Recensie

Recensie Theater

Lollige acteurs in statische versie van ‘De Rattenvanger’

Theater Met What’s in a fairytale?! De Rattenvanger bewerken regisseur Sarah Moeremans en schrijver Joachim Robbrecht voor de derde keer op rij een klassiek sprookje tot een eigentijdse vertelling bij Toneelgroep Oostpool. Deze gaat over opvoeden, resulterend in een pleidooi voor meer regels.

De kinderen dansen in het bos rond de fluitspeler (hier met gitaar) in ‘What’s in a Fairytale?! De Rattenvanger’.
De kinderen dansen in het bos rond de fluitspeler (hier met gitaar) in ‘What’s in a Fairytale?! De Rattenvanger’. Sanne Peper

Zijn de kinderen ontvoerd door de rattenvanger van Hamelen of gingen ze uit vrije wil? De Oostpool-voorstelling What’s in a fairytale?! De Rattenvanger is door regisseur Sarah Moeremans vormgegeven als een rechtszaak. Het publiek vormt de toegesproken ‘commissie’ en drie vaders en de rattenvanger bepleiten hun zaak.

De openingssessie is een breedsprakige weergave van de gebeurtenissen twee jaar eerder, de ontvoering. De lol zit in het aangezette spel van de drie rare kwasten: Gillis Biesheuvel als burgemeester van Hamelen, Louis van der Waal als ondernemer en Joep van der Geest als leraar, voorzitter en ‘vertelinstantie’. Tegenover hen staat in witte cape en koddige baard Sylvia Poorta als bosnimferige rattenvanger, sprekend met haar gebruikelijke Beatrix-timbre (Poorta is de Herman van Veen onder de Nederlandse acteurs). Auteur Joachim Robbrecht legt ze een formeel-abstract jargon in de mond dat geestiger had kunnen werken als het subtieler was toegepast.

Lees ook: Bambi gedraagt zich als een tiran op de filmset

Lang opgerekte tussenspelen

De tweede sessie spitst zich toe op de opvoeding. De ouders, zelf streng opgevoed, laten hun kroost alle vrijheid. Niet genoeg volgens de rattenvanger, die instituties als school en gezin opvat als een investering in het kind als toekomstige „systeemslaaf” die het kapitalisme moet dienen. Bij haar in het bos kunnen ze echt vrij en een „onbeschreven blad” zijn. Als de ouders hun kalmte verliezen, blijken ze hun opvoeding niet ongeschonden te zijn doorgekomen.

Tijdens de schorsingen van het debat zien we de kinderen lopen en dartelen in het bos, onder meer op fraai fluitspel, in twee onzinnig lang opgerekte tussenspelen. Des te groter is de verrassing als ze het bos uitkomen en, al even plechtstatig formulerend als hun ouders, vragen om meer richtlijnen en kaders. Met dat pleidooi eindigt De rattenvanger als een statische uitwisseling van standpunten over opvoeden; zonder ontwikkeling en zonder discussie die inzicht biedt.