lekker blowen in de storm.

Hoog in het stadion stond een dichtregel van Deelder tussen aanhalingstekens. Ik hoorde het hem zeggen: ‘Dat de hemelpoort verdacht veel weg heeft van Het Kasteel.’

Langs de binten van een lichtmast floot de wind een onafgebroken, alarmerende toon.

Met de handen stevig aan het stuur reed ik terug door de stad. Weer een rood stoplicht. Weer opzij kijken naar Jules. Zonder hoed. De storm liet het bosje bloemen met rust. De tulpen lagen op identieke wijze naast zijn stalen laarzen.

Ik zal sterven as het nie waar is.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.