Nawal Benaissa: ‘In heel Marokko is nu onrust’

Riffijnse protesten Nawal Benaissa heeft politiek asiel in Nederland gekregen. Ze is het symbool van de protesten in het Rifgebied.

Nawal Benaissa
Nawal Benaissa Foto Robin Utrecht/ANP

Met gemengde gevoelens nam Nawal Benaissa zaterdagavond in Rotterdam de zogenoemde Bades Award – als voornaam beschermer van de Riffijnse cultuur – in ontvangst van Tweede-Kamerlid Sadet Karabulut (SP). De 37-jarige Benaissa is blij dat ze als politiek vluchteling in Nederland mag blijven. Maar de droom om vanuit Marokko haar eigen land te moderniseren is voorlopig vervlogen. „Het is triest dat ik mijn land en mijn gezin achter me heb moeten laten”, vertelt Benaissa via de telefoon. „Dat maakt het aan de andere kant een erg treurig verhaal.”

Nawal Benaissa is het gezicht van de protesten in het Marokkaanse Rifgebied. Drie jaar geleden was ze, samen met honderdduizenden Riffijnen, ervan overtuigd dat de Marokkaanse regering gedwongen kon worden te investeren in het noordelijke kustgebied, waar ze vandaan komt. Ze liep aanvankelijk anoniem mee in de vele demonstraties waarbij betere sociale voorzieningen werden geëist.

De autoriteiten lieten de vreedzame roep om scholen, een universiteit, een ziekenhuis en uitzicht op werk een tijd lang begaan. Lees ook: ‘Het leven in Marokko is als een ommuurde gevangenis’Maar in mei 2017 kwam er met de arrestatie van volksleider Nasser Zafzafi een plotselinge ommekeer. Het burgerlijke verzet werd neergeslagen door ordetroepen. Honderden activisten, onder wie Benaissa, werden voor korte of lange tijd opgesloten. „Zeer gecompliceerd”, zo betitelt Benaissa de huidige situatie. „Het gaat niet meer alleen slecht in de Rif, maar in heel Marokko is nu onrust.”

Zonder angst

Het leven van Benaissa is de voorbije jaren radicaal veranderd. Vanuit het niets was ze als strijdbare huisvrouw naar voren geschoven als ‘het nieuwe symbool van de Rif’. Een rol die perfect bij haar paste. Zonder enige angst ontving Benaissa in de noordelijke kuststad Al Hoceima talloze internationale journalisten aan wie ze de boodschap kon verkondigen. Zo maakte ze tijdens een vraaggesprek met NRC duidelijk dat ook ‘de vrouwen van de Rif’ een gezicht en een stem moesten krijgen. „Vrijwel al onze moeders zijn analfabeet. Mijn generatie is verder, maar studeren op een universiteit is er voor vrouwen hier niet bij. Scholing is van groot belang om verder te komen. Het zou mooi zijn als mijn kinderen een beter leven dan ik hebben. Hier in de Rif en niet in Europa. Daar vechten we voor.”

Het is triest dat ik mijn land en mijn gezin achter me heb moeten laten

Nawal Benaissa activiste

Het liep anders. Uiteindelijk bleek Benaissa niet ‘de vrije vrouw’ die openlijk voor de toekomst van het Rifgebied kon opkomen. Hoe strijdbaar ze ook was. „Ik ben niet bang te worden opgepakt. Maar mijn man en mijn kinderen waarschuwen me wel als ik weer wat op Facebook post. ‘Pas nou op’, zeggen ze dan. Ze kunnen kennelijk niet zonder mij”, stelde ze in 2017 nog lachend met enig bravoure.

Noodgedwongen op de vlucht

Nog geen twee jaar later ging Benaissa noodgedwongen met haar jongste zoon op de vlucht. Niet alleen volksleider Zafzafi was tot twintig jaar cel veroordeeld, maar ook talloze andere kopstukken kregen lange straffen opgelegd. En ook Benaissa ontkwam niet aan vervolging. Ze kwam er met een voorwaardelijke celstraf van tien maanden voor onder meer deelname aan verboden demonstraties nog genadig vanaf. Maar ze bleek in haar vrijheden beperkt. Toen ze vorig jaar naar een conferentie over de Rif in Amsterdam wilde gaan kwam ze Marokko niet uit. Daarop besloot ze zelf met haar jongste zoontje van vier het land via de Spaanse exclave Ceuta te ontvluchten. Een paar dagen later vroeg ze asiel aan in Ter Apel.

Benaissa kreeg in Nederland steun van Amnesty International, van verschillende Riffijnse Nederlanders en van Tweede Kamerleden en Europarlementariërs. Marokkanen komen in Nederland niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Voor Benaissa is een uitzondering gemaakt.

Stil op straat

Tweede Kamerlid Karabulut ging vorige maand onaangekondigd op ‘werkbezoek’ in de Rif en sprak in Al Hoceima onder anderen met de ouders van Zafzafi en met in gevangenissen gemartelde activisten. „Het verschil met 2017 was groot”, vertelt Karabulut. „Het was overal stil op straat. Van demonstraties is allang geen sprake meer. Pers wordt geweerd. Politici zijn er eigenlijk niet welkom. Het is in en in triest dat iemand als Nawal Benaissa wordt weggejaagd uit de Rif. En talloze jongeren dagelijks op de vlucht gaan.”

Voor Benaissa is een terugkeer naar haar geboortegrond voorlopig uitgesloten. „Het leven in een asielzoekerscentrum is niet makkelijk. Door alle stress ben ik het afgelopen jaar aan weinig toegekomen. Maar ik ben opgelucht dat mijn lange wachten is beloond. Mijn zoontje van vijf spreekt al Nederlands. Dat ga ik nu ook leren”, zegt de activiste vanuit een asielzoekerscentrum in Maastricht.

Benaissa zal vanaf nu in Nederland het symbool voor de Rif zijn. Een rol die ze graag op zich neemt. „Ik zal het gevecht voor vrouwenrechten in de Rif graag vanuit Nederland voortzetten. Ik hoop dat mijn man en mijn drie andere kinderen me daarbij zo snel mogelijk vergezellen. Dat is mijn nieuwe droom.”